Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » WFON » 1974 » Pagina 16-18

Floris V en de dwangburchten in West-Friesland

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud & Nieuw, 41e bundel, pagina 16-18.
Uitgave: Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland', 1974.
Auteur: Mr. F. J. Kranenburg.

Een van de markante verschijnselen in de geschiedenis van West-Friesland is geweest het stichten van dwangburchten. Zij werden niet door de Westfriezen zelf gebouwd, maar door een Hollandse Graaf: Floris V. Deze liet de dwangburchten bouwen nadat hij er met zijn legers in was geslaagd het Westfriese land aan zich te onderwerpen; iets wat tot dan toe de Hollandse graven nooit was gelukt.
Met deze onderwerping - en de dwangburchten waren daarvan het symbool kwam een kentering in de ontwikkeling van het politieke, maatschappelijke en waterstaatkundige bestel in West-Friesland.
Voor een bestuurder van (Noord-)Holland is het natuurlijk een vermetele en zelfs hachelijke onderneming om, vanuit zijn vesting Haarlem, een beschouwing te wijden aan de Westfriese dwangburchten. Zeker voor een zo bij uitstek Westfriese aangelegenheid als dit jubileum-jaarboek van het gouden historisch genootschap 'Oud West-Friesland'. Al was het alleen maar omdat burchten geen bouwsels zijn, die in het leven van de Westfriezen een blijvende rol hebben kunnen spelen. En dwang is toch wel het begrip dat zij het diepst verafschuwen.
Daarenboven mocht West-Friesland vorig jaar een tentoonstelling over Floris V en zijn dwangburchten beleven. Nog wel in het Radboudslot in Medemblik. Wel een ontluistering van de Westfriese sagenwereld om dit slot los te maken van het schone Radboudverhaal en het te rangschikken onder de dwangburchten.

Geschiedbeoefening heeft menigmaal zo'n element van ontluistering in zich. Zij kan voor die luister nog wel enige vrijheid in de plaats stellen. Maar dan nog moet aan de Westfriezen de ruimte voor gemengde gevoelens worden gegund. Het kan een troost zijn voor de Westfriezen dat de dwangburchten als zodanig nooit tegen hen gebruikt zijn en veeleer door hun toedoen op den duur verdwenen. Maar zolang zij er waren hadden zij een functie: het 'hard' maken van de integratie-politiek van de Hollandse graven.
Deze politiek kreeg eerst zijn kans na de onderwerping van de Westfriezen door Floris V in 1289. De oprichting van de dwangburchten kan dan ook aanleiding zijn voor een bespiegeling over West-Friesland vóór en na 1289. Vóór 1289 ligt het drama van Hoogwoud in 1256. De Westfriezen versloegen toen niet alleen de graaf van Holland, zij doodden hem ook. En in hem doodden zij de Roomse koning. Voor het rechts- en levensgevoel van de middeleeuwer een afgrijselijke daad, die hen met schaamte vervulde. Zij verstopten dan ook 's konings lijk. Maar daarmee kwam het noodlot van Floris' wraak des te dringender boven West-Friesland hangen.

Vóór 1289 hadden de Westfriezen hun systeem van dijkbeheer al vergaand ontwikkeld. Er heerste een ruime decentralisatie en een voor middeleeuwse begrippen ongekend democratische medezeggenschap, maar ... de dijken en wegen waren onbetrouwbaar. Weliswaar was de grondslag gelegd voor een bestuurlijk bestel, maar waterstaatkundig was de toestand précair. Hierin vond Floris Veen legitimatie voor zijn ingreep. En het moet worden gezegd: van hun nieuwe waterstaatkundige verantwoordelijkheid hebben Floris en zijn opvolgers zich goed gekweten.

Voor en na 1289 valt het op, dat de Westfriezen geen politieke, militaire of culturele band hadden met het Friesland aan de andere kant van de Zuiderzee. De Zuiderzee had zich nog maar enkele honderden jaren tussen de beide Frieslanden ingebroken, maar de breuk was definitief. Van de Friese taal is in West-Friesland nauwelijks iets te horen, de mystiek van het Groot-Friese nationalisme vond er geen enkele weerklank. Daardoor kwam West-Friesland in een politiek geïsoleerde positie; open voor de sterkste.

In 1289 bleek Floris V militair de sterkste. Voordien was de strijd tussen de Hollandse graven en de Westfriezen vaak in het voordeel van de laatsten beslist. Zij bewoonden immers een moeilijk toegankelijk, doch vruchtbaar en naar verhouding dichtbevolkt gebied, dat voor de minder talrijke Kennemers van de graven niet te veroveren viel. Floris V leende of huurde beroepssoldaten van Gelderland en van elders en hij bleek tot een amfibische operatie via Schellinkhout in staat. De Westfriezen werden verslagen en kregen de dwangburchten. Maar ze werden niet vernederd en onderdrukt. Floris legde zijn nieuwe verhouding tot zijn Westfriese onderdanen vast in verdragen, waarin een wijs evenwicht werd bewaard tussen het zelfbestuur van de Westfriezen en het centrale gezag van de graaf.

Iedere historicus zal het onvruchtbare aantonen van bespiegelingen over het mogelijk verloop van zaken als het in 1289 anders was gegaan. Toch kan ik, als de rechtsopvolger van de vertegenwoordigers van het grafelijk bestuur in West-Friesland, de verleiding niet weerstaan enige gevolgen van de gezagsovergang op Holland onder uw aandacht te brengen. Holland werd onder Floris V niet alleen met West-Friesland vergroot, maar ook met Amstelland, inclusief Amsterdam. Het kreeg een ruimer draagvlak om zijn eigen instellingen en onafhankelijkheid te verdedigen; eerst tegen de Vlamingen, later tegen de Geldersen en tenslotte, wij herdachten het in de jaren 1972 en 1973, tegen de Spanjaarden.

Ik heb van West-Friesland van vóór 1289 een beeld van een wat onderontwikkeld gebied. Kennemerland was, dankzij o.a. de monniken van Egmond verder in beschaving en economie en had al een stedelijke ontwikkeling in Haarlem en Amsterdam. De Hollandse graven hebben in hun bestuur de stedelijke ontwikkeling sterk bevorderd en daarmee de opbloei van Medemblik, Hoorn en Enkhuizen gestimuleerd; door de groei van deze steden heeft West-Friesland een veel vastere structuur kunnen krijgen, die bestuurlijk zijn hoogtepunt vond in de Staten van West-Friesland en Noord-Holland. Zo kon een op zijn rechten gestelde, trotse burgerij onder het Hollandse bewind tot ontwikkeling komen.
Wij moeten misschien ook constateren, dat Floris V juist op tijd in West-Friesland is gekomen, want hij heeft de waterstaat, de dijkzorg in het bijzonder, aanzienlijk gemoderniseerd. Naast de Staten van West-Friesland is er al spoedig ook een waterschap West-Friesland gekomen, waardoor het behoud van de Westfriese zeedijk werd gewaarborgd.
West-Friesland is voorspoedig in Holland geïntegreerd en heeft er al eeuwen met ere deel van uitgemaakt. Nu het zijn èn het welzijn van West-Friesland onder het Hollandse bestuur zo kennelijk zijn bevorderd, dat dit bestuur de waardering van de bevolking heeft kunnen verwerven, kunnen wij met een glimlach kijken naar de dwangburchten als die hoogst eigenaardige, overleefde monumenten van een voorbije tijd.

Mr. F. J. Kranenburg
Commissaris van de koningin in de provincie Noord-Holland

Haarlem. maart 1974

 


© 1924-2018 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.