Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek

Landelijk Schoon Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg

Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Westflinge » 2007 » 17 oktober

Aan het werk met de kwaadzak en moordenaar

Westflinge
De rubriek Westflinge richt de schijnwerper op het verleden van West-Friesland met een actuele aanleiding. Vandaag aandacht voor het gereedschap dat tuinders vroeger gebruikten.
(Eerder verschenen in het Noordhollands Dagblad, woensdag 17 oktober 2007.)

Door Ed Dekker

GROOTEBROEK – Een kwaadzak. Een ruggig sjouwtje, een rug trekken. Een moordenaar. Welkom in de wondere wereld van de tuinders in de tijd van voor de ruilverkavelingen. Met Meindert Reus (65) uit Grootebroek op stap in een bijna vergeten tijdperk.

Op stap in het nieuwe boek van Meindert Reus, ‘Gereeskip, zô ging ut toendertoid’. Hij heeft dit fotoboek (80 pagina's, 175 afbeeldingen) samengesteld aan de hand van zijn omvangrijke verzameling oud tuindersgereedschap. Het boek geeft een treffend beeld waarmee en hoe vroeger de landerijen werden bewerkt.
Een baggerschop, modderkar, snijhekkel, ‘strukketrekker’, zaaischotel, veel oudere West-Friezen in tuindersdorpen zullen met dergelijke voorwerpen hebben gewerkt. Meindert weet er alles van. Hij was jaren bouwer. „Al op 15-jarige leeftijd, in 1957, had ik al een vaste baas. In die tijd werkten heel veel mensen op het land. Je was tuinder of je werkte bij een tuinder.”

Uitgekweekte wal

„Machines waren er toen nog niet veel. Sommigen hadden een freesmachine en dat was het. In de winter werd er gespit, twee diepen diep. De wal werd uitgekweekt en greppels werden uitgestoken. Vele dagen liep je met de rolschoffel door de uien”, herinnert hij zich van zijn jonge tijd. Twee diepen diep? Uitgekweekt? Al deze – voor de leek onbegrijpelijke – termen worden uitgelegd in ‘Gereeskip, zô ging ut toendertoid’. Het boek stoft vrijwel verdwenen tuindersgereedschap af en toont hoe dit gereedschap werd gebruikt. Dankzij deze aanpak is een waardevol tijdsdocument ontstaan.
De meeste foto's zijn nieuw. Met zijn vrouw Sjany achter de camera hebben Meindert en enkele ingehuurde figuranten, zoals kleinzoon David, tientallen demonstraties gegeven. We zien buurman Paul Oud in de weer met de snijhekkel, om riet in de sloot weg te snijden en uit te halen.
Het bouwersgoed zit Paul Oud als gegoten. In een manchester broek en mouwvest, compleet met alpinopet en klompen gaat de Grootebroeker op een andere foto strukken te lijf met een strukkentrekker. Strukken zijn restanten van geoogste kool die op het land achterblijven. Die werden in het vroege voorjaar uit de grond getrokken. Ze werden, legt Meindert Reus in zijn boek uit, na droging vaak gebruikt voor het aanmaken van de kachel. „De strukken voor de kachel van mijn opoe haalde ik altijd bij een oom”, herinnert hij zich.

Schuitenmakers

Schuitenmakers waren onmisbaar in de tijd dat Het Grootslag en andere polders vaarpolders waren. De landerijen moesten met de schuit worden bereikt. In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw was in Het Grootslag de concurrentie groot. Schuitenmakers in die tijd waren in Wervershoof Zwart en Vertelman, in Andijk De Wit, Veen, Op 't Land en Krul, in Enkhuizen Van de Beldt, Heyman en De Vries, in Broekerhaven Mol, Jordens, Botman en Botman, in Grootebroek Botman en Deseaunois, in Lutjebroek Van den Berg, in Hoogkarspel Vertelman en in Medemblik Op 't Land.
Het uitkweken van de wal, wat was dat? Als de vorst uit de grond was, werd de slootwal ontdaan van riet en gras. Dat werd gedaan met een greep. Ook voor het losmaken en spitten van grond werd de greep gebruikt.
Met een zinken zaaischotel – op de buik, hangend om je nek – werd kunstmest gestrooid. Wie palen uit de grond wilde halen, pakte een moordenaar. De moordenaar werd om de paal geplaatst en de tanden zetten zich vast in het hout. Door te draaien kwam de paal los.

Water in wentel

Hoe gaf je een wentel extra gewicht? Simpel: door deze te vullen met water. Met een wentel – een brede rol – werd de grond aangedrukt om het land zaaiklaar te maken. Een roller is heel wat anders. Een roller is een apparaat van hout met latjes om de afstand tussen de regels op de bouw aan te geven.
Een andere vraag: wat is een aanaarder of – op z'n West-Fries – aneerder? Met dit werktuig trok de tuinder een rug en hield 'm in de juiste vorm. Aardappelen werden – en worden – op ruggen (opgehoogde grond) verbouwd. Twee man waren nodig om een hogere rug te trekken. Met twee messen bevestigd kon de aanaarder worden gebruikt voor het bestrijden van onkruid.
Een prachtige naam, kwaadzak. Zieke of besmette tulpen werden lopende voort in de kwaadzak verzameld. De ijzeren ‘dievesteker’ was een van de eerste hulpmiddelen voor het verwijderen van zieke tulpen. Een ‘ruggig sjouwtje’ was tulpenkoppen. Het machinaal koppen maakte het lopen door het tulpenveld met de prikmand overbodig.
De dulf diende voor het natgooien van de plantentuin. Het koolzaad werd gezaaid in bakken met daarop broeiramen. De bakken werden voor het geven van water langs de slootkant gezet.

Hort

Een viertander (om aardappelen te rooien), de koperen rugspuit (voor het bespuiten van allerlei gewassen), de modderrol (om tulpen te ontdoen van modder), de hort (om grove producten uit te zoeken), de rolschoffel (te vergelijken met een grasmaaier), allerlei gereedschap van toen wordt belicht.
Een van de eerste gemotoriseerde werktuigen was de Colwood. Met dit wonder der techniek kon de tuinder eggen, aanaarden en onkruid bestrijden.
Werken met de zicht en de rekel, bonen dorsen, kaf opscheppen, aan de hand van foto's legt Meindert Reus precies uit hoe alles voorheen werkte. Tulpen bouwen langs de plank, de pennen verplaatsen van de regelhaalder, de kruimelschop om te draineren, de hefwagen als geweldige uitvinding, aan vele facetten van het vroegere tuindersleven wordt aandacht besteed. Inclusief een overzicht van oude landnamen in Het Grootslag.

’Gereeskip, zô ging ut toendertoid’ is een uitgave van uitgeverij Toen en Thans te Grootebroek. Samensteller Meindert Reus reikt zaterdag 27 oktober het eerste exemplaar uit aan wethouder Lydia Groot van Stede Broec. Bij voorintekening kost het boek 17,95 euro. Voorintekenen kan tot 29 oktober. In de losse verkoop is de prijs 22,95 euro.
Voorintekenen kan bij Meindert Reus, Meidoornlaan 25, telefoon 0228-512505.

 


Hé, is dat Westfries?

804. 't Hele hussie (de hele boel, alles bij elkaar) was geen cent waard.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.