Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Westflinge » 2007 » 11 juli

Dirk Gleysteen, een Hoornse stadsijker

Westflinge
De rubriek Westflinge richt de schijnwerper op het verleden van West-Friesland met een actuele aanleiding. Vandaag aandacht voor oude maten en gewichten en Hoornse stadsijkers.
(Eerder verschenen in het Noordhollands Dagblad, woensdag 11 juli 2007.)

Door Ed Dekker

HOORN – Arie Appel heeft iets met maten en gewichten. De 56-jarige Enkhuizer verzamelt al zo'n veertig jaar deze voorwerpen. Om meer te weten te komen, dook hij in het Westfries Archief. Daar deed hij allerlei ontdekkingen. Zo stuitte hij op Dirk Gleysteen, in het begin van de negentiende eeuw stadsijker van Hoorn. Stadsijker?

Over de resultaten van zijn speurtocht in de archieven heeft Arie Appel een artikel geschreven. Het verhaal is gepubliceerd in het jongste nummer van Oud Hoorn. Het stuk in het kwartaalblad van deze vereniging verscheen eerder in het blad Meten & Wegen van de Gewichten en Maten Verzamelaars Vereniging.
Met zijn publicatie richt Arie Appel de aandacht op een voor velen onbekend fenomeen. Wie van niets weet, zijn artikel in Oud Hoorn leest, hoort over zijn hobby en surft op internet, valt van de ene verbazing in de andere. Jaarletters van Hoorn, weggestuurde maatverdelingen, stadstekens, er gaat een geheel nieuwe wereld open.

Dubieus

Wat te denken van vroegere praktijken van handelaren? Sommigen goten tin in de holtes van gewichten, om de kopers af te schepen met minder goederen. Aan – beëdigde – stadsijkers de taak om gewichten te controleren op juistheid en dubieuze werkwijzen te stoppen.
Arie Appel bezit een indrukwekkende verzameling oude maten en gewichten. Een aantal van deze historisch waardevolle objecten zijn op foto's te zien in het blad van Oud Hoorn. De Gewichten en Maten Verzamelaars Vereniging is opgericht in 1973 en telt 320 leden.
Eerst even iets over de voorgeschiedenis. Met de opkomst van de eerste steden en de handel eind twaalfde, begin dertiende eeuw groeide ook de roep om controle op de maten en gewichten waar handelaren mee werkten. Stel je voor dat jouw schepel (10 liter) graan toch geen schepel is, je zou je bekocht voelen.

Eigen ijkmerk

Het controleren van gebruikte maten en gewichten heet ijken. De stadsbesturen namen vanaf de dertiende eeuw de verantwoordelijkheid op zich. Net als andere steden had Hoorn een stadsijker in dienst. Deze functionaris controleerde maten en gewichten. Goedgekeurde maten en gewichten kregen een stempel van de ijker. Bij de eerste ijk mocht de ijker het gewicht voorzien van zijn eigen ijkmerk. Deze praktijk duurde tot 1870. Een speciale opleiding had de ijker niet nodig. Wiskundige belangstelling was meegenomen.
In de loop van de eeuwen is een veelheid aan merken gebruikt. De jaarletters (ijkletters) zijn daarvan het belangrijkste. Nederland voerde vanaf 1820 enkele alfabetten, vanaf 1975 gevolgd door halve jaartallen.
Onder koning Willem II werd in 1820 het metrieke stelsel ingevoerd. Dit was een uniform stelsel van maten en gewichten, met de liter, de meter en het gram. Langzamerhand verdwenen oude maten en gewichten, zoals een pint, kroes, pond, el, roede, morgen, groot en klein honderd.
Het IJkwezen werd belast met het toezicht op de invoering van het nieuwe metrieke stelsel en de ijking van de nieuwe maten en gewichten. Later veranderde de naam van het IJkwezen in het Nederlandse Meetinstituut.
Het gebruik van maten en gewichten loopt terug doordat de meeste producten tegenwoordig zijn voorverpakt.
„Duizenden’, antwoordt Arie Appel op de vraag hoeveel objecten zijn verzameling telt. Allerlei gewichten, inhoudsmaten, lengtematen, weegschalen, balansen, urnsters, zijn hele huis is er mee bezaaid.
Appel, geboren en getogen in Enkhuizen, heeft zijn collectie opgebouwd dankzij archeologische vondsten en het bezoeken van beurzen en veilingen. „Een van mijn nieuwste aanwinsten is een ellemaat uit Hoorn van 1688, dit voorjaar gekocht op een beurs.”
Het artikel van Arie Appel in Oud Hoorn telt bijna elf pagina's. Met zijn onderzoek in het Westfries Archief naar de ijkletters van Hoorn gaat Appel verder waar een voorganger van hem was gestopt in het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw.
Deze onderzoeker, K. Zevenboom, had in het Westfries Museum op messing gewichten, houten inhoudsmaten en houten ellematen jaarletters gevonden. De letters waren soms vergezeld door jaartallen, steeds samen met het ijkmerk ‘hoorn’: een afbeelding van een jachthoorn met draaglint. Deze afbeelding is ontleend aan het stadswapen.

Stok van 711 millimeter

Ook Appel heeft de maten en gewichten in het Westfries Museum onderzocht. Hij beschrijft in zijn artikel een ellestok met daarop aangegeven 1737-X-1769, met op de andere zijde de letter O. Deze letter hoort bij het jaartal 1737. Een andere ellestok is voorzien van de aanduiding hoorn-A-1781. De lengte van de stok is 711 millimeter.
Op zoek naar aanvullende informatie worstelde Appel zich in het Westfries Archief door een stuk of dertig oude keurboeken. In deze eeuwenoude boeken staan allerlei stadsverordeningen. In een keur van 1528 wordt als enige ijkmerk het stadsteken genoemd. Jaarletters komen pas voor in een keur van 1560. Een keur uit 1753 schrijft voor dat de pegel van de tinnen maten een ‘Hoornsche halve Hout-duym beneden de rand’ zitten, in plaats van één duim.
Appel heeft een overzicht samengesteld van jaarletters van Hoorn. Deze letters zijn afgeslagen op metalen voorwerpen. Ook geeft hij een opsomming van stadsmerken van Hoorn, gebruikt tussen eind zestiende eeuw en begin negentiende eeuw. Deze merken zijn afgeslagen op voorwerpen van lood, messing en tin. Loden gewichten, blokgewichten, ijkmerken, gedraaid houten maat, Arie Appel heeft zijn artikel rijk geïllustreerd.

Jan Kist

Hoorns stadsijker Dirk Gleysteen, op wie Arie Appel stuitte, was actief in het begin van de negentiende eeuw. Een van zijn voorgangers was Jan Kist. Deze stadsijker stierf in 1765.
Onderzoeker Zevenboom noemde in 1953 als ijkmeesters van Hoorn Cornelis Poth, Hendrick Cornelisz Poth, Claes Jansz Engelsman (benoemd in 1641), Jan Henicke en Pieter van Ophem.
Het kwartaalblad van de vereniging Oud Hoorn is voor 5,70 euro los verkrijgbaar in de winkel van Oud Hoorn, Onder de Boompjes 22 (open dinsdag, donderdag en zaterdag, 10-16 uur). De prijs per exemplaar is voor leden 4,55 euro.
Voor meer informatie over de Gewichten en Maten Verzamelaars Vereniging zie www.gmvv.org.

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.