Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Stemmen Molenprijs Lastdrager.

Archivering » WFON » 1994 » Pagina 133-134

Kroniek van een knokploeg in oostelijk West-Friesland (10/12)

De eendenkooi
Medio december bleek dat het goed zou zijn eens te verhuizen. Bij Commandeur raakte de voedselvoorraad op, wat vader Commandeur wist te verwoorden met: "Jonges, de piepers benne op, jullie moste maar es verkasse". Als heel goede vrienden scheidde men.
Het nieuwe onderkomen werd gevonden in een kippenboet bij de Eendenkooi van Gerrit Kanis in Zwaagdijk. Ted kende vanuit zijn voormalige werkkring de kooiker goed en toen hij dan ook met een kameraad kwam vragen of zij met de groep voor een paar dagen onderdak konden krijgen, gaf Kanis zich al gauw gewonnen. Hij had toch al een onderduiker.

Achteraf is pas gebleken hoeveel risico's mensen als Commandeur en Kanis hebben gelopen. Ondanks de voorzichtigheid die men in acht nam. De operaties werden meestal 's nachts uitgevoerd en de mannen gingen nooit in groepjes naar binnen. Teveel mensen uit de omgeving echter wisten of vermoedden wat er zich binnen de boerderijen en op de erven afspeelde. Bij dreigend gevaar konden de jongens altijd nog vluchten maar de vaste bewoners waren weerloos en aan de genade van verraders overgeleverd. Dat men dit wel degelijk besefte blijkt uit de bede van Thamis Commandeur toen er toevallig een auto van de Wehrmacht voor zijn poort stopte: "Oh Maria, help."
Voor kooiker Kanis gold dan ook nog dat hij verplicht was zijn vangsten aan de Duitsers te leveren. Daartoe kwamen er elke week Wehrmachtssoldaten op het erf.

De groep kreeg van Kanis een oude kippenboet tot zijn beschikking. Steef en Joep werden met karton van de papierfabriek in Enkhuizen aan het inrichten gezet: een slaapvertrek met strobedden en een dagverblijf. De ploeg bestond inmiddels uit elf man en een vrouw. Alie, de oudste dochter van Commandeur, was meegegaan als koerierster en kookster; zij kreeg een kamer in de boerderij.

Het dagelijks bestaan
De meeste jongens zouden onder normale omstandigheden een baan hebben gehad met een inkomen om in hun levensonderhoud te voorzien. Omdat ze geacht werden volledig beschikbaar te zijn voor de soms onverwachtse acties viel dat inkomen weg. Van een baan kon geen sprake zijn. Toch werd er een ‘salaris’.gegeven. Voor het geld zorgde de LO. Met vrijwillige of - bij profiteurs van de oorlog - gestimuleerde bijdragen werden kost en inwoning gefinancierd. Voedsel was door de beschikbaarheid van distributiepapieren en later door de overvallen ook niet een groot probleem. Flip echter was een strenge leider. Hij doorzag de risico's van een letterlijk vrijgevochten bestaan en hield de groep zo kort mogelijk. Mocht er eens een van de jongens wat al te ijverig ‘georganiseerd’.hebben dan moest hij bij de volgende actie thuis blijven.

Door de uitstekende identiteitspapieren was het verplaatsen geen probleem. Zo had Ted een officieel persoonsbewijs waaruit bleek dat hij Theodorus de Groot heette en uit Andijk kwam. Hij was zaadcontroleur bij Sluis en Groot. De papieren waren door een van de directeuren, Nanne Jan Groot, geautoriseerd. Bij een toevallige aanhouding door de landwacht bewezen zulke stukken hun dienst.

 


Hé, is dat Westfries?

307. De schooljongens gaan in de winter skosse-loupen (van de ene ijsschots op de andere springen en lopen).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.