Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek

Landelijk Schoon Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg

Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Westflinge » 2007 » 4 juli

De bijna vergeten ‘Bosmanmolentjes'

Westflinge
De rubriek Westflinge richt de schijnwerper op het verleden van West-Friesland met een actuele aanleiding. Vandaag het jaarboek 2007 van het Westfries Genootschap met veel aandacht voor molens.
(Eerder verschenen in het Noordhollands Dagblad, woensdag 4 juli 2007.)

Door Ed Dekker

HOORN –Nooit zijn ze opgevallen in het West-Friese landschap.
Bosmanmolens. Kleine poldermolens, volautomatisch werkend. Enkele honderden Bosmanmolens hebben er gedraaid in West-Friesland. Er zijn er nog maar weinig van over. Het nieuwe jaarboek van het Westfries Genootschap belicht dit bijna vergeten fenomeen.


Het jaarboek 2007 van het Westfries Genootschap staat voor een flink deel in het teken van molens. Niet vreemd, 2007 is het Jaar van de Molens. Het jaarboek – nummer 74 – is afgelopen zaterdag gepresenteerd in Oosterblokker. Molenaar Eric Dudink kreeg uit handen van genootschapsvoorzitter Ina Broekhuizen-Slot het eerste exemplaar overhandigd in ‘zijn‘ molen, De Krijgsman.
Dik Bosman was een van de aanwezige gasten bij de presentatie in ‘t Krijgshuis, het bezoekerscentrum van de meelmolen aan de Noorderdracht. De Zuid-Hollander is de zoon van de oprichter van het bedrijf Bosman Watermanagement BV te Piershil.
Het bedrijf heeft sinds het begin van de jaren dertig van de vorige eeuw meer dan 10.000 Bosmanmolentjes vervaardigd. Enkele honderden daarvan zijn er in West-Friesland terechtgekomen. Vooral in niet-verkavelde gebieden bewezen de molens, steunend op een betonnen voetstuk, boeren en tuinders goede diensten.
Bosman Watermanagement produceert de karakteristieke poldermolentjes nog steeds. Vorig jaar zijn er negen geplaatst in het natuur- en weidevogelgebied Jisperveld.
Het nieuwe jaarboek opent met een beschouwing van Gerrit Keunen over molens. Keunen heeft 36 jaar gewerkt bij de molenafdeling van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Hij noemt de molen het stiefkindje van de monumenten.
Nederland telt 1236 molens als beschermd monument, voor het merendeel windmolens. Dit aantal is minder dan 10% van de molens die ooit in ons land draaiden. Het gebruik van windenergie – molens en zeilschepen – vormde de basis van de Gouden Eeuw.

Bron van zorg

Van de ongeveer 140 traditionele windmolens in Noord-Holland staan er 38 in het gebied binnen de Westfriese Omringdijk. Het behoud van de historisch waardevolle wiekendragers is een voortdurende bron van – financiële – zorg. ‘De molen‘, schrijft Gerrit Keunen, ‘is een tot de verbeelding sprekend cultuurhistorisch monument, waarvan met recht kan worden gezegd dat hij van ons allemaal is. Dat besef lijkt op overheidsniveau wat weggezakt‘.
Vandaar zijn verzuchting dat de molen het stiefkindje van de monumenten is. Een substantiële bijdrage van de overheid is essentieel voor het behoud van molens, concludeert Keunen.
Voorzitter Piet Roele uit Hoorn van de Stichting De Westfriese Molens beaamt het pleidooi volmondig. De stichting heeft veertien molens onder haar hoede: negen poldermolens, twee korenmolens en drie weidemolentjes. „Aan ons de taak”, vertelt Roele in het jaarboek, „om dat hele spul draaiende te houden. Dat valt niet mee.”
Stichting De Westfriese Molens is opgericht in 1965. De initiatiefnemers waren Dirk Breebaart (burgemeester van Hoogwoud en voorzitter van het Westfries Genootschap), ing. Koos Groot (directeur Gemeentewerken van Hoorn) en ds. Jan Verdonk (Nederlands hervormd predikant te Hauwert). Als afgevaardigde van Vereniging De Hollandsche Molen trad A.J. de Koning toe tot het eerste bestuur.
Als erelid is De Koning nog steeds nauw betrokken bij deze vereniging. Namens De Hollandsche Molen deed hij zaterdag bij de presentatie een woordje. De 85-jarige De Koning, wonend in Hoofddorp, is geboren in Zwaagdijk-West.

Oude kaarten

Een ander verhaal beschrijft molens in West-Friesland die staan vermeld op twee oude kaarten. Het gaat om een kaart uit 1575 en uit 1638. Die van 1575 is vervaardigd door Joost Jansz. Beeldsnijder, een Hollandse landmeter die in Spaanse dienst was.
De kaart van 1638 is opgesteld vanwege ernstige meningsverschillen over de dijkzorg in West-Friesland. Deze kaart toont langs de Westfriese Omringdijk tussen Aartswoud en Wervershoof liefst 24 molens. Daartoe behoorden de Copperhoorns molens, ten oosten van Lambertschaag. Deze drie molens stonden nabij een molensluis in de zeedijk.
Zonder molens geen polders. De 43 hectare grote Dergmeer in het Geestmerambacht nabij Oudkarspel behoort tot de eerste droogmakerijen ter wereld. Algemeen wordt aangenomen dat de Achtermeer bij Alkmaar de allereerste droogmakerij is. Dat meertje viel omstreeks 1533 droog en werd in 1536 in gebruik genomen. Enkele geschiedschrijvers gaan ervan uit, aldus het jaarboek, dat de Dergmeer heeft gefungeerd als proefpolder voor de Achtermeer.
De moderne windturbines zien sommigen als de traditionele windmolen van onze tijd. Binnen de Westfriese Omringdijk staan momenteel 66 turbines, met een gezamenlijk vermogen van 33 mW, zo leert het jaarboek. De hele provincie Noord-Holland telt 288 turbines (totaal 223 mW).
Het grootste windmolenpark draait in de Wieringermeer. Dit park is ontstaan uit samenwerking tussen energiebedrijf Nuon en 23 agrariërs. Met in totaal 96 windturbines (54 mW) staat de Wieringermeer als vijfde in de ranglijst van Nederlandse gemeenten waar de meeste windenergie wordt opgewekt.
Een van de eerste windmolens in West-Friesland werd in het begin van de jaren tachtig neergezet. Dat was een molen bij het bedrijf J. en P. Schouten Installatietechniek te Oosterblokker.
Ook bij houthandel Eecen te Oudkarspel stond die periode een windturbine op het bedrijfsterrein.
Het grootste windmolenpark (qua vermogen) binnen de Omringdijk is te vinden in de gemeente Koggenland, langs de Jaagweg tussen Avenhorn en De Hulk (zeven molens). Goede tweede is het parkje (acht stuks) langs de Provincialeweg N245 (Alkmaar-Schagen) bij Tuitjenhorn.

Grote impact

Stichting Landelijk Schoon West-Friesland, onderdeel van het Westfries Genootschap, pleit in het jaarboek voor een ‘uitsterfbeleid‘.
Voorzitter Mieke Peetoom-Slooves en secretaris Pieter van den Berge: „Mooi of lelijk, dat is subjectief. De impact van turbines op het landschap is ontegenzeggelijk groot en de bijdrage aan de oplossing van het energieprobleem is maar klein. Verschuif liever de subsidiëring van windenergie naar zonne-energie, biomassa en waterkracht.”
Bijval krijgen beiden van de voorzitter van het Nationaal Kritisch Platform Windenergie, Jim Mollet uit Ursem.

‘West-Friesland Oud & Nieuw‘, het 74e jaarboek van het Westfries Genootschap, telt 240 pagina's en is een uitgave van het genootschap in samenwerking met Uitgeverij Peter Sasburg te Midwoud. Gratis voor leden. Het is los verkrijgbaar in de boekhandel.

 


Hé, is dat Westfries?

523. Ik vond dat toneelstuk skoftig mooi (heel erg, buitengewoon).
Opm.: Dit woord is de laatste decennia in West-Friesland in omloop gekomen.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.