Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek

Landelijk Schoon Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg

Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Westflinge » 2007 » 12 december

De chocoladepot voor de winteravonden

Westflinge
De rubriek Westflinge richt de schijnwerper op het verleden van West-Friesland met een actuele aanleiding. Vandaag aandacht voor het boerenleven van weleer.
(Eerder verschenen in het Noordhollands Dagblad, woensdag 12 december 2007.)

Door Ed Dekker

BENNINGBROEK – Het was de trots van de boerin, de pronkkamer. Allerlei mooie voorwerpen hadden hun vaste plekje in dit vertrek van het voorhuis van de stolpboerderij. Een prominente plaats was er voor de glazen kast met daarin het porselein, glas en zilver. Het fenomeen pronkkamer is goeddeels verdwenen.

De pronkkamer met al zijn pracht en praal wordt belicht door de historische vereniging Sijbekarspel-Benningbroek. Allerlei meubels en voorwerpen, maar ook gebruiken, worden beschreven in de editie 2007 van het jaarboek ‘Lijnen door de tijd’. Dat gebeurt in het artikel ‘Het boerenleven van weleer’.
Het artikel is gebaseerd op een lezing die Jannie Stapel-Bras uit Benningbroek in 1967 hield voor de Plattelandsvrouwen van Sijbekarspel en Benningbroek in café De Roode Leeuw. Zij richtte zich vooral op de periode tussen grofweg 1850 en 1925. Het artikel is geïllustreerd met foto's die gemaakt zijn door oud-Benningbroeker Jan Bouman.

l'Esperance

Jannie Stapel, geboren in 1909 en overleden in 1991, bewoonde jarenlang de historisch belangwekkende boerderij l'Esperance aan de Dr. de Vriesstraat. In deze stolp woont nu Casper Westerveld. Hij heeft daar ook zijn huisartsenpraktijk.
De boerderij is rond 1835 gebouwd voor Pieter Winkel (1801-1856). Deze veehouder stond bekend als ‘Pieter Almachtig’. Hij was burgemeester en bekleedde een aanzienlijk aantal bestuursfuncties, onder meer bij het waterschap. Jannie Bras was in 1930 getrouwd met Simon Stapel. Zij kregen een zoon, Cees. De lezing die de Benningbroekse gaf in 1967 is op papier bewaard gebleven. Een deel van de lezing is weergegeven in het jaarboek 2007 van de historische vereniging. Haar verhaal geeft een indruk van meubels en gebruiksvoorwerpen die voorkwamen in de vroegere boerenstand.

Op kousen

In haar lezing wandelde Jannie Stapel door verschillende vertrekken in de stolpboerderij. Op de vloer van de pronkkamer lag een wollen kleed. Je mocht daar alleen, vertelde zij, op kousen lopen. Als er volk kwam, dan mocht je je schoenen aanhouden.
Het porselein, glas en zilver kwamen mooi uit in de glazenkast. Grote stopflessen van geslepen kristal waren voor wijn of sterke drank, de kleine flessen voor likeur of rum. Er stond ook een suikerpot uit 1830, een boerenjongenspot uit 1894 en een bowlstel uit 1925.
Ieder boerengezin had een chocoladepot. Samen met buren of vrienden werden in de winter 's avonds liters chocolademelk gedronken. Dan kwam ook de koektrommel op tafel. Goed gevuld met speculaas, gekocht van venters. In de wintermaanden kwamen wel vijf of zes venters langs de deur met grote trommels speculaas, taai en pepernoten.

Theestoof

Jannie Stapel sprak ook over een tafeltje uit 1894 in de pronkkamer, gemaakt door dorpstimmerman Arie Waterdrinker. Naast het tafeltje stond als sier, ooit gebruikt door grootmoeder, een theestoof. Met een koperen keteltje werd water verwarmd door turfkooltjes.
Op een ander tafeltje stonden gebruiksvoorwerpen van grootvader, zoals een quadrilledoos. Quadrille is een kaartspel, heel moeilijk te leren.
„Het werd dan ook niet veel gespeeld. Het is verdrongen door pandoeren, eenentwintigen en klaverjassen”, aldus Jannie veertig jaar geleden.
In de bedstee in de boerderij van vroeger hing een beddenkwast, om je aan op te trekken. Voor de bedstee stond een beddenbankje. Op de beddenplank stond een olielampje of een kaars. In de jonge tijd van Jannie werd de petroleumlamp nog steeds gebruikt. „Sommige hanglampen waren voorzien van koper en beschilderd glaswerk. Dit glas nam veel licht weg, maar men was niet veel licht gewend in die tijd.”

Iets wonderlijks

„Electrisch licht, wat we kregen, was iets wonderlijks. Men was er erg zuinig mee. In de kamer werd lang geschemerd bij het theelichtje, heel gezellig. Als in de koegang al een lampje van 25 watt brandde, mocht er nergens anders meer een lamp branden.”
De was werd gedaan op de koestal, het uitkoken in een mengketel. Het wassen met de hand gebeurde met wasbord en boender in de houten wastobbe op de wasschamel. Andere attributen voor een heldere was waren onder meer een bleekwaterkruikje, blauwsel en stijfsel.
Jannie Stapel-Bras is in 1987 gehuldigd, zij was toen 50 jaar lid van de Plattelandsvrouwen. Zij was in 1937 nauw betrokken bij de oprichting van de afdeling Benningbroek-Sijbekarspel. Jannie en Geer Wijdenes-Pluister werden bij de oprichting ‘voorloopsters’ genoemd. Beiden zaten echter niet in het eerste bestuur.

Engelse ziekte

Het jaarboek 2007 ‘Lijnen door de tijd’ schenkt ook aandacht aan het 70-jarig bestaan van de Plattelandsvrouwen. De officiële naam is veranderd in ‘NBvP Vrouwen van Nu’. Op de eerste bijeenkomst na de oprichting in 1937 stond een lezing van dokter De Vries op het programma. Het onderwerp was ‘Engelse ziekte en hoe haar te voorkomen’.
De leden gingen in de zomer van 1937 op excursie naar zuivelfabriek Aurora in Opmeer en de Ringers Fabrieken in Alkmaar. Beide ondernemingen bestaan niet meer.
In de winter van 1948 werd bekend dat ‘ten behoeve van de Plattelandsvrouwen’ de burgemeester de straatlantaarns een uur langer laat branden, ‘zodat de dames niet in het donker naar huis behoeven te fietsen’.

 


Hé, is dat Westfries?

225. De kippen lopen allemaal te eizen (voedsel zoeken en oppikken).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.