Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Westflinge » 2007 » 5 december

Kaijer begon met ‘van alles een beetje’

Westflinge
De rubriek Westflinge richt de schijnwerper op het verleden van West-Friesland met een actuele aanleiding. Vandaag aandacht voor de familie Kaijer uit Hoogwoud.
(Eerder verschenen in het Noordhollands Dagblad, woensdag 5 december 2007.)

Door Ed Dekker

HOOGWOUD – Een rol flanel, een rol ongebleekt linnen, wat sokken en een sjaal. Met dit assortiment begon Veronica Kaijer, een weduwe met twaalf jonge kinderen, in 1937 in Hoogwoud een textielzaakje. Zeventig jaar later richt Wooncentrum Kayer zich op raamdecoratie, vloerbedekking, behang & schilderwerk, zonwering en slaapcomfort.

Voor 900 gulden had Veronica Kaijer artikelen ingekocht bij groothandel Kofa Spruit in Alkmaar. ‘Van alles een beetje’, noteerde Veronica in haar dagboek. Bij de opening van de winkel, op 12 november 1937, waaide de gaslamp uit. Elektrisch licht was er nog niet.
Het wel en wee van de Hoogwoudse familie Kaijer (soms ook geschreven als Kayer) is uitgebreid beschreven door de Stichting Hoochhoutwout.
Verdeeld over de jaarboeken 2007 (net verschenen) en 2006 legt auteur Martien Hoogland de nadruk op twee van de kinderen uit het gezin van Rikus en Veronica Kaijer, de zussen Mien en Tiny.

Drijvende krachten

Mien en Tiny waren jarenlang de drijvende krachten van de winkel op de hoek Burgemeester Hoogenboomlaan en Herenweg. Ook waren zij in het dorp nauw betrokken bij diverse sociale activiteiten en maatschappelijke organisaties als de Katholieke Actie en de EHBO. Wie de twee artikelen van Martien Hoogland leest, ziet het maatschappelijk en kerkelijk leven van Hoogwoud in het midden van de vorige eeuw aan zich voorbij trekken.
Het dagboek van Veronica Kaijer-Jong (1892-1980) is een waardevolle informatiebron. Zij was afkomstig uit Moerbeek (nu gemeente Niedorp) en trouwde in 1916 met Rikus Kaijer uit Hoogwoud. Het stel leerde elkaar kennen in café De Witte Valk van de familie Breed, waar nu Wooncentrum Kayer staat. Zij vond Rikus ‘wel een beetje mager, maar hij bleek een erg gezellige vrijer te zijn en het bleef aan’.
Boerenknecht, koetsier bij burgemeester Van der Steen uit Opmeer, chauffeur bij de Hanze (een groothandel voor katholieke winkeliers in het bisdom Haarlem), los werkman. De jonge Rikus Kaijer pakte alles aan voordat hij in 1924 met een eigen vrachtdienst begon. Hij vervoerde alles wat te vervoeren was. De kinderen moesten al gauw meehelpen. Rikus was aanvankelijk de enige in Hoogwoud met een vrachtauto.

Groot godsvertrouwen

Het gezin Kaijer was katholiek. Moeder Veronica had een groot godsvertrouwen. Bij tegenslag zei ze vaak: ‘Och kind, maak je maar niet druk, laat het maar aan boven over’. De oudste kinderen kregen op woensdagmiddag catechismusles. Dan moesten zij antwoorden op vragen als ‘waarom zijn we als mens op aarde?’
Met twaalf kinderen kwam Veronica in 1937 alleen te staan toen Rikus plotseling stierf aan zijn hartkwaal. ‘Je zult vader en moeder tegelijk moeten zijn’, kreeg de weduwe te horen van pastoor Bitter.
„Steunvreters wilden wij niet worden”, herinnert de nu 85-jarige dochter Mien zich.
Om aan de kost te komen, zag Veronica wel iets in de textiel. In die branche zat er wel eens een kwartje tussen de centen, had zij gehoord. De winkel (eerst aan het Zuid-einde) was altijd open, tot bedtijd. Veronica, die veel hulp van haar kinderen kreeg, verkocht de eerste jaren vooral lappen stof waar de vrouwen zelf kleren van maakten. Ze verkocht deze stof per meter, ofwel ‘aan het stuk’. Linnen was er in vele soorten en prijzen: licht en zwaarder, ongebleekt en gebleekt. Linnen werd gekocht door boerendochters die met hun zelfgemaakte uitzet pronkten tijdens theevisites.

Stukgoed

De weduwe Kaijer verkocht ook stukgoed voor mannenkleding. Dat was kleingoed voor werkkleding en verder flanel voor zomeroverhemden en wolflanel voor winteroverhemden.
De firma Bulthuis uit Hoorn leverde kleingoed, zoals sokken en handschoenen. De zaak van Bulthuis heette De Gekroonde Schaapjes.
De eerste jaren bestond het assortiment van Kaijer ook uit doodshemden. Na de oorlog werden mensen begraven in gewone kleding.
Mien en Tiny namen in 1950 de leiding over van moeder. Zij was oververmoeid na een zware periode waarin verschillende kinderen tbc hadden gehad. Zo verbleef dochter Jo twee jaar in een kuuroord in Davos om te herstellen. Met de twee zussen aan het roer breidde de winkel fiks uit. Ook de broers Jan, Anton en Gerard werkten in de zaak, laatstgenoemde het langste.
Na nieuwbouw in 1959 volgde in 1974 een forse uitbreiding. Schaatskampioene Atje Keulen-Deelstra verrichtte toen de officiële heropening. Enkele jaren voor haar huwelijk in 1979 stopte Tiny (nu 82) met de winkel. Mien volgde haar in 1984.
Op 1 december 1984 deden Gerard Kaijer en zijn vrouw de zaak over aan het personeel. De naam Kaijer bleef bestaan, zij het als Kayer. De huidige eigenaren van Wooncentrum Kayer zijn Sjaak en Marlies Berkhout-Koelemeijer en hun zoon Joost.

De Graal

De zussen Mien en Tiny Kaijer zijn heel actief geweest in het kerkelijk en maatschappelijk leven. Zij waren als jonge meiden aangesloten bij De Graal. Deze landelijke beweging was gericht op de vorming van de jonge katholieke vrouw. De afdeling Hoogwoud-Opmeer bestond van 1934 tot 1946. De leden bezochten Graalweekenden – of katholiekendagen – in het Missiehuis te Hoorn.
Na De Graal ontstond in Hoogwoud-Opmeer de Katholieke Actie. Deze groepering richtte zich op steun aan katholieke gezinnen en ijverde voor verdieping van het katholieke geloof. Tiny werd in 1955 leidster, Mien was toen al assistent-leidster.
Begin jaren vijftig hebben de zussen in Hoogwoud een Lourdes-afdeling opgericht. „Je ging de huizen langs voor geld om een of meer mensen naar Lourdes te laten gaan”, vertelt Mien. De vrouw van Gert Oud was de eerste die ‘te bedevaart’ ging.
Ook probeerden de Kaijers een goede verhouding tussen protestant en katholiek in het dorp te bevorderen. Zij namen daarom het initiatief tot oecumenische vieringen. Andere initiatieven van de zussen waren de EHBO, de ambulancedienst en het Hoogwoudse Rampencomité (dat hulp bood aan het Zeeuwse Poortvliet na de watersnoodramp in 1953).

Levensverhaal

En nu? „Ik ben bezig mijn levensverhaal op te schrijven”, vertelt Mien. „Zoals mijn moeder een dagboek heeft bijgehouden.” Mien is gevorderd tot de oorlog.

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.