Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Westfrieslanddag 2019

Archivering » WFON » 1956 » Pagina 28-30

In Memoriam J. C. Kerkmeijer

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 23e bundel, pagina 28-30.
Uitgave: Historisch Genootschap „Oud West-Friesland”, 1956.
Auteur: C. J. Stins.

Op 9 maart 1956 overleed na een kortstondig lijden Hoorns ereburger, de heer J. C. Kerkmeijer.
Op 9 december 1955 mocht hij onder grote belangstelling zijn tachtigste verjaardag vieren, waarbij duidelijk naar voren kwam hoezeer hij in stad en gewest werd gewaardeerd. De heer Kerkmeijer was een geboren Zeeuw. Zijn jeugd bracht hij door in Middelburg en nog steeds trok zijn hart naar het eiland Walcheren. Veel schilderijen zijn door hem gemaakt in de omgeving van Domburg, terwijl ook Vere niet werd vergeten. Reeds in 1897 kwam de heer Kerkmeijer als leraar aan de H.B.S. te Hoorn, waar hij ontelbaar velen les heeft gegeven en aan even zovelen de schoonheden van de ons omringende wereld heeft getoond.

J. C. KerkmeijerHij kwam naar Hoorn in een tijd, toen het begrip "monumentenzorg" nog niet bestond. Rustig en zonder scrupules brak men alles af wat het voorgeslacht aan schoons had gewrocht. De heer Kerkmeijer is een van de pioniers geweest, die streed voor het behoud van het historisch waardevolle. Van zijn hand verscheen het boekje "Oude Monumementen van Hoorn", waarin hij tussen de regels door een krachtig pleidooi hield voor het behoud van deze monumenten. Al spoedig was hij in Hoorn zeer nauw betrokken bij het Westfries Museum. Nauw werkte hij samen met de toenmalige conservator, de heer Brouwer, terwijl hij later diens taak geheel overnam. Toen is het museum geworden zoals wij het nu kennen. De verzameling onderging een enorme uitbreiding, zodat het gebouw in die tijd te klein is geworden om alles te bergen.

Intussen was hij ook verontrust over de wijze waarop het handwerk in die dagen werd beoefend. Mede op zijn initiatief werd de Ambachtsschool voor Hoorn en Omstreken opgericht. Ook dit was een facet van zijn op de bres staan voor het schone. Wellicht weinig begrepen in het begin, voerde hij zijn strijd voor het behoud van het historisch landschap- en stedenschoon. In 1917 leidde dit tot het oprichten van de Vereniging Oud-Hoorn, welke vereniging hij tot zijn dood toe heeft geleid en die onder zijn bezielende leiding talloze restauraties heeft verricht. In 1918 kwam de Hoornse bouwplan-commissie tot stand, waarvan hij voorzitter werd en die er voor waakte dat er niet al te wanstaltige bouwsels verrezen of verbouwingen werden gepleegd. In 1919 werd, mede op zijn initiatief, de Concertvereniging "Johan Messchaert" opgericht, waarvan hij meer dan 25 jaar voorzitter is geweest.

In 1924 werd het Historisch Genootschap "Oud West-Friesland" gesticht. Ook hier behoorde hij tot de oprichters en tot voor kort was hij bestuurslid. Oneindig veel heeft het Genootschap gedaan voor het behoud van het streekeigene, maar ook tot verbreiding van de kennis der geschiedenis van het gewest. Onder meer werden verscheidene opgravingen verricht. Het jaarboek van het Genootschap werd een jaarlijkse graag gelezen verschijning, waarin men veel kon lezen over de geschiedenis, maar ook over dat, wat waard is behouden te worden. In 1937 richtte het Genootschap de Commissie voor Landelijk Schoon op, welker voorzitter, hoe kan het anders, de heer Kerkmeijer werd. Hier was hij volkomen op zijn plaats en kon hij zijn rijke gaven ten volle ontplooien. Deze commissie toch beijvert zich te behouden en zo mogelijk te restaureren wat aan landelijk schoon aan ons is overgeleverd. Ontzaglijk veel werk is door deze commissie verzet en altijd was de heer Kerkmeijer de ziel van het werk. Op dikwijls militante wijze gaf hij zijn mening te kennen; rijkelijk werd geprofiteerd van de grote kennis, die de heer Kerkmeijer op dit gebied had. Aan zijn esthetisch en artistiek gevoel paarde hij immers een grote kennis op historisch en bouwkundig gebied. Dank zij zijn initiatieven kon er veel schoons, dat aller oog bekoort, behouden blij ven of in oude luister herrijzen. In hem heeft het Genootschap een medewerker verloren. die moeilijk is te vervangen.

Met het opsommen van al deze activiteiten zijn wij zeker niet aan het eind. Denken wij slechts aan het samenstellen van de monumentenlijst van Hoorn in 1928, de oprichting van de Vereniging Het Carillon te Hoorn, waarvan hij tot 1944 secretaris en van 1947 af voorzitter was. Een groot aandeel heeft hij gehad in het werk om Hoorn zijn beiaarden te geven. Ook de V.V.V. heeft hij lange tijd gediend. In de jaren, toen hij in Hoorn kwam, werden er door deze vereniging jaarlijks feesten gegeven om vreemdelingen te trekken. Het was de heer Kerkmeijer, die er op wees, dat de vreemdelingen moesten komen om het stedeschoon, waardoor de stroom meer aanhoudend en blijvend zou zijn. In het begin van deze eeuw zag men dit niet in, doch hoe heeft de tijd hem in het gelijk gesteld! Als men de folders ziet, die tegenwoordig door de V.V.V.'s in ons gewest worden uitgegeven, dan ziet men duidelijk, dat juist op het blijvend schone de nadruk wordt gelegd. Hoe men het ook ziet, telkens verschijnt in Kerkmeijer de pionier, die vaak tegen veel onbegrip te velde moest trekken en daarbij blijk gaf van een grote visie. Het is, zoals de burgemeester van Hoorn bij zijn toespraak in Westerveld zo juist zei, voor Kerkmeijer een voorrecht geweest, dat hij op zijn tachtigste verjaardag de bekroning van zijn werk mocht zien en mocht ervaren, hoe velen hem waardeerden. Wij mogen hier aan toevoegen, dat hij tevens heeft mogen beleven, dat veel medewerkers bereid zijn, het werk in zijn geest voort te zetten. Node zullen wij deze militante figuur missen. Aan de andere kant mogen wij dankbaar zijn voor het vele, dat hij heeft tot stand gebracht, en voor het feit, dat hij zo lang in ons midden heeft mogen zijn. Tot het laatst toe is hij strijdbaar gebleven en was het hem gegeven het werk, dat hem boven alles dierbaar was, te blijven verrichten. Tot het laatst toe bleef hij een waker voor stads- en landschapsschoon en was hij een agressief tegenstander als hij deze in gevaar dacht. Bij alles had hij het belang van stad en gewest op het oog en zag hij slechts één doel: De Schoonheid, de, zoals hij het uitdrukte, "Goddelijke vonk in de mens", te dienen.

Mogen wij, die na hem komen, onze taak verstaan en in dankbare herinnering aan hem en aan het vele, dat hij tot stand gebracht of voor ons en het nageslacht behouden heeft, zijn werk voortzetten, opdat het vele schone, dat ons gewest bezit, behouden blijve en in volle luister moge prijken.

C. J. Stins.

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.

Westfrieslanddag 2019