Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Westflinge » 2008 » 18 juni

Terpen, dijken, molens en gemalen helpen niet

Westflinge
De rubriek Westflinge richt de schijnwerper op het verleden van West-Friesland met een actuele aanleiding. Vandaag aandacht voor de ontwikkeling van het landschap in Noord-Holland Noord en de invloed daarop van monniken.
(Eerder verschenen in het Noordhollands Dagblad, woensdag 18 juni 2008.)

Door Ed Dekker

HOORN – ‘Monnikenwerk’. Dat is de titel van een pas verschenen boek over de ontwikkeling van het landschap in Noord-Holland Noord en de invloed daarop van de monniken van de abdij van Egmond.

„De monniken hebben een grote rol gespeeld in het proces van de waterkering. Niet alleen in het gebied rondom de abdij, maar veel verder. Ook in West-Friesland. Zelfs tot ver buiten de grenzen van de provincie Noord-Holland.”

Wielenmaker

Dat zegt Peter Lassooy uit Egmond-Binnen, auteur van ‘Monnikenwerk’. Hij is nauw betrokken bij De Wielenmaker, een Egmonds centrum voor natuur- en milieueducatie, landschap en cultuurhistorie. Lassooy geeft ook in zijn boek aan dat allerlei maatregelen door de eeuwen heen om het water te bedwingen, niet afdoende zijn. „Tegenwoordig krijgt water weer de ruimte”, wijst hij op nieuwe maatregelen als het creëren van waterbergingen in het landschap.
De stichting van de Egmondse abdij omstreeks 950 na Christus viel nagenoeg samen met de eerste pogingen van de bewoners in West-Friesland, Noord-Kennemerland en omgeving om zich te verweren tegen het water.
Lassooy: „In die jaren gebeurt er ontzettend veel met het landschap. De stijging van de zeespiegel, de vorming van de jonge duinen, kustafslag, veenontginningen, het inklinken van het land en stormvloeden. Bij één stormvloed is zelfs sprake van meer dan 100.000 dodelijke slachtoffers. Onvoorstelbaar.”

Wonderverhalen

Voor zijn boek heeft Lassooy gebruik gemaakt van allerlei oude kaarten en actuele bodemkaarten. Deze informatiebronnen zijn naast wonderverhalen over het leven van Adelbertus gelegd. Over Sint Adelbertus, de heilige die rond 700 in Egmond het christelijk geloof kwam prediken, is veel bekend. Zijn wonderverhalen zijn haast legendarisch. Peter Lassooy bracht de wonderen in verband met het landschap uit die tijd.
Aan de hand van die reconstructies beschrijft de Egmonder het veranderende landschap van Noord-Kennemerland en omgeving. „Daarnaast heb ik gebruik gemaakt van reproducties van etsen en schilderijen van oude meesters zoals Jacob van Ruisdael. Als je die doeken naast elkaar zet, herken je patronen.”
Van grote invloed op de vorming van het landschap in Hollands Noorderkwartier (het gebied van Noord-Holland boven het IJ) was het zeegat van Bergen. In 2000 voor Christus lag tussen Castricum en Bergen een groot zeegat. Het reikte tot ver in West-Friesland. Kronkelige kreken drongen door tot diep in het oosten. Dorpen als Schellinkhout hebben zich later gevormd op drooggevallen kreekruggen.

Moerasbos

Er ontstond langzamerhand een groot, zompig veengebied. Dat was vermoedelijk begroeid met moerasbos. Plaatsnamen als Nibbixwoud, Hoogwoud, Midwoud, Oostwoud en Westwoud herinneren daaraan. Op bewoonbare gedeelten in het Noorderkwartier vestigden zich Friezen. Het Flevomeer - later Almere genoemd, de voorloper van de Zuiderzee - was die tijd een binnenmeer, nog zonder open verbinding naar zee. Men kon lopend door de bossen, met een plank onder de arm om een enkele kreek over te steken, het Friesland van nu bereiken. Beekjes en veenriviertjes als de Schermer en de Beemster zorgden voor ontwatering. In de vroege middeleeuwen (450-1000 na Christus) nam de bevolking sterk af. Een van de oorzaken was een algemene vernatting. Dergelijke ontwikkelingen geeft Peter Lassooy in zijn boek duidelijk herkenbaar aan op een flink aantal kaarten.
Extreem droog daarentegen was de tiende eeuw. De veengebieden werden toegankelijk. In het Noorderkwartier werd begonnen aan een grootschalige ontginning. In een paar honderd jaar was het complete veenpakket in cultuur gebracht. Op een aantal plaatsen in West-Friesland is het toen ontstane cultuurlandschap nog goed te herkennen.

Omringdijk

De ontginningen maakten op den duur natuurlijke afwatering onmogelijk. Mensen probeerden zich te weren door de aanleg van terpen. Die werden met dijken met elkaar verbonden, zo schetst Lassooy. Rond 1250 was er sprake van een gesloten Westfriese Omringdijk. Deze dijkring was allerminst een garantie voor droge voeten. Stormvloeden in de twaalfde en dertiende eeuw, en ook later, stelden de bewoners voor enorme problemen. In 1287 werd geheel West-Friesland overstroomd. Bijna honderd jaar later, in 1375, brak de Westfriese Omringdijk door op verschillende plaatsen. Bij de grootste ramp, de Allerheiligenvloed in 1570, werd bijna geheel Noord-Holland één groot meer. Dijken en dammen werden aangelegd, vaak onder invloed van monniken van de Egmondse abdij. De abdij wilde haar vele bezittingen beschermen. Voorts was de abdij kapitaalkrachtig genoeg om enorme hoeveelheden woeste grond om te zetten in cultuurland. De abdij beleefde in de dertiende eeuw haar grootste bloei. Daarna trad verval in.

Nieuw land

Het onstuimige water kon pas met de ingrijpende inpolderingen en droogmakerijen in de jaren 1550-1650 enigszins worden getemd. In die periode is in het Noorderkwartier bijna 30.000 hectare nieuw land verkregen.
Lassooy is sinds 2002 bezig geweest met de studie van de ontwikkeling van het landschap rond Egmond. Het resultaat is een prachtig vormgegeven boek met veel afbeeldingen van oude kaarten, etsen, gravures en schilderijen. „Het is geen wetenschappelijk werk”, benadrukt de Egmonder. „Ik heb geprobeerd er een leesbaar boek van te maken.” Het boek bevat ook een voorlopige kaart van het Monnikenpad. Dit 8-kilometer lange pad, begin- en eindpunt bij de Adelbertusakker, voert de wandelaar langs de hoogtepunten van het middeleeuwse Egmond en de abdij.
Met dit initiatief wonnen Lassooy en zijn stichting de Landschapsprijs van Noord-Holland.

Ruimte voor water

Terpen, dijken, droogmakerijen, inpolderingen en grote gemalen ten spijt, het water geeft zich nog steeds niet gewonnen. Peter Lassooy: „Het land zakt nog steeds en door klimaatveranderingen wordt extremer weer verwacht.
De nieuwe strategie van de overheid is nu: we moeten ons aanpassen aan het water. Water moet de ruimte krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. Dat is wel wennen, om land prijs te geven aan water.”
Het boek ‘Monnikenwerk’ kost 24,95 euro. Voor verkoopadressen zie www.wielenmaker.nl.

 


Hé, is dat Westfries?

523. Ik vond dat toneelstuk skoftig mooi (heel erg, buitengewoon).
Opm.: Dit woord is de laatste decennia in West-Friesland in omloop gekomen.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.