Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek

Landelijk Schoon Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg

Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » WFON » 1971 » Pagina 95-102

Westfriese plaatsnamen

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 38e bundel, pagina 95-102.
Uitgave: Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland', 1971.
Auteur: Jan Pannekeet.

Jan Pannekeet

SchellinkhoutSinds het verschijnen van dr. Karsten's boek 'Noordhollandse Plaatsnamen' (1951) heeft de toponymie - de wetenschap die zich bezighoudt met de herkomst en verklaring van plaats-, water- en veldnamen - ongetwijfeld nieuwe bronnen aangeboord en nieuwe inzichten verworven, waardoor bestaande verklaringen dikwijls moesten worden herzien of aangevuld. Dat geldt o.a. ook voor een aantal namen dat in het boek van Karsten de revue passeert. Nu is het geenszins mijn bedoeling in het volgend commentaar de verdiensten van Karsten te miskennen of te reduceren. In meer dan één opzicht heeft hij - zeker t.a.v. het Westfriese taalgebied - baanbrekend en belangrijk werk verricht.
Dat hoeft echter niet te betekenen, dat men zijn studies kritiekloos moet laten voor wat ze zijn. Wie zijn 'Noordhollandse Plaatsnamen' kritisch doorneemt, zal m.i. menigmaal een vraagteken plaatsen, een nadere uitleg verwachten of de indruk krijgen, dat Karsten teveel vertrouwt op zijn intuïtie. Uiteraard is het dikwijls moeilijk een andere verklaring te geven die meer bevredigt.
Desondanks neem ik de vrijheid een aantal kanttekeningen te plaatsen bij Karsten's omschrijvingen, echter in de overtuiging, dat ik verscheidene keren op het o zo gladde ijs der toponymie af en toe een fikse misslag zal maken. Wellicht zal dat u, geïnteresseerde lezer - stimuleren voor een en ander een betere interpretatie te geven, waaruit u kunt concluderen, dat ik mij aanbevolen houd voor uw op- en aanmerkingen.
Teneinde dit artikel binnen de perken van ons jaarboek te houden, wil ik het laten bij een nadere beschouwing van een aantal Westfriese plaatsnamen.
Voor geraadpleegde literatuur verwijs ik naar het lijstje aan het eind van dit artikel.

Lambertschaag (Hoogwoud; Abbekerk) pag. 28 en 29
oude vorm: Lambrechtscoich (± 1300).

De naam is een samenstelling van de persoonsnaam Lambrecht of Lambert en coich = koog, kaag = buitendijks land.
Karsten brengt de naam rechtstreeks in verband met Sint Lambertus, eertijds de patroon der kerk aldaar. Men kan m.i. ook als volgt redeneren: het is bekend, dat sommige lekennamen 'gekerstend' werden door deze namen te vervangen door een min of meer gelijkluidende heiligennaam.
Ook werd een patroons- of heiligennaam wel gegeven aan de kerk of de plaats als een huldebetuiging aan de 'wereldse' stichter van de kerk of aan de schenker van het land waarop de kerk gebouwd werd. In Lambertschaag kan dus de 'leek' Lambert de oudste rechten hebben i.v.m. de naamgeving. (Zie o.a. het artikel van P. Vinc. van Wijk 'Over enkele Sint- en Marianamen' in N.G.N. VII, pag. 67). Een soortgelijke ontwikkeling mag men m.i. aannemen bij Wervershoof, waar de 'leek' Walvair werd vervangen door St. Werenfridus.

Mijzen (Avenhorn) pag. 36
oude vormen: Misnen (1063); Misen (± 1100 ); Misnem (1156).

Karsten vermoedt verwantschap met het oudhoogduitse woord mios = moeras, poel.
Men kan in de naam echter ook een samenstelling zien van de persoonsnaam 'Mise' en 'hem', zodat Mijzen omschreven kan worden als: het heem = de woonplaats van een zekere Mise of Mijze. Vgl. een (Westfriese) familienaam als Meissen, waarschijnlijk een afleiding van Mise of Mijze.
(Zie ook: Moerman, pag. 90 en 114).

Kolhorn (Barsingerhorn) pag. 36

Karsten neemt zonder meer aan, dat de naam ontstaan is uit Kold(e)horn = (de) koude hoek. Men kan echter ook uitgaan van de mansnaam Kole (Nicolaas; Van der Schaar, pag. 303) zodat bedoeld werd: de landhoek van of bij het heem van een zekere Kol(e). Vgl. de in West-Friesland veel voorkomende familienaam Kool, waarschijnlijk verwant met of afgeleid van de mansnaam Kole. Vgl. ook het Friese Kollum = heem van Kole.

Poolland (Barsingerhorn) pag. 36

Karsten verklaart de naam van deze buurtschap door te wijzen op de vroegere Pool- of Groenlandvaart der bewoners. Men kan echter m.i. ook hier het eerste lid opvatten als een persoonsnaam, n.l. Pool of Pol (< Apollonius). Vgl. de familienaam Pool, nog veel voorkomend in West-Friesland. Mogelijk is de familienaam Poland aan deze buurtschap ontleend.

De Kreil (Barsingerhorn) pag. 36

Karsten wijst op samenhang met Kreel, Kreil = rand, boord i.v.m. de ligging van het gehucht aan de rand van de Westfriese zeedijk.
Kreil had echter doorgaans de betekenis van: opslag van struiken, moerasbos, later ook: zandbank met griendhout begroeid, zodat het dubieus is of Kreil hier 'rand' betekent.
(Zie: Moerman, pag. 134; Schönfeld, pag. 29 en 34).

De Burg (Berkhout) pag. 39

Karsten brengt de naam in verband met een vesting, kasteel of burcht, waarvan echter tot nu toe geen spoor gevonden is. Hij gaat voorbij aan het feit, dat het element 'burg' in plaatsnamen verscheidene en verschillende betekenissen kan hebben o.a. die van 'hoogte, heuvel, berg', van 'hoogte die tot verdediging werd gekozen, burcht, kasteel', van 'aanzienlijke woning of hoeve'.
Mogelijk is het hier bedoelde De Burg niets anders geweest dan een kleine hoogte temidden van een moerassige omgeving.

De Dracht (Blokker) pag. 42

Karsten neemt aan dat een 'dracht' of 'drecht' oorspronkelijk een plaats was waar de schuiten werden overgedragen d.m.v. een rad. Bij uitbreiding kreeg 'dracht' dan de betekenis van water, tocht bij zo'n dracht of van de weg erlangs.
De taalkundigen zijn het echter (nog) niet eens over de herkomst en afleiding van dit woord. Sommigen gaan uit van een afleiding van 'drijven', anderen verdedigen een afleiding van 'dregen' = dragen, trekken en omschrijven 'dracht' als: tocht, trek-vaart. De hier bedoelde dracht was eertijds waarschijnlijk een water dat van Zwaag liep tot aan de zeedijk bij Schellinkhout. Dat zich (later) een of meer 'overhalen' in deze dracht bevonden, hoeft derhalve nog niet te betekenen, dat de waternaam daaraan ontleend is.
(Zie: Schönfeld, pag. 18, 159 en 160).

Koewijzend (Blokker) pag. 43
oude vormen voor 'wijzend': wisene, wisent

Karsten leidt 'wijzend' af van het middelhoogduitse 'wise weiland of veld, een afleiding die door de meeste taalkundigen o.a. om klankwettige redenen zeer dubieus wordt genoemd. Men kan m.i. beter aansluiten bij het werkwoord 'wijzen' (middelned. 'wisen') in de zin van 'recht wijzen', als na een gedegen onderzoek zou blijken, dat de Westfriese wijzenden als regel de grens van een banne of rechtsgebied vormden. Wijzend is dan te herleiden tot wisen-ende (of wies-ende) of de vorm met d of t is een z.g. angleichung of aanpassing aan soortgelijke namen in de omgeving (vgl. Zittend, Gankert, Hauwert enz.). Het begrip wijzend kan dus worden omschreven als: een water of/en de daarlangs gelegen dijk of weg met een grens-aan-wijzende functie, in die zin dat de grens werd aangewezen van het gebied waarbinnen 'recht gewezen' werd. De oorspronkelijk juridische betekenis kon op de duur gemakkelijk samenvallen met de geografische.

Kalverdijk (Harenkarspel) pag. 52

Karsten brengt de naam in verband met langs de dijk grazende kalveren. Het kan juist zijn, maar in een Kroniek van Alkmaar uit 1725 wordt de plaats 'Klaverdijk' genoemd. Zou dit de oorspronkelijke vorm zijn, dan kan 'klaver' zowel betrekking hebben op de bloem als op de familienaam Klaver. Mocht 'Kalverdijk' juist zijn, dan kan men ook nog denken aan een geregeld af-kalvende dijk.
Opmerking: uiteraard kan het naast elkaar voorkomen van 'Kalver' en 'Klaver' ook slechts een kwestie zijn van metathesis of klankverspringing. (Vgl. b.v. dorp naast drop; bron naast born).

Tuitjehorn (Harenkarspel ) pag. 52
oude vorm t'Utingehorn; Tutinchorn (1289); Tutinghehorne (1338).

Karsten gaat uit van het middelned. 'utinge' = begrafenis, en omschrijft de plaatsnaam als: de begrafenishoek. Of er ter plaatse ooit een kerkhof geweest is, vermeldt hij niet. Tegen zijn verklaring pleit m.i. dat 'horn' hier een onzijdig woord is, immers: t'Utingehorn (Karsten spelt: 't Utingehorn) zou een weergave zijn van 'het' of 'dat' Utingehorn. Horn of hoorn is echter een mannelijk woord. Men kan m.i. het eerste lid ook opvatten als de geslachtsnaam Tutinghe, waarschijnlijk een variant van Dudink.
(Zie het artikel van A. de Goede 'Zeevangernamen' in N.G.N. XIII, pag. 30).

Hoogwoud, pag. 56
oude vormen: Hoochhoutwout; Hoechtwoude; Hoghentwoude; Hoichtewoude.

Karsten vat 'woud' in Westfriese plaatsnamen op als 'woud' of 'bos'. Beekman (zie N.A.N. 13-18) heeft er echter op gewezen, dat in onze lage streken het begrip woud doorgaans een aanduiding was voor een moeraswildernis, later in weiland veranderd door de mens, een ontwikkeling die m.i. wordt gedemonstreerd door de vorm Hoochhoutwout = de hooggelegen, boomrijke weiden, later Hoogwoud zonder meer, hetgeen een aanwijzing kan zijn, dat inmiddels de meeste moerasbossen in cultuurgrond waren herschapen. Trouwens, het hedendaagse Westfries kent ook het woord woud in de betekenis van hooggelegen, min of meer golvend weiland. Zo liggen o.a. te Westwoud tussen de dorpsweg en de spoorlijn de 'wouden'.

Gouwe (Hoogwoud) pag. 56

Karsten interpreteert Gouwe als 'landstreek' zonder meer. Nu is gouw of gouwe een o.a. in West-Friesland veelvuldig voorkomende waternaam. Ook de weg langs zulk een water kon de naam gouw(e) krijgen. Mogelijk is dit gouwe te zien als 'gouw-e' = het e of water van een gouw = gewest, landstreek, zodat gouw(e) als waternaam en gouw (go, ga, gooi) als landsnaam waarschijnlijk dezelfde oorsprong hebben. De Hoogwouder Gouwe kan dus wijzen op het belangrijkste water en de weg daarlangs in het gewest dat voorheen de naam droeg van het Hoogwouder (of Houtwouder) Ambacht. (nu: de Vier Noorderkoggen).
Zie voor gouw(e): Schönfeld, pag. 22, 113, 142 en 277).

Zuid- en Noordscharwoude (Langedijk) pag. 60

Karsten verwijst voor een verklaring naar Schoorl (pag. 74) en vat 'schar-woude' op als 'oever-bos'. Voor er echter van een Zuid-Scharwoude ter onderscheiding van Noord-Scharwoude sprake was, heette de plaats anno 1094 zonder meer 'Scorlewalth' = het woud (= moerasbos, weidegebied) nabij Schoorl.
(Zie: Moerman, pag. 198 en 274).

Valkkoog (St. Maarten) pag. 62
oude vorm: Valkencooch.

Karsten kiest tussen de verklaringen: 'Valken-polder', en 'polder waarbinnen de pacht moest worden betaald met twee rode valken'.
Men kan m.i. beter uitgaan van de persoonsnaam Valk(e) of Falk(e) en de plaatsnaam omschrijven als: de Koog = het buitendijkse land van of nabij het heem van een zekere Valk(e).
(Zie voor Valk: Van der Schaar, pag. 326).

Nibbixwoud, pag. 65
oude vormen: Nuboxwoude; Nubixcwou.

Karsten verklaart de naam als: nieuw buksboomwoud. Deze interpretatie is wel zeer aanvechtbaar, daar hier 'buxus', een heester uit zuidelijker streken (nu een tuinheester) gecombineerd is met 'woud'. Men kan m.i. met meer recht 'box-woude' verklaren als: het (moeras) woud of de weiden van een zekere Bok(ke), een Friese mansnaam. De bepaling 'nieuw' onderscheidde het dorp van het nabijgelegen Oudeboxwoude (nu: Hauwert), op grond waarvan men mag aannemen dat deze laatste plaats eertijds zonder meer 'Boxwoude' heette.

Hauwert

Hauwert (Nibbixwoud) pag. 66

Karsten brengt de naam in verband met 'houw' in de betekenis van gemeenschappelijk grondbezit. Hij verwerpt zonder meer de suggestie dat de Friese mansnaam Hauwart bedoeld kan zijn. Toch komt deze spelling op oude kaarten voor, zodat ik eerder de laatste verklaring, dan Karstens wat gewrongen theorie onderschrijf. Mogelijk is de plaatsnaam een verkorting van 'Hauwart-woud' = het (moeras)woud of de weiden van een zekere Hauwart. Vgl. de in West-Friesland bekende familienaam Hauwert, die zowel aan deze mansnaam als aan de plaatsnaam kan zijn ontleend.
(Zie over kortere naast langere plaatsnamen het artikel van W. de Vries in N.G.N. VII, pag. 85).

Schellinkhout, pag. 73
oude vorm: Scellingchout (± 1513).

Karsten verwijst voor het eerste lid naar het oudfriese 'skilenghe' = scheiding, zodat de plaatsnaam betekent: het hout of bos aan de scheiding (van land en water). Dit kan juist zijn, maar ook de opvatting dat het eerste lid de geslachtsnaam Schellink (afgeleid van de mansnaam Schelte ) kan zijn, is te verdedigen.
(Zie: Moerman, pag. 198 en 201).

Ursem, pag. 80
oude vormen: Orshem (± 1100); Ursem (1296).

Karsten ziet in de naam een samenstelling van ars = paard en hem = aan het water gelegen buitendijks land.
Het lijkt mij aannemelijker uit te gaan van een heemnaam met als eerste lid de mansnaam Orso of Urs, varianten van Ursus, zodat de plaatsnaam omschreven kan worden als: het heem van een zekere Ors(0) of Urs(us).
(Zie: Moerman, pag. 92).

Warmenhuizen

Warmenhuizen, pag. 82
oude vormen: Wermerhuis (1289); Warmenhusen (1290).

Karsten onderschrijft de mening van J. W. Muller die het eerste lid opvat als een tegenstelling van koud, hetgeen m.i. zeer gezocht is, want de combinatie warm huis (of: warme huizen = warm gelegen buurtschap) is toch wel zeer bevreemdend in dit vlakke, open land.
Men kan gezien de oudste vorm 'Wermer-huis' met meer recht het eerste lid zien als de mansnaam Wermer of Warmer, zodat de plaatsnaam omschreven kan worden als: de huizen of buurtschap van een zekere Wermer of Warmer.
(Zie voor Warmer: Van der Schaar, pag. 328)

Alkmaar, januari 1971

Geraadpleegde literatuur:
N. A. N.: Nederlandsche Aardrijkskundige Namen, 1938, door A. A. Beekman en H. J. Moerman.
N. G. N.: Nomina Geographica Neerlandica, tijdschrift uitgegeven door het Kon. Ned. Aardr. Genootschap.
H. J. MOERMAN: Nederlandse Plaatsnamen, een overzicht, 1956.
M. SCHÖNFELD: Nederlandse Waternamen, 1955.
J. VAN DER SCHAAR: Woordenboek van Voornamen, 1964.

 


Hé, is dat Westfries?

615. Een paar van die echte brakken (rakkers, deugnieten) van schooljongens hadden m'n fiets opgeknapt. Ik gaf ze 'n bogie ('n pluimpje) en wat bokkeneuten (pinda's, sausjes). Ze gingen bloid (blij) op huis an (naar huis).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.