Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » Westflinge » 2008 » 30 april

Wandelen door Obdam met schriftje uit 1778

Westflinge
De rubriek Westflinge richt de schijnwerper op het verleden van West-Friesland met een actuele aanleiding. Vandaag aandacht voor enkele Obdammers uit 1778 en de sporen die zij hebben achtergelaten.
(Eerder verschenen in het Noordhollands Dagblad, woensdag 30 april 2008.)

Door Ed Dekker

OBDAM – Niets in Obdam herinnert meer aan de Dekkers Hoeve. Deze fraaie stolp stond op het perceel Dorpsstraat 72, waar na de sloop van deze boerderij zo'n 35 jaar geleden een kantoorpandje is gezet. Stichting Oud Obdam-Hensbroek wijst op deze en andere verdwenen stolpen in Obdam, aan de hand van een bijzonder schriftje uit rond 1778.

Het schriftje komt uit particulier bezit en is enkele jaren geleden ontdekt. Het kwam boven water bij de familie Maars. Een verre voorvader, Pieter Maars, heeft rond 1778 een beschrijving gemaakt van alle Obdammer hoofdbewoners uit die tijd. Het schriftje waarin Pieter Maars zijn dorpsgenoten beschrijft, heeft de eeuwen overleefd.
Pieter Maars karakteriseert de Obdammers van zo'n 230 jaar geleden in 72 vierregelige versjes. Voor de Stichting Oud Obdam-Hensbroek heeft Piet Koenis de versjes uit de vergetelheid gehaald. Hij heeft er in het tijdschrift van Oud Obdam-Hensbroek al diverse malen over geschreven.
Deel 5 in deze serie ‘Dorpsgenoten’ is gepubliceerd in het recent verschenen nummer 12 van het blad.

Versluierd

„De versjes zijn soms heel duidelijk, soms wat cryptisch en versluierd”, zegt Piet Koenis. In de serie Dorpsgenoten wandelt Koenis over de Dorpsstraat in het laatste kwart van de achttiende eeuw en schrijft over bewoners uit die tijd. Met de rijmpjes van Pieter Maars als gids bij de wandeling.
In de nieuwe aflevering van ‘Dorpsgenoten’ richt Piet Koenis zich speciaal op afstammelingen van Jacob Jansz Dekker (1690-1742) en hun aanverwanten. Pieter Maars noemt er in zijn versjes drie: Cornelis Dekker, Pieter Aldertsz en Klaas Bakker. Pieter Aldertsz was de tweede echtgenote van Maartje Dekker, Klaas Bakker was getrouwd met Grietje Dekker. Cornelis, Maartje en Grietje waren kinderen van Jacob Jansz Dekker.
Met het waardevolle schriftje van Pieter Maars als uitgangspunt heeft Piet Koenis veel informatie verzameld over de personen van de versjes. Koenis beperkte zich niet tot de beschreven situatie van rond 1778. Van veel genoemde personen volgde hij via diverse archieven verder het spoor en kwam daarbij vaak uit in de huidige tijd.

Vader op zoon

Koenis achterhaalde dat Cornelis Dekker boerde op het perceel Dorpsstraat 74. Op deze plek staat nu een particulier woonhuis. De boerderij Dorpsstraat 74 is altijd in het bezit gebleven van de familie Dekker. Het eigendom ging van vader op zoon. Rechtstreekse afstammelingen van Cornelis Dekker (overleden in 1788) waren de laatste eigenaren van deze stolp: de gebroeders Olof (1883-1952) en Michiel (Chiel) Dekker (1884-1969) . Oudere Obdammers herinneren zich deze broers. De boerderij is in 1965 afgebroken. In 1853 bouwde familie Dekker in de boomgaard naast de oude boerderij een tweede stolp, Dorpsstraat 72. Ook deze boerderij is altijd in handen gebleven van de familie Dekker. Dit was de Dekkers Hoeve. Jan Dekker Pzn. (geboren in 1936) was de laatste boer op deze plek. In 1970 had de gemeente Obdam zijn land nodig voor uitbreiding en moest Jan Dekker zijn veehouderij beëindigen.

Verbrand

Pieter Aldertsz woonde in 1778 op de boerderij Dorpsstraat 44, als weduwe van Maartje Dekker. Deze imponerende stolp verbrandde op 10 juni 1990 tot op de grond. De monumentale boerderij behoorde tot de mooiste stolpen van het dorp.
Als we het versje van Pieter Maars mogen geloven, was Pieter Aldertsz een bijzonder godvruchtig man die iedere dag naar de kerk ging om de ‘misdienst te horen’. In die tijd moest hij hiervoor naar de schuilkerk aan de Lutkedijk, aldus Koenis.
Het werk op de boerderij liet hij, volgens het versje, graag over aan zijn personeel. Hij zat kennelijk liever in de kerk dan dat hij zich bezighield met het boerenwerk.
Over Pieter Aldertsz rijmde Pieter Maars:
‘En ik gaan daaglijks na de kerke
de misdienst hooren zoo men zeid
mijn meid en knegt die moete werken
ik kan daar ook wel vrij van sijn’.
De boerderij van Pieter Aldertsz kwam in 1953 in handen van Jan van der Molen.
Klaas Bakker, zwager van Pieter Aldertsz, woonde in 1778 op Dorpsstraat 39. Deze stolp bestaat nog steeds. De huidige bewoner is de familie Blankendaal van het gelijknamige loonbedrijf.
Deze boerderij is misschien de oudste stolp van Obdam. Het pand wordt al genoemd in een oude grondlegger uit 1708.

 


Hé, is dat Westfries?

265. Voor de kerstdagen kochten we 'n pondje volvette meshanger (jonge, vette kaas, die aan 't mes blijft hangen).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.