Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek

Landelijk Schoon Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg

Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Westflinge » 2007 » 4 april

Armoede te lijf op kolonie in Drenthe

Westflinge
De rubriek Westflinge richt de schijnwerper op het verleden van West-Friesland met een actuele aanleiding. Vandaag aandacht voor West-Friezen in de kolonie Frederiksoord te Drenthe.
(Eerder verschenen in het Noordhollands Dagblad, woensdag 4 april 2007.)

Door Ed Dekker

HOORN – Van alle 52 proefkolonisten bleef Klaas Visser uit Grootbroek het langst in Frederiksoord. Hij kwam in 1818 op deze toen gloednieuwe kolonie in Drenthe en werkte er tot zijn dood in 1863. Ook Jan Bult uit Enkhuizen behoorde tot de eerste lichting kolonisten. Met zijn gezin deserteerde hij in 1827.

De lotgevallen van Klaas Visser en Jan Bult worden beschreven in ‘De proefkolonie’. Dit boek handelt over een bijzonder project op het gebied van armoedebestrijding.
Aan het begin van de negentiende eeuw trokken gezinnen uit heel Noord-Holland naar Frederiksoord, een nieuw dorp in Drenthe. De in 1818 opgerichte Maatschappij van Weldadigheid wilde verarmde en verpauperde landgenoten uit hun toestand van ‘diepe ellende en daaruit spruitende zedelijke verbastering’ halen.
In een nog woest Drenthe zouden de kolonisten leren de eigen kost te verdienen met landarbeid. En daarmee zouden ze vanzelf betere mensen worden. Auteur Wil Schackmann uit Groningen vertelt in ‘De proefkolonie’ over het ontstaan van de Maatschappij van Weldadigheid en het leven van de proefkolonisten en de initiatiefnemers van het dorp Frederiksoord.
Hij toont hun hoop, verlangens en tegenslagen.

Medemblikker

Schrijver Schackmann heeft afgelopen week in Enkhuizen verteld over het leven van Jan Bult en zijn gezin in de kolonie. Hij was gast op een vergadering van de vereniging Oud Enkhuizen. Ook vertelde hij over andere proefkolonisten uit West-Friesland. Behalve Klaas Visser was dat Martinus Alblas uit Medemblik.
Het aantal behoeftigen in het begin van de negentiende eeuw in ons land was groot. De helft van de bevolking van Amsterdam behoorde tot de bedeelden. Met steun van Koning Willem I werd in Noord-Nederland een landbouwkolonie gevestigd ter bestrijding van armoede.

Huisje

De Maatschappij van Weldadigheid zorgde voor een huisje, een stuk land en de nodige materialen om op dat landje de eigen kost te verdienen. Een kwart van de eerste 52 gezinnen in de eerste proefneming Frederiksoord waren Noord-Hollanders. Naast Jan Bult uit Enkhuizen, Klaas Visser uit Grootebroek en Martinus Alblas uit Medemblik waren zij Klaas Tijmes uit Alkmaar, een huishoudster uit Edam, Pieter Arends uit Jisp, Johan Weender uit Zaandam, Jan Cornelis Westerveld uit Broek in Waterland, Gerrit Hogenbrink uit Weesp, drie Amsterdammers en een Haarlemmer.

Jongste kolonist

Bij zijn aankomst, eind 1818, is de 30-jarige Klaas Visser uit Grootebroek, geboren in Zwaag, de jongste kolonist. Hij is ‘met een, in zijnen kring, boven middelmatig verstand bedeeld’. Al snel werd hij benoemd tot onderopzichter. Hij werd uit deze functie ontheven toen ontdekt werd dat hij zich twee beddelakens had toegeëigend.
Later klaagde Klaas Visser dat hij zijn brood niet kon verdienen. Zijn kinderen waren tussen de twee en elf jaar: Jantje, Trijntje, Niesje, Dirkje en Grietje. De kinderen waren meer handenbindertjes dan dat zij konden helpen bij het land- en spinwerk. Het gezin kwam in aanmerking voor ‘onderstand’ (steun) en kreeg twee gulden per week extra. Later zou het gezin groeien tot twaalf kinderen. Jan Bult was in Enkhuizen een scheepstimmermanknecht. Hij was naar Frederiksoord gezonden door de subcommissie Enkhuizen van de Maatschappij van Weldadigheid. Ook hij werd, op 39-jarige leeftijd, benoemd tot onderopzichter.
Bult was de man die beesten slachtte op de kolonie. De proefkolonisten hadden een varken op stal om vet te mesten.

Repen spek

Dankzij het slachtende werk van Jan Bult hingen ‘s winters de repen spek aan de balken van de zoldering.
Zijn kinderen Boukje, Jakob, Jan en Katrina Bult kregen in 1821 een extra vermelding omdat zij op school bijzonder hadden uitgemunt in goed gedrag.
Met zijn gezin verliet Jan Bult in 1827 de kolonie. Hij vestigde zich als slachter ergens in Noord-Holland. Daar gingen zijn zoons de kost verdienen als slachter en koopman. Jan Bult kwam in de boeken van de Maatschappij als ‘gedeserteerd’.
Martinus Alblas was 50 jaar toen hij vanuit Medemblik in 1818 in Frederiksoord kwam, samen met zijn tweede vrouw en vier kinderen. Hij was geboren in Woubrugge. Na twee jaar kreeg hij de kwalificatie ‘weinig voor de arbeid geschikt’.
Na zijn overlijden in 1823 verlieten zijn weduwe en kinderen in 1825 de kolonie.

‘De proefkolonie’ is een uitgave van Uitgeverij Mouria te Amsterdam. Het boek telt 392 pagina's en kost 18,50 euro. Auteur Wil Schackmann studeerde politieke wetenschappen. Sinds 1987 richt hij zich volledig op schrijven.

 


Hé, is dat Westfries?

760. Om op 't land te komen moesten we over 'n smal steggie (smal brugje of bruggetje).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.