Westfries Genootschap
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Stemmen Molenprijs Lastdrager.

Westfries Genootschap » Publicaties » Weblog Uit en Thuis » 2020 » 2 juni

Het Historisch Genootschap Oud West-Friesland tijdens de Tweede Wereldoorlog

Hoewel de meidagen inmiddels achter ons liggen, is er nog steeds veel aandacht voor de gebeurtenissen in ons land tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog. Hoe verging het onze vereniging, die toen nog Historisch Genootschap Oud West-Friesland heette, in die tijd?
Het jaarboek van 1940 vermeldde niet alleen de namen van de bestuursleden en de leden (439 op 1 juli 1940), maar ook die van 9 beschermers, vooraanstaande personen zoals Jonkheer Mr. Dr. A. Röell, commissaris van de koningin. Aardig is het om te zien hoeveel belang er toen nog gehecht werd aan het vermelden van de maatschappelijke positie die de leden bekleedden. Voorbeelden: burgemeester, gemeentesecretaris, arts, lerares landbouwhuishoudschool, hoofd der school, notaris, maar ook bijvoorbeeld bibliothecaresse van de openbare leeszaal, directeur zuivelfabriek en meester smid.

Het oude raadhuis van Spanbroek dat jarenlang op de voorkant van het jaarboek prijkte.
Het oude raadhuis van Spanbroek dat jarenlang op de voorkant van het jaarboek prijkte. (Foto Jan Smit)

In het jaarverslag van 1939/1940 werd melding gemaakt van ‘stormvlagen die in het afgelopen verenigingsjaar over de vereniging zijn getrokken en die op alles en allen een donkere schaduw hadden geworpen en nog zouden werpen.’ Daarbij werd vooral gedoeld op het overlijden in 1939 van de bestuursleden dokter G.C. van Balen Blanken en meester K. Ruijterman.
Het jaarboek (de bundel) van 1941 kon gelukkig toch nog verschijnen ondanks de papierschaarste.
In zijn openingsrede op de Westfriezendag in De Rijp in 1941 zei voorzitter G. Nobel “Wij beleven een tijd als in de wereldgeschiedenis niet bekend, waaraan wij niets kunnen veranderen, dien wij hebben te aanvaarden als onafwendbaar, in de hoop en het vertrouwen dat er weer andere – vrediger – tijden zullen komen en een gelukkiger wereld, waarin niet de wapenen, maar de liefde zal beslissen en de mensheid in vrede zal leven.” Het werk van het genootschap moest doorgaan en het aantal leden bleef op peil.
De algemene vergadering van 1942 werd gehouden in Zaandijk. Ondanks de ‘moeilijke tijden’ steeg het aantal leden tot 600 medio 1943. Van hen bezochten er 200 in Purmerend de algemene ledenvergadering in 1943.

Deze foto is genomen in Hauwert.
Vanaf het begin heeft het genootschap zich ingezet voor het Westfriese landschap. Deze foto is genomen in Hauwert. Destijds woonde bestuurslid meester Ruijterman in dit dorp. (Foto Jan Smit)

In 1942 en 1943 verschenen er vanwege de papierschaarste geen jaarboeken en om dezelfde reden moest in het jaarboek van 1944 de zogenaamde bellettrie achterwege blijven. Er was dus geen plek voor bijvoorbeeld Westfriese verhalen en gedichten. Wel voor wat genoemd werd wetenschappelijk werk. Het eerstvolgende jaarboek verscheen pas in 1946.
In de loop van de jaren werd het functioneren van de vereniging steeds meer bemoeilijkt door de oorlogsomstandigheden. Na de algemene vergadering op 2 augustus 1944 in Alkmaar, kwam het bestuur voor het laatst bij elkaar op 2 september 1944. Daarna moesten de onderlinge contacten tussen de bestuursleden via de post verlopen. Voorzitter en secretaris konden elkaar af en toe nog wel bereiken. De omstandigheden brachten echter mee dat het genootschap ‘weinig vruchtbaar’ kon zijn.

Molen de Hoop in Wervershoof.
In het jaarboek van 1941 werd een warm pleidooi gehouden voor de Hollandse molens. Gevreesd werd dat na de watermolens ook de meelmolens zouden verdwijnen. Hier Molen de Hoop in Wervershoof. (Foto Jan Smit)

Het is opvallend dat ook tijdens de oorlog het aantal leden steeds groter werd. Medio 1944 waren dat er 711 en bovendien waren er nog 11 beschermers. Eind 1945 waren er bij elkaar ongeveer 900 en eind 1946 zelfs 977.
Na de bevrijding in mei 1945 konden de zaken weer opgepakt worden. De eerste Westfriezendag waarop men zich weer ‘echte vrije Westfriezen kon gevoelen’ was op 23 augustus 1945 in Hoorn.

Stolpboerderij in Benningbroek. Een pareltje in het Westfriese landschap.
Stolpboerderij in Benningbroek. Een pareltje in het Westfriese landschap. (Foto Jan Smit)

In zijn voorwoord van het jaarboek 1946 greep voorzitter Nobel terug naar zijn openingswoorden op de jaarvergadering in Hoorn. Hij kon melden dat er aan ‘den verschrikkelijksten aller oorlogen’ gelukkig een einde was gekomen en dat in tegenstelling tot veel andere delen van Nederland er in ons gewest ‘geen vernietiging op grote schaal van wat ons lief is’ was geweest. Ook al waren de gevolgen van de oorlog verschrikkelijk, de tijd was gekomen om met toewijding de vele belangen van het gewest en het genootschap te dienen. In deze ontredderde wereld met zijn veel voorkomende liefdeloosheid en verval, was volgens de voorzitter behalve de noodzaak om de dingen van de geestelijke kant te zien, liefde nodig: liefde bij het genootschap, liefde tot het land en zijn historie en liefde tot elkaar, want alle dingen zijn betrekkelijk, maar de liefde is volstrekt (volmaakt).
Daar valt anno 2020 nog steeds niets op af te dingen.

Jan Smit

 


Hé, is dat Westfries?

798. 't Was erg stil om me heen; ik raakte eventjes beskoten (ingedommeld, sluimerend) in de stoel.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.