Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek

Landelijk Schoon Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg

Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » WFON » 2003 » Pagina 7-17

De stolp: essentieel onderdeel van vitaal platteland

Mart Groentjes

Eerder verschenen in West-Friesland Oud & Nieuw, e bundel, pagina 7-17.
Uitgave: Westfries Genootschap, 2003.
Auteur: Mart Groentjes.

In 1988 was de maat vol. Het ging niet goed met de boerderijen. Kaalslag dreigde. Dat vond Johan Schilstra (1915-1998), de bevlogen historicus die zich inzette voor een brede erkenning van het cultuurhistorisch erfgoed in Noord-Holland. Hij verzamelde metgezellen in zijn strijd voor het behoud van de boerderij.

Met Robert van der Waal (directeur Planologische Dienst Noord-Holland), Cornelis de Jong (architect), Gerbrand de Vries van ‘De Hollandse Molen’ (en boerderijbewoner) en ondergetekende werd de basis voor een stichting gelegd: ‘Vrienden van de stolp‘. De geuzennaam werd later aangevuld met ‘Boerderijenstichting Noord-Holland’ en sloot daarmee aan bij soortgelijke stichtingen in de andere provincies. Ging het dan zo slecht met de boerderij? Ja, dat hadden de oprichters al een tijdlang geconstateerd. Een sluipend proces van verloedering van de agrarische bedrijfsgebouwen. Die waren niet meer geschikt voor de grootschalige veranderingen in de boerenwereld. Boerderijen werden bij bosjes gesloopt of op zijn minst grondig a-historisch verbouwd tot onderkomens voor andere functies.

Afbeelding nog niet beschikbaar = Stolpbehoud is de doelstelling van de Boerderijenstichting. Soms worden daarbij letterlijk de handen uit de mouwen gestoken, zoals bij de actie rond de dreigende sloopplannen van een aantal stolpen in het kader van de reconstructie van de N9 bij Bergen: de weg Alkmaar-Den Helder langs het Noordhollands Kanaal. (Foto Wick Natzijl)

‘De stolp te kijk’
Een algemene waardering vanuit burgerij en overheden was nog ver te zoeken. Zeker was de belangstelling toegenomen; de succesvolle tentoonstelling ‘De stolp te kijk’ van de Culturele Raad Noord-Holland in De Boterhal in Hoorn – met Schilstra, het Westfries Museum en het Westfries Genootschap als direct betrokkenen – had in 1978 veel losgemaakt. Er verscheen tegelijkertijd het boek met dezelfde titel en er kwamen op geregelde tijd zittingen van een adviescommissie die met raad en daad boerderijbewoners wegwijs bood in de problemen van herbestemming van de (stolp-)boerderij. De jaren zestig tot tachtig blijken achteraf gezien cruciaal te zijn geweest voor de veranderingen op het platteland in relatie met de historische boerenbebouwing. In een rapport dat ter gelegenheid van ‘2003, Jaar van de Boerderij’ verscheen, staat het vermeld: in vijftig jaar tijd verdween, landelijk gezien, bijna de helft van het totale bestand aan historische boerderijen: van 190.000 naar 95.000. De indruk bestaat dat de weegschaal in het geval Noord-Holland en zeker ook Friesland iets gunstiger uitslaat. In de Randstad en Noord-Brabant daarentegen waren de verliezen echter meer dramatisch.

Twaalfhonderd donateurs
Bijna vijftien jaar timmert de Boerderijenstichting Noord-Holland nu aan de weg, gesteund door inmiddels meer dan 1.200 boerderijbewoners als donateurs, de Vrienden van de stolp. Niet dat elke stolp heilig wordt verklaard en koste wat het kost bewaard moet blijven. De tijden veranderen, het landschap verandert mee. Dat ervaart de Commissie voor Landelijk Schoon van het Westfries Genootschap ook keer op keer. Economische vooruitgang, ontwikkeling van steden en dorpen, aanleg van bedrijventerreinen en uitbreiding van de infrastructuur vormen een dynamisch proces. Overheden spelen in op landelijke ontwikkelingen en wensen van de burgerij. De veranderingen zijn in een stroomversnelling geraakt. Tegelijkertijd is de aandacht voor het onvervangbaar cultuurhistorisch erfgoed sterk gegroeid. Ook voor de zo typerende landschappen in Noord-Holland. De komst van vele lokale historische verenigingen bewijst dat; de belangstelling voor landschap en natuur bewijst het bovendien. En ook het toegenomen toerisme en de (dag-)recreatie. Het laatstgenoemde voelt zich vanzelfsprekend niet thuis in een gebied waar drastische ruilverkavelingen, nieuwbouw en industrialisatie de boventoon zijn gaan voeren.

Vitaal platteland
Het agrarisch- en landschappelijk erfgoed dat juist in West-Friesland de eeuwen relatief gunstig wist te trotseren, vormen de culturele én economische aantrekkingskracht voor zowel ‘buitenpoorters’ als inwoners. De karakteristieke stolpen –in de polders en de dorpslinten– zijn daarbij essentieel. De uitdaging is deze gemeenschappelijke schat zo te beheren dat recht wordt gedaan aan wat we nog hebben, in samenhang met veranderingsprocessen om op die wijze een vitaal platteland te garanderen. Wie de ‘stolpenbijbel’, het boek van L. Brandts Buys met bijna vijf kilo documentatie over de landelijke bouwkunst in Noord-Holland Noord kent, weet het: de West-Friese stolp is een zeer bijzondere loot aan de boerderijfamilie in onze provincie. Natuurlijk zijn de Beemster herenboerderij, het Waterlandse hooihuistype en de Wieringer skuurskotboerderij prachtige voorbeelden. Maar wie zou de statige stolpen in de dorpslinten van Twisk, Abbekerk en Schellinkhout (laten we ons beperken tot drie voorbeelden) willen missen of de verspreid liggende hoeves in de oude West-Friese polders? Of de stadsboerderijen in Enkhuizen? Stuk voor stuk unieke bouwwerken die met hun erf en geboomte perfect harmoniëren met het door generaties boeren gevormde landschap.

Darsdeur opzij
De meeste stolpen binnen de Omringdijk, met name in het oostelijk deel, zijn van het West-Friese type. Kenmerkend is de groepering in de lintbebouwing. Ook zie je wel afgeleide en ‘gekeerde’ vormen van dit boerderijtype, met de darsdeur opzij in plaats van in de voorgevel, met een symmetrische voorgevel bijvoorbeeld en bovendien zijn er vooral in het westelijk deel, ‘Noord-Hollandse normaalstolpen’ te vinden, zoals genoemd in het boek De landelijke bouwkunst in Hollands Noorderkwartier – de ‘stolpenbijbel’ (aanvankelijk noemde de auteur ze normaalstelpen). Je vindt dat type in feite buiten West-Friesland; in de droogmakerijen, in Kennemerland en de Kop van Noord-Holland. Ze zijn meestal eenvoudiger van uitvoering (met uitzondering van de Beemster herenboerderijen) met de darsdeur achter en stal en dars evenwijdig aan elkaar. In het verder puur West-Friese dorp Sijbekarspel (en het aanliggende Benningbroek), waar de boeren kennelijk nog eigenzinniger waren dan in andere West-Friese dorpen, zie je vooral Noord-Hollandse normaalstolpen. Schuin op de weg gesitueerd, op een wijze waarbij schoonheid en welstand optimaal tot hun recht komen. Daar waren ze ‘groosk’ op.

Afbeelding nog niet beschikbaar = Westeinde 4 in Opperdoes. Een West-Friese stolp met voorend in stenen halsgevel met timpaan. Deze gevel is een aanpassing uit omstreeks 1864 van de oudere stolp. (Foto J.w. Polderman)

Vaarboerderij
Ook werden er houten, rijkversierde dakkapellen aan toegevoegd. Zonder aantoonbaar nut, want erachter lag alleen de hooizolder. Opperdoes toont ook een voorbeeld van afwijkend gedrag: een West-Fries stolptype, maar hier gedraaid om als vaarboerderij te kunnen dienen. Juist de in West-Friesland veel voorkomende ligging van de boerenplaats dicht aan de weg gaf de boer in rijkere tijden de mogelijkheid zijn welstand te tonen. Daar mogen we hem nog steeds dankbaar voor zijn: vooral in dit gebied toont de krachtige vorm van de stolp zich in sierlijke bouwdetails.
Ingetogen statigheid in harmonie met de omgeving. De darsdeur versierd met panelen en ronde- of gothische bovenlichten. Onderaan de gevels een blauwe plint die een pittig kleuraccent geeft bij het groen, zonder dat er een kakelbont geheel ontstaat. Aanvankelijk was de stolp geheel uit hout opgetrokken – en daarmee volstrekt anders dan de types in de overige provincies. Met verticaal schotwerk aan het zo'n anderhalve meter uitspringend ‘voorend’; een gerabatte darsweeg aan de linker zijgevel en een gepotdekselde gevel aan de rechter (woon-)gevel. In het voorend de staatsiedeur, de zogeheten rouw- en trouwdeur, met bovenlicht en geflankeerd door twee schuiframen.

Afbeelding nog niet beschikbaar = Benningbroek, Dr. de Vriesstraat 36, anno 1869. Dakkapellen met kunstig houtsnijwerk sieren veel stolpen in Benningbroek en Sijbekarspel. Aanvankelijk alleen voor de sier. (Foto Cees Stapel)

Esthetisch onderdeel
Waar in de andere delen van Noord-Holland de topgevel alleen constructieve betekenis heeft, vormt deze in West-Friesland een esthetisch onderdeel waarmee de voordeur wordt verrijkt met een monumentale statigheid. Met achter deze deur de pronkkamer. Want wonen deed het boerengezin opzij, daar was de dagelijkse toegang. In de negentiende eeuw kwam de symmetrische voorgevel in zwang; een verre echo van de Beemster herenboerderij van tweehonderd jaar eerder. De voordeur in het midden en de topgevel ook. Dat gaf wel problemen met de indeling: de darsdeur in dezelfde gevel belemmert de symmetrie en de situering van de (vaak ronde) schoorsteen en dakspiegel was lastig. De West-Friese timmerman heeft dit esthetische probleem knap opgelost getuige de boerderijen Oosterblokker 39 bijvoorbeeld en Vredebest aan de ‘Ouwedik’ in Westwoud.

Afbeelding nog niet beschikbaar = Oosterblokker 39. Stolpen van het West-Friese type werden in de 19e eeuw voorzien van een symmetrische ‘herenboerderij’-gevel. Voordeur in het midden, waarboven een vaak houten topgevel. (Foto Mart Groentjes)

Veranderingen
Boeren in een stolp is voorbij. Een stolp met nog een veestal is zeldzaam geworden. In Zandwerven deed in 2002 een stolp nog als dusdanig dienst. De dagelijkse gebruiken van een eeuwenlange agrarische traditie zijn verdwenen en leven alleen nog voort in streekromans en museumboerderijen. De kaaskamer, het zomerstaltje, de ‘spatskutten’, om maar een paar typerende boerenzaken te noemen, zijn voorgoed verdwenen. Ook de rijk ingerichte pronkkamers van weleer zijn nog maar schaars aanwezig. Historicus Harold Bos heeft er nog tijdig de documentatie van afgerond (zie ook elders in deze bundel). Niet alleen de boerderij verandert, ook het omringende landschap. Een logische en onontkoombare ontwikkeling. De uitdijende steden en dorpen met groeihonger schuiven tot in de weilanden en boomgaarden van buurgemeenten; de welvaart vertaalt zich in opzichtige (witte) villa's en potsierlijke bedrijfsgebouwen. Terwijl het steeds toenemende verkeer heeft geleid tot de onbarmhartige en schaalloze aantasting van smalle lintwegen met ‘asfalt tot onder de vensterbanken’. Sloop en brand van boerderijen hebben ook hun tol geëist. Wie de vergelijkingen over zo'n vijftig jaar bekijkt –zoals in deze bundel gebeurt– rest weinig vrolijkheid. Stolpen staan in de verdrukking en zo ze niet verdwijnen veranderen ze mee.

Afbeelding nog niet beschikbaar = Brand blijft een grote boosdoener bij het verdwijnen van boerderijen. Per jaar altijd wel een tiental. De brand in de bijzondere ‘Snouck van Loosen-boerderij’ in Enkhuizen in de jaren tachtig betekende een groot verlies. (Foto Mart Groentjes)

Kwart in agrarische handen
Uit recente tellingen van 480 stolpen in drie verspreide plaatsen in West-Friesland (het dorp Venhuizen, Sijbekarspel en Heerhugowaard) blijkt dat er nog maar 131 door agrariërs worden bewoond (met vrijwel alle agrarische functies buiten de boerderij); 312 door burgers en 37 in gebruik zijn met een andere functie. In Sijbekarspel (41 stolpen) is nog de helft in handen van agrariërs, in Heerhugowaard (193 stolpen) niet meer dan een kwart! De Boerderijenstichting vindt dat je uiterst zorgvuldig moet omgaan met het (her-)inrichten van zowel platteland als dorpskern (de karakteristieke linten!). Geef boerderijen waarin het agrarisch bedrijf is beëindigd een zinvolle herbes temming en sloop alleen in het geval zoiets geheel onontkoombaar is. En richting gemeentelijke overheid: voer in dat geval herbouwplicht in met de traditionele stolpvorm, met inachtneming van de specifieke maat, schaal en materiaalgebruik. En ook: stimuleer het behoud van de boerderij door het splitsen van boerderijen toe te staan. Voorlichting en advisering zijn speerpunten in de activiteiten van de Boerderijenstichting. Door middel van de reizende tentoonstelling, langs gemeente- en dorpshuizen, musea, bibliotheken en scholen maakt een breed publiek kennis met de boerderij en met verleden en toekomst ervan. Met lezingen worden de leden van historische-, agrarische- en vrouwenverenigingen op het spoor gezet van wat er in hun plaats en daarbuiten voor waardevols op het gebied van de landelijke bouwkunst aanwezig is en worden de ontwikkeling, constructie, gebruik en bedreigingen van de boerderij getoond.

Afbeelding nog niet beschikbaar = Oosterblokker 3. Ingrijpend, maar verantwoord gerestaureerde stolp, waarbij de vroegere details wat ‘rijker’ zijn aangebracht: zoals een klokvormige dakspiegel en een ronde schoorsteen. (Foto Mart Groentjes)

Bouwkundig adviseurs
Boerderijbewoners worden daarbij op het spoor gezet van aanpassingen waarmee de kenmerkende uitstraling en de markante historische onderdelen behouden blijven. Onze bouwkundige adviseurs kwamen de laatste jaren bij 314 boerderijbewoners over de vloer, van wie 141 in West-Friesland, om hen met bruikbare tips verder te helpen bij de indeling (ook splitsing) van hun stolp; ook wat betreft bouwkundige oplossingen, het aanbrengen van dakvensters, vervanging van dakgoten, kozijnen en deuren. Adviezen bovendien over kleurgebruik en erfindeling. Vaak kunnen de nieuwe bewoners van een oude stolp gestimuleerd worden om plannen te ontwikkelen die de stolp bouwkundig of esthetisch geen schade berokkenen. De boerderijen-inventarisatie in Noord-Holland, waarvoor ruim vijftig historische verenigingen het veldwerk hebben verricht, wordt najaar 2003 afgerond met een voor iedereen verkrijgbare versie op cd. Dan zal blijken hoeveel stolpen er nog staan en waar; hoe ze worden gebruikt en wat de bouwkundige staat is. Het beeldmateriaal geeft daarbij zicht op de kenmerkende details en de ligging. Het betreft een basisinventarisatie van het exterieur en moet worden gezien als momentopname én als vertrekpunt voor een meer gedetailleerde, met overige gegevens aangevulde opzet.

Afbeelding nog niet beschikbaar = Hoogwoud, Herenweg 105. Aan de dubbele stolp ‘Bovenpaede’, die een jarenlange restauratie onderging, zijn ook de karakteristieke gootklossen bewaard gebleven. (Foto Jorg Testerman)

Tweeduizend stuks binnen de dijk
De nu boven tafel komende gegevens bieden een compleet en samenhangend beeld van het stolpbezit in de hele provincie. Zo ontstaat er een uitgebreide databank als bruikbaar instrument voor onder andere een gericht gemeentelijk stolpenbeleid. Voorlopige cijfers geven aan dat Noord-Holland meer dan 4.500 stolpboerderijen binnen de grenzen heeft, waarvan ruim 2.000 alleen al in West-Friesland (het gebied binnen de Westfriese Omringdijk). Door brand en sloop gaan nog steeds gemiddeld twintig stolpen per jaar verloren. Toch blijkt sloop van de stolpboerderij maatschappelijk gezien steeds meer onaanvaardbaar. Sloop blijkt vooral aan de orde bij overheidsbeslissingen waarbij het zwaartepunt ligt op ruimtelijke en/of economische ontwikkelingen. Maar ook bij de eigenaar van de stolp die toch liever van zijn ouwe spul af wil voor een nieuw landhuis of een goed verkoopbare kavel. Achterstallig onderhoud is niet eens nodig om de gemeente een sloopvergunning te laten afgeven. Bewustwording van de cultuurhistorische waarde met voorlichting en goede voorbeelden kan veel verminking en verlies voorkomen. Wijzen op creativiteit is een andere insteek om al te snel voorgenomen sloop een andere wending te geven. Een boerderij die ‘in de weg’ staat, kan als de wil er is een verder leven krijgen door een nieuwe, andere bestemming. Het bouwwerk leent zich voor tal van doeleinden. Dan denk je niet in de eerste plaats aan een exotisch metamorfose tot een Chinees eethuis zoals in Nieuwe Niedorp. Of het in nepstijl opgetrokken restaurantcomplex in Hauwert.

Bibliotheek
Je redt de stolp wel door het een bestemming te geven als gemeentehuis (Venhuizen), bibliotheek (Opmeer), zorgboerderij (Sijbekarspel, kinderdagverblijf (Barsingerhorn) of museum (Schagen, Hoogwoud, Zuidermeer). Truus Broers in Wadway heeft in haar fraaie stolp zelfs een kapsalon; op de vroegere plek van zes koeien zitten nu drie dames onder de droogkap. Met enig goede wil had ook een kenmerkende stolp in het centrum van Wognum een bestemming als winkel of horecagelegenheid kunnen krijgen in plaats van te wijken voor uitbreiding van het winkelcentrum. Dan zou ook de directe omgeving ‘Wognums’ zijn gebleven en had het verdere centrum nog een ikoon bewaard van het lokale, agrarische verleden. Lokale initiatieven en acties vormen vaak de sleutel tot stolpbehoud. In Twisk werd een speciale Stolpenkring opgericht. Met de Commissie voor Landelijk Schoon van het Westfries Genootschap en de historische verenigingen houdt de Boerderijenstichting stevig contact om zoveel mogelijk het behoud van de landelijke bouwkunst in West-Friesland na te kunnen streven.

Afbeelding nog niet beschikbaar = Kerkstraat 23, Wognum. Het slopen van een stolp stuit steeds meer op verzet. Toch heeft een jarenlange actie vanuit de bevolking niet kunnen verhinderen dat deze stolp uit het dorpsbeeld moest verdwijnen om een winkelcentrum te kunnen vergroten. (Foto Jorg Testerman)

Bewustwording
Het jaar 2003 is uitgeroepen tot ‘Jaar van de Boerderij’. Met tal van activiteiten, gericht op verbeterd beleid en bewustwording voor een breed publiek wil deze landelijke manifestatie een bijdrage leveren aan het behoud van historische boerderijen en hun cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Met het oog op de toekomst en op de achtergrond het besef van het verlies van grote aantallen boerderijen. Ook in Noord-Holland zijn er vele activiteiten waaraan tal van lokale historische- en agrarische verenigingen meewerken. In het Westfries Museum bijvoorbeeld toont de zomerexpositie onder de noemer ‘Goed Geboerd’ een overzicht van de ontwikkeling, de constructie en het gebruik van boerderijen in Noord-Holland. Unieke kaarten en prenten uit de collectie van de Provinciale Atlas tonen daarbij een blik op driehonderd jaar topografie van de landelijke bouwkunst en het boerenbedrijf.

Afbeelding nog niet beschikbaar = Bewoner Sam Broers wijst de deelnemers van een stolpen-excursie op de uitbundig versierde voorgevel uit 1877 van de stolp Wadway 33. (Foto Mart Groentjes)

Fietsroutes
Recent samengestelde beschreven fietsroutes leiden de plattelandsrecreant langs boerderijen en museumboerderijen in het Noorderkwartier; die van Hoogwoud (West-Frisia), Schagen (Vreeburg), Callantsoog (Tante Jaantje) en Wieringen (Jan Lont). Najaar 2003 verschijnt de heruitgave van het boek ‘De stolp te kijk’ waarin de cd met de volledige boerderijen-inventarisatie in woord en beeld. De oorspronkelijke bijdragen van Johan Schilstra en L. Brandts Buys –kenners van het eerste uur– zijn daarin aangevuld met nieuwe praktijkvoorbeelden van architect Cornelis de Jong. In een nieuw hoofdstuk belichten diverse auteurs 25 jaar veranderingen van boerderij en erf. De eerste uitgave van ‘De stolp te kijk’ dateert uit 1978, verschenen ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling. Nu, 25 jaar later, is de betekenis van de stolpboerderij nog onverminderd actueel en vooral de vraag: wat doe je ermee en wat kun je ermee. Hoe stolpenrijk ziet de regio eruit over nog eens 25 jaar? In de voorgevel van een stolp in Noordbeemster staat vermeld: ‘Niet zonder hoop’. Een boerderijnaam die de leidraad mag vormen voor de verwachtingen de komende jaren. Want (met een variant op de leus van de Boerderijenstichting Noord-Holland): ‘Zonder stolpen zou West-Friesland West-Friesland niet meer zijn!’

Bergen, maart 2003

Met dank aan Willem Messchaert voor zijn inbreng.

Afbeelding nog niet beschikbaar = Een stolp in Hauwert, opvallend opgetuigd als restaurant. (Foto Ed Dekker)

 


Hé, is dat Westfries?

632. Ik verskeurde (scheurde) m'n nieuwe mantel aan 'n spijker, ik was er beloord van (kapot, erg teleurgesteld).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.