Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Stemmen Molenprijs Lastdrager.

Archivering » WFON » 1994 » Pagina 135-136

Kroniek van een knokploeg in oostelijk West-Friesland (11/12)

Een miskleun?
Op 31 october 1944 staat er in een "Mededeling van het Centraal Bureau aan de LO" het volgende:

"ROOFOVERVALLEN
Men is op het ogenblik aardig op weg, de illegaliteit in ons land impopulair te laten worden. De overvallen op boerderijen van z.g. zwarte handel aren nemen hand over hand toe. .....
Het kan inderdaad nodig zijn bepaalde personen, die zich in deze tijd misdragen hebben op hun houding attent te maken, desnoods met kracht van wapenen. Maar ook hier dient met zorg en overleg te werk te worden gegaan en zeker in overeenstemming met de eer van de illegaliteit."

Een twijfelachtig geval waar nooit een bevredigend oordeel over is gegeven, betreft de overval bij een boer in Binnenwijzend. De illegaliteit had gehoord dat deze man over een behoorlijke voorraad levensmiddelen beschikte, die hij tegen hoge prijzen verhandelde.

De volgende gegevens ontlenen wij aan een verzoek om ‘bericht, beschouwing en raad’ van de Districtscommandant sectie GIII aan de plaatselijk commandant over een bijgevoegde brief. De brief was geschreven door een toevallige getuige die op het moment van de overval op de boerderij aanwezig was.

In de nacht van 5 op 6 januari 1945 werd er op de deur geklopt. Op vraag van de bewoner wie daar was, werd geroepen: "Sicherheitsdienst". De deur werd opengedaan en daar stonden drie personen, één in uniform. Ze zeiden dat de bewoner werd verdacht van zwarte handel en dat er een huiszoeking zou plaatsvinden.
Ondanks protesten werd het huis doorzocht. Waarschijnlijk was al gauw duidelijk dat de ‘Duitsers’.weinig met de bezetter te maken hadden. Meegenomen tenslotte werden twee drachtige zeugen, zes schrammen - gecastreerde jonge varkens -, twee fietsen, graan, vlees, brandstof, boter en kaas.

Merkwaardig was de inbeslagname van een botercentrifuge. Uit een later gevonden brief bleek dat de LO dit als ‘straf’.had bedoeld.
De correspondentie die hierop binnen de ondergrondse volgde, bevatte argumenten voor en tegen de betrokken boer. De burgemeester van Wervershoof, Raat, prees hem de hemel in voor zijn hulp aan onderduikers - Raat was daar een van geweest - en de LO verhaalde van vier toegezegde varkens die de organisatie nooit hadden bereikt.
Waarschijnlijk is uit dit alles af te leiden dat het helpen van onderduikers het zwarte zakendoen niet in de weg hoefde te staan.

Nog meer acties
Er waren in de volgende weken nog meer operaties.
Tien koeien, voor de Wehrmacht bestemd, werden in de nacht uit een boerderij gehaald. In deze periode werden ook de eerder genoemde zuivelfabrieken van Binnenwijzend en Wervershoof bezocht. Gedropte agenten vonden een schuilplaats en werden verder geholpen. Er waren wapentransporten. Bij schietpartijen raakten vrienden en vijanden gewond. Een enkele keer moest een gevaarlijke tegenstander, die te veel aan de weet was gekomen, worden uitgeschakeld. Zo werd Hauwert eens afgegrendeld om twee verzetsstrijders, Klaas Bras en Willy Veldhuis, te ontzetten die dreigden gearresteerd te worden. Bij het daaropvolgende vuurgevecht werd een SD-er zwaar gewond.

Op 20 januari 1945 stortte door motorpech bij Midwoud een B17 neer. Slechts één van de negen bemanningsleden, Cecil (Bill) Benton, wist zich te redden. Al gauw werd hij ondergebracht bij de knokploeg in de Eendenkooi.
De bedoeling was dat hij ‘gecrost’.zou worden naar bevrijd gebied maar daarvoor moest hij eerst op de fiets naar Mandrill aan de Zomerdijk. Belton had echter nog nooit op een fiets gezeten. Het pad bij de kooi werd zijn oefenterrein. Toen hij min of meer was geslaagd ging hij tussen Flip en Trenk Koter opweg. Het moet een komisch gezicht zijn geweest. Uiteindelijk, na een verblijf bij het droppingsgebied op de boerderij van Schipper, heeft hij via Amsterdam zijn doel bereikt.

De houthakkers
De koude winter en de staking van de spoorwegmannen waren niet alleen verantwoordelijk voor een tekort aan voedsel. Ook het gebrek aan brandstof werd nijpend. Zelfs bij vitale voorzieningen als de gaarkeukens en de heel belangrijke stoomgemalen dreigde het werk te stoppen. Het gezag had zich dan ook genoopt gezien bomen te reserveren voor het instandhouden van deze publieke taken. Niet iedereen wist dat en alle burgers hadden het koud.

Op 22 januari waren in het besneeuwde landschap ongeveer dertig zagende en hakkende mannen bezig met het omhalen van de bomen langs de Houterweg te Hoogkarspel. Hun pech was dat ze werden opgemerkt door enige landwachters. Deze voor politietaken opgeleide NSB-ers hadden zich ontwikkeld tot fanatieke mensenjagers. Illusies over hun toekomst hoefden ze zich niet te maken, daarvoor werden ze te veel gehaat.

Voor de vijf landwachters was het eenvoudig om de houthakkers te arresteren. Een probleem was het transport naar Hoorn. Voorlopig moest het gemeentehuis van Hoogkarspel als gevangenis dienst doen. Twee van de NSB-ers zouden achterblijven om de groep te bewaken; de rest ging op de fiets naar Hoorn met enige gevangenen die een eigen rijwiel bezaten.

 


Hé, is dat Westfries?

307. De schooljongens gaan in de winter skosse-loupen (van de ene ijsschots op de andere springen en lopen).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.