Westfries Genootschap
Geschiedschrijving
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Westfrieslanddag 2019

Geschiedschrijving » Westfries Biografisch Woordenboek (WBW)

Roselaar, Jan (1892-1963)

Roselaar, Jan (1892-1963)

Tuinder, accountant, schrijver van romans en gedichten

Boerenknecht, tuinder, accountant, schrijver van onder meer romans en gedichten, betrokken bij de oprichting van het Westfries Genootschap en jarenlang (1939-1953) redacteur van het Jaarboek: Jan Roselaar was een veelzijdig man. Geboren te Wijdenes in 1892 als eerste zoon van tuinder Simon Roselaar en zijn vrouw Immetje de Jong, die bij de geboorte van Jan in het kraambed stierf. Jan Roselaar trouwde in 1916 met Dirkje Bakker uit Oosterleek. Ze kregen twee zonen en twee dochters, van wie de oudste zoon – Simon, naar zijn grootvader – zich in januari 2019 op 102-jarige leeftijd nog kon laten interviewen door het regionale dagblad. Zijn vader Jan Roselaar overleed in 1963 te Hoorn.

Vader Simon belandt al op z'n dertiende als knechtje bij het kinderloze echtpaar Frans Mol en Antje de Waard, veehouders aan de Wijmers in Wijdenes. Na een aantal jaren vestigt Simon zich als tuinder aan diezelfde Wijmers. Nadat zijn vrouw in het kraambed is gestorven, kan hij met zijn drukke tuinderij niet zelf voor de baby zorgen. Frans Mol en Antje de Waard, die Simon inmiddels bijna als een aangenomen zoon beschouwen, nemen de opvoeding van de kleine Jan op zich.

Mobilisatie
Knecht/loswerkman Jan Roselaar verkeert tijdens de mobilisatie vanwege de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) vier jaar lang als dienstplichtig soldaat langs de grens bij Valkenswaard (NB), maar in voorjaar en zomer krijgt hij regelmatig verlof om in Wijdenes bij de land- en tuinbouw te helpen. Hij verlooft zich in die periode met Dirkje Bakker, een veehouders-dochter uit Oosterleek, en trouwt hij met haar in april 1916. Echtpaar Roselaar. Ook Dirkje trekt dan in bij Frans Mol, en daar wordt in 1917 hun eerste kind Simon jr. geboren.
In de winter van 1919-'20 laten Jan en Dirkje een eenvoudig huisje aan de Molenweg in Wijdenes bouwen. Daar hoort een stuk grond bij van 1,25 ha voor de teelt van aardappelen, wortelen, bieten en aalbessen. Jan Roselaar werkt 's avonds zelf de administratie van zijn tuinderij bij. Dat gaat hem goed af en spoedig vragen buren en bekenden hem om ook hun administratie en belasting-opgaves te verzorgen. In de winter van 1922-'23 begint hij cursussen te geven in boekhouden, teeltplanning en correspondentie in cafés in oostelijk West-Friesland, waarbij hij per fiets week-na-week elke avond een ander dorp bezoekt.

Betere inkomstenbron
De mensen die het makkelijker vinden om hun administratie door Jan te laten doen, vormen een betere inkomstenbron dan de opbrengsten van zijn akkertje en het loswerkman-schap. Het stelt hem in staat om in 1923 met Dirkje en – inmiddels twee – kinderen te verhuizen naar de Drieboomlaan in Hoorn. Het jaar daarna huurt hij een voorkamertje van een weduwe aan de Veemarkt, waar hij een kantoortje begint.
De zaken gaan zo goed dat hij in 1926 met zijn gezin naar een statig huurpand aan de Ramen verhuist en in 1931 naar een kantoor met bovenwoning in eigendom aan de Turfhaven. Zijn clientèle omvat zo'n 400 bedrijven, meest boeren en tuinders, maar ook enkele grote zaken als de transportfirma Baas in Avenhorn en garage P. Buishand in Andijk. Daarnaast doet hij de administraties van zo'n 100 diaconieën, verenigingen en renteniers. Jan legt per fiets en later per brommer ook veel huisbezoeken af, vooral bij oudere mensen waarmee hij het hem vertrouwde Westfries kan praten.

Eerste gedichten
Omdat hij bang is dat de taal en de verhalen, die hij tijdens die huisbezoeken hoort verloren zullen gaan, begint hij die thuis schriftelijk vast te leggen. Ook schrijft hij gedichten voor zichzelf, maar dat duurt niet lang, want in die jaren wordt hij – vanaf de oprichting in 1917 – lid van Oud Hoorn en schrijft voor het blad van die vereniging. Trienke. Hij raakt eveneens betrokken bij de oprichting van het Historisch Genootschap Oud West-Friesland en gaat vanaf 1930 gedichten van zijn hand publiceren in het jaarboek – dan nog ‘de bundel’ West-Friesland's Oud en Nieuw – van het Genootschap.
Naast gedichten in dialect en in het Nederlands schrijft hij onder meer ook ‘De brulleft mit stoornis’: vier pagina's ‘humoreske’ op rijm in dialect (1932). Jan Roselaar doet dit onder het pseudoniem Kris van de Bierstal dat hij vaker zal gebruiken. In hetzelfde jaar brengt het Historisch Genootschap bij uitgeverij West-Friesland zijn Westfriese toneelspel ‘Trienke’ uit, het is bekroond in een prijsvraag.
Het jaar daarna verschijnen in de bundel gedichten over het boerenleven in het Nederlands en een verhaal van acht pagina's over ‘Lange Train’ in het Westfries. Jan Roselaar treedt ook naar buiten met ingezonden brieven en gedichten in de Nieuwe Hoornsche Courant, voorloper van het Dagblad voor West-Friesland. Bovendien moet hij dan al volop bezig geweest zijn met de twee boeken, die in 1933 zullen verschijnen bij uitgeverij J. Schuyt jr. in Alkmaar.

‘Het is een cirkelgang’
Het eerste boek is getiteld ‘Het is een cirkelgang, een roman van het land’. Recensenten oordelen verschillend over de uitgave van 257 pagina's. ‘Een roman die ons werkelijk boeren en boerentoestanden Cirkelgang. laat zien. Hier leeft de boer’, oordeelt de een. ‘Wonderlijk gezocht, verwrongen en quasi-literair is de stijl van iemand die wel wil, maar niet kan’, vindt een ander, die ook van mening is dat de gebezigde ‘dialectwoorden’ onbegrijpelijk zijn.
Het geldschip. Na deze debuutroman volgen ‘Ze zinken’ en ‘Het geldschip’ (1935). De laatste wordt uitgegeven door Callenbach in Nijkerk, maar een vervolg komt er niet meer. De uitgever vindt dat enige latere romans ‘niet passen in de serie van de uitgeverij’ en vele jaren later (in 1960) vertelt Jan Roselaar in een interview met het Dagblad voor West-Friesland dat de lezers van de christelijke uitgeverij Callenbach vonden dat de boeren in zijn boeken te veel vloekten.
Van 1939 tot 1953 maakt Jan Roselaar deel uit van de redactie van het jaarboek van het Genootschap. Hij blijft zijn gedichten, novellen en verhalen publiceren in ‘de bundel’, in het orgaan ‘De Speelwagen’, verder onder meer in de regionale krant en draagt ze soms voor op de radio. Ze zinken. Ook blijft hij Westfriese spreekwoorden en gezegdes verzamelen, waarbij de verschillen per locatie zijn aandacht krijgen.

Spreekwoordenboek
In het eerder genoemde interview uit 1960 vertelt Jan Roselaar dat er sprake is van een manuscript, omvattende negen ordners met Westfriese spreekwoorden en zegswijzen. Omdat hij als accountant honderden klanten had in West-Friesland, meest boeren en tuinders die elk jaar bezocht moesten worden, kon hij veel zegswijzen uit de eerste hand noteren.
Maar uitgevers blijken in die jaren geen interesse te hebben in de publicatie van zo'n spreekwoordenboek en Jan Roselaar heeft het geheel uiteindelijk aan het Meertens Instituut van de Kon. Nederlandse Akademie van Wetenschappen in Amsterdam geschonken, waar eenieder er vrijelijk over kon beschikken (met of zonder bronvermelding).
Een verslechterende gezondheid belet hem dat hij zijn manuscripten over de Westfriese taal en gezegdes kan voltooien. Jan Roselaar overlijdt in december 1963.

Selectie uit de vele publicaties van Jan Roselaar:
Het is een cirkelgang .... (roman, 1933).
Ze zinken (roman, 1933).
Het Geldschip (roman, 1935).
Trienke – ‘bekroond tooneelspel in 3 acten’, (Westfries,1932).
Van Vlie tot Amstel – Een serie wandelingen door de vroegste geschiedenis van Hollands Noorderkwartier (1954).
Van Zuid-Afrikaans Land en Zuid-Afrikaanse Mensen – ons reis naar de Transvaal (privéuitgave, 1956).
Diverse novellen, waaronder ‘Reining’ in de bundel ‘Elf, het land vertelt – Elf van de beste verhalen uit de elf gewesten van Nederland’ (1943). Ook in het Westfries verschenen onder de titel ‘Raining’ (Jaarboek WFON 1946).
‘Vreemde eend in de bait’ (1937), verhaal in Groot Nederlandsch Boerenboek, onder redactie van Anne de Vries. Verhalen uit diverse streken met Jan Roselaar als vertegenwoordiger van Noord-Holland. Met ook o.m. Anton Coolen en Ernest Claes.
Artikelen (selectie), geschreven voor het Dagblad voor West-Friesland:.
Over West-Friesland en de West-friezen (serie van minimaal drie columns).
Boerenbruiloften en deukhoedencultuur (aug. 1947, geschreven als secretaris van ‘De Noordhollandse Kap’).
Uit de Westfriese taaltuin (serie).
Westfriesland als woonoord – Monumentenlijst noodzakelijk (1 juli 1952).
Landschapsschoon en geschiedenis – Monumenten vallen ten offer aan verslapte waakzaamheid - Westfriese Lusthof moet bewaard (23 juli 1952).
Volkshumor in Noordhollands Noorden (serie van 38 columns, maart-dec. 1961).
Brochure: De Nederlandse Welvaart Beweging (De Bruggenbouwers) – Een opwekking tot kennisname van haar werk.
Manuscript: Westfriesland, dat ben jij! - een bundel Westfriese Humor (1948).
Gedichten, voorbeelden: Jaarboek WFON 1931, Jaarboek WFON 1941.

Gegevens aangeleverd door: Kees Roselaar, kleinzoon van Jan Roselaar. Bewerkt door: Peter Smit te Alkmaar (2019).

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.

Westfrieslanddag 2019