Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek

Landelijk Schoon Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg

Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Westflinge » 2007 » 30 mei

Van ‘armenbouwtjes’ tot Tuinstraat

Westflinge
De rubriek Westflinge richt de schijnwerper op het verleden van West-Friesland met een actuele aanleiding. Vandaag aandacht voor de vraag waarom de naam Hauwerterweg is veranderd.
(Eerder verschenen in het Noordhollands Dagblad, woensdag 30 mei 2007.)

Door Ed Dekker

HAUWERT – Niets is zonder reden en daarom blijft historie boeien. Historische verenigingen geven antwoord op allerlei vragen. Waarom is de straatnaam Hauwerterweg veranderd in Tuinstraat? Historisch Genootschap Hauwert geeft tekst en uitleg. De verandering heeft alles te maken met het fenomeen ‘armenbouwtjes’.

Van Hauwerterweg naar Tuinstraat. Het onderwerp klinkt weinig sprankelend, maar het verhaal achter deze verandering is voldoende interessant voor een uitvoerig artikel in het nieuwe jaarboek van Historisch Genootschap Hauwert. Nico Boots, secretaris van het genootschap, schrijft daarin over succesvolle pogingen van boerenarbeiders zich te ontworstelen aan een zeer armoedig bestaan en over het begin van kleine tuinbouwbedrijven.
Centraal in dit proces – dat zich in vergelijkbare mate ook op andere plaatsen heeft voorgedaan – staat de kerk, de Nederlands Hervormde Gemeente Hauwert. Als ‘projectontwikkelaar’ heeft de kerk de Hauwerterweg ontwikkeld tot een tuinbouwgebied voor boerenarbeiders. Een groot aandeel daarin had plaatselijk schoolmeester Klaas Ruyterman.

Annie Hoekstra

Deze ontwikkeling is eerder beschreven in het boek ‘Jan Duim, aarsom mit de wiele’, verschenen in 1965. Dit verhaal is van de hand van Annie Ter Horst-Hoekstra, als dochter van smid Jacob Hoekstra geboren in Hauwert. Het verhaal over ‘Jan Duim’ gaat over een boerenarbeider in Hauwert die gelegenheid krijgt zelfstandig tuinbouwer te worden.
'Jan Duim’ staat synoniem voor de vele boerenarbeiders die eind negentiende eeuw en begin twintigste eeuw een menswaardig bestaan konden opbouwen. Model voor de persoon ‘Jan Duim’ heeft zeer waarschijnlijk Piet Veerman gestaan.
Dominee Schuurman speelde in Hauwert een belangrijke rol. Hij onderkende in de tweede helft van de negentiende eeuw de erbarmelijke situatie van de plaatselijke boerenarbeiders. Zij waren doorgaans krap behuisd en hadden geen meter eigen grond. Alle grond behoorde bij het boerenbedrijf waarvan zij de arbeiderswoning hadden betrokken. Een klein stukje grond voor het telen van groente en aardappelen om deels zelf in hun eerste levensbehoefte te voorzien, daaraan hadden de boerenarbeiders behoefte.

Diakenen

Dominee Schuurman bracht het probleem voor het eerst ter sprake in 1885 in de vergadering van de kerkeraad. De kerk verhuurde landerijen aan boeren. Zij stonden niet te springen om land af te staan. Toch waren de diakenen uiteindelijk bereid een stuk land van de kerkvoogdij te verhuren aan arbeiders.
Voor de eerste huurders in 1885 stelde de diaconie geld beschikbaar om gereedschap en zaaigoed aan te schaffen. Meester Ruyterman stond de beginnende ‘volkstuinders’ terzijde met raad en daad. De bouwtjes gaven de arbeiders enige lucht. Voor de gelukkigen was de ergste armoede geleden.
De eerste armenbouwtjes, ook wel ‘kerkenbouwtjes’ genoemd, waren aan de Oostwouderweg (de huidige Heemraad Witweg). Tien jaar later, in 1895, zijn extra bouwtjes in gebruik genomen op de plek waar later de kaasfabriek is gezet.
De achttien huurders van de armenbouwtjes in 1917 waren W. de Boer, Jn. Koorn, A. Kos, F. Klay, W. Visser, D. Galis, D. Visser, K. Dekker, H. van Ree, P. Galis, G. Knol, J. Zwagerman, Jn. Vijzelaar, G. de Boer, P. Vijzelaar, W. Schuyt, Jb. Vijzelaar en C. Stapel.
De volgende stap was het overschakelen naar een eigen tuinbouwbedrijfje, met perspectief op een betere oude dag. Eerder wachtte arbeiders na een leven van hard werken het armenhuis, waar zij waren overgeleverd aan de bedeling.
Als eigen baas konden zij misschien nog wat sparen. Op initiatief van meester Ruyterman bood de kerk boerenarbeiders gelegenheid om zelfstandig tuinbouwer te worden. Van armoede naar een bestaansminimum.
Dank zij een hypotheek konden in 1912 percelen van 1 hectare en 15 centiare van de kerk worden gekocht. Deze percelen lagen aan de Hauwerterweg.
Twee van de voorwaarden waren dat een huis werd gezet op het perceel en dat zondag na acht uur ‘s morgens niet op het land mocht worden gewerkt.
De eerste acht kopers waren: P. Veerman (nu Tuinstraat 49), A. Zwagerman (47), C. Buy (45), L. Saal (12), C. Koster (10), K. Stapel (6), K. Kroon (41), J. Mantel (43). Piet Veerman was de eerste tuinbouwer aan de Tuinstraat.
Meester Ruyterman onderwees de nieuwbakken tuinderbouwers wat zij het beste, en hoe, konden verbouwen. De eerste jaren waren heel moeilijk voor de beginnende ondernemers. Na enkele jaren begon hun bedrijf winstgevend te worden.
Het kerkbestuur stelde later opnieuw land voor tuinbouwgrond beschikbaar. Gaandeweg werd de Hauwerterweg – omgedoopt tot het toepasselijke Tuinstraat – verder uitgebreid met tuindersspulletjes. Ook sommige veeboeren stapten over op de tuinbouw.

‘Bloementrek-kas’

Er werd geïnvesteerd in extra en nieuwe bedrijfsgebouwen. L. Saal, in 1912 behorend tot de eerste groep zelfstandig tuinders, bouwde een schuur in 1916 en 1925. A. Water volgde zijn vader op en breidde het bedrijf in 1930 uit met een ‘bloementrek-kas’. De gemeente liet in 1965 aan de Tuinstraat enkele twee-onder-een-kapwoningen zetten. Vooral de laatste decennia is de Tuinstraat ingrijpend van karakter veranderd. Van de ooit zo bloeiende tuinbouwbedrijfjes is Th. Hinrichs de enig overgebleven (deeltijd)tuinbouwer. Hij teelt op het bouwersspul van voorheen L. Saal onder meer zaden op contractbasis. De andere tuinderswoningen van veeleer zijn inmiddels allemaal door particulieren bewoond.
De armenbouwtjes aan de Heemraad Witweg hebben nog tot lang in de vorige eeuw gediend als volkstuin. Eind jaren tachtig stopte de kerk met het verhuren van de ‘bouwtjes’. Het voetbalcomplex heeft een deel van deze grond opgeslokt.

 


Hé, is dat Westfries?

615. Een paar van die echte brakken (rakkers, deugnieten) van schooljongens hadden m'n fiets opgeknapt. Ik gaf ze 'n bogie ('n pluimpje) en wat bokkeneuten (pinda's, sausjes). Ze gingen bloid (blij) op huis an (naar huis).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.