Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » WFON » 1967 » Pagina 86-87

De Westfriese Omringdijk (1/7)

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 34e bundel, pagina 86-99.
Uitgave: Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland', 1967.
Auteur: C. Koeman.

C. Koeman

Wanneer er gesproken wordt over wereldwonderen – en daaronder verstaat men dan doorgaans kunstmatige bouwwerken, door mensenhanden gemaakt – dan moeten wij altijd denken aan de Westfriese Omringdijk. Bekend is, dat deze dijk er reeds was toen de vroegste geschreven bronnen over onze omgeving gemaakt werden. Dat was in het tijdperk van 1100 tot 1200. Westfriesland was toen dun bevolkt; een stad als Hoorn bv. was nog niet eens als zodanig bekend. Op vele plaatsen vond men enige bewoning; de bewoners probeerden allereerst van wateroverlast bevrijd te geraken. Dat was alleen mogelijk door een gebied, dat meestal zal zijn overeengekomen met de latere zgn. Bannen, te omgeven door een dijkje; aan beide kanten van het dijkje was een sloot: die aan de binnenkant om het water uit het ingedijkte gebied te verzamelen en aan de buitenkant om het overtollige water af te voeren. Om het water kwijt te raken zal dit op de meest eenvoudige manier zijn geschied, ni. door een uitwateringssluis; niets anders dan een klep in een koker of een geul die naar buiten toe opende. Wanneer het binnenwater hoger was dan het buitenwater liep het uit zich zelf weg; omgekeerd kon het niet binnenkomen. Dergelijke 'tije' sluizen zullen er in groot aantal geweest moeten zijn – soms komt men de restanten nog tegen, bv. te Andijk.
Hoe men nu van deze kleine polders, meestal later als bannen bekend, met hun omringdijkjes, op de Westfriese Omringdijk, gekomen is weet men niet. Duidelijk is dat de kleine, meestal rechthoekige, ingepolderde bannen er geweest zijn vóór de Westfriese Omringdijk werd gemaakt.

Als wij een beschrijving van de Westfriese Omringdijk nalezen – de nieuwste en beste is mogelijk die van J. G. de Roever, gepubliceerd in een moeilijk bereikbaar en weinig verspreid werk, het Westfriesch Jaarboek van 1943, uitgegeven door de West-Friese-Styk, – dan wordt aannemelijk dat de Westfriese Omringdijk er vele jaren vóór de vroegste geschreven bronnen geweest moet zijn. De naam in de oudste bronnen is 'Vresendijk', Friese dijk dus. Bekend is verder dat de invloed van de Friese volksgroep ook in onze streken eeuwenlang groot is geweest, maar de historici zijn het er langzamerhand wel over eens geworden dat de Friese invloed in de jaren van 1000 tot 1200 plotseling verdwenen is. De oorzaak daarvan is onbekend. Wel is zeker dat er in de Friese tijd vorsten geweest zijn met een zeer groot gezag – de faam van Koning Radboud leeft nog steeds! Daarom denk ik dat de Friezen, waarschijnlijk de krachtigste Friese koningen, hun macht hebben gebruikt om de bevolking, weggescholen binnen hun bannedijkjes, te dwingen mee te werken aan de machtige Westfriese Omringdijk.
Nog heden, nu deze dijk geen belangrijke functie meer heeft, komt men onder de indruk van dit kunstwerk. Als men hierbij bedenkt dat de makers en zelfs de tijd van het maken onbekend zijn, maar in de vroege middeleeuwen gedacht moeten worden en dat toen het ingesloten gebied zeer dun bevolkt moet zijn geweest, dan komen wij er toe te spreken van een wereldwonder.

De geschiedenis van de Westfriese Omringdijk is vanaf het bestaan van schriftelijke bronnen, dus vanaf omstreeks 1150, althans volgens sommige schrijvers, vrij goed bekend. Het is, tot de datum van de afsluiting van de Zuiderzee toe, vrijwel voortdurend een geweldige strijd geweest die op meerdere fronten gevoerd moest worden. Tijdens deze heldhaftige strijd is enerzijds regelmatig het zeewaterkerende deel, dat oorspronkelijk de gehele dijk besloeg, ingekrompen, terwijl anderzijds de kwaliteit van het deel, dat zeewater met getijdestromingen moest keren, voortdurend verbeterd is. Omdat het een voortdurende strijd is geweest menen wij goed te doen vooraf een overzicht te geven van beide factoren: afname van het zeekerende gedeelte en verbetering van de dijkkwaliteit. Vooraf echter geven wij een korte beschrijving van de delen van de omringdijk zelf. Deze zijn:

De Rekerdijk, van Alkmaar noordwaarts tot de Rekerdam (bij Krabbendam);
De Noorddijk tot de Schagerdam (bij Sint Maarten);
Vanaf Sint Maarten tot Valkoog;
Vanaf Valkoog tot ongeveer Barsingerhorn;
Vanaf Barsingerhorn tot Medemblik;
Zuiderzeedijk (IJsselmeerdijk) tot Hoorn;
Zuiderzeedijk (IJsselmeerdijk) tot Schardam;
Westwaarts langs Oudendijk, Slimdijk en Waligsdijk tot bij Ursem;
Oterlekerdijk, Huigendijk en Oudorperdijk tot Alkmaar.

Deze indeling is die welke in grote trekken overeenkomt met de eerste bekende indeling ten behoeve van de onderhoudsplicht van 1319. Hierbij moet worden opgemerkt dat reeds vóór 1319 de Rekerdijk geen zeewater meer keerde: de Rekerdam verhinderde de doorstroming.

 


© 1924-2018 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.