Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek

Landelijk Schoon Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg

Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Westflinge » 2007 » 14 februari

Straten Avenhorn danken naam aan korenmolen

Westflinge
De rubriek Westflinge richt de schijnwerper op het verleden van West-Friesland met een actuele aanleiding. Vandaag aandacht voor de vroegere korenmolen De Onderneming in Avenhorn en kaasfabriek Welgelegen in Grosthuizen.
(Eerder verschenen in het Noordhollands Dagblad, woensdag 14 februari 2007.)

Door Ed Dekker

AVENHORN – Wat hebben korenmolen De Onderneming in Avenhorn en kaasfabriek Welgelegen in Grosthuizen met elkaar gemeen? Meer dan het lijkt. Beide bedrijfjes bestaan niet meer. Ze hebben alle twee in het dorp hun sporen achtergelaten. En ze zijn ze beschreven door historische vereniging Hemony.

Altijd al afgevraagd hoe de straten in de nieuwbouw van Avenhorn aan hun naam komen. Koningsspil, Bonkelaar, Wieken, Buitenroede, Molenhof, daar moet een verhaal achter zitten. Duidelijkheid geeft het jongste nummer van de Veenhoperkogge, het jaarboekje van Hemony. Daarin doet bestuurslid Jan de Reus uit Avenhorn het verhaal achter de straatnamen uitvoerig uit de doeken.
Koren- en pelmolen De Onderneming is in bedrijf geweest van 1850 tot in 1913. Op de plek van de huidige boerderij West 14, aan de oostzijde van de hervormde kerk, is er meer dan een halve eeuw graan gemalen.
De onderneming was een initiatief van aannemer Arie Bakker uit Avenhorn en veehouder Jan de Groot uit Scharwoude. Beide mannen zijn geboren in Beets. Vlot gaven gemeente en provincie toestemming voor de bouw.

In Beets en Hoorn

De dichtstbijzijnde korenmolens stonden in Beets en Hoorn, dus vrees voor extra concurrentie werd weggewoven. Al meer dan vijftig jaar geleden had de naburige gemeente Grosthuizen haar molen verloren. Naaste buur Maartje Bregman, weduwe van Cornelis Spaans, had de gemeente Avenhorn geschreven dat zij geen problemen zou hebben met de bouw van de molen op het stuk weiland naast haar huis.
De molen, die de naam De Onderneming kreeg, was geheel van hout gebouwd. De te malen granen werden aangevoerd uit de verdere omgeving. In de gemeenten Avenhorn, Grosthuizen en Scharwoude werden geen granen verbouwd, in elk geval niet in de eerste jaren na de ingebruikname in 1850.
Eigenaren Arie Bakker en Jan de Groot mochten er ook granen pellen. Gerst in de vorm van gort was belangrijk als voedsel. Gort werd gepeld op de molens.
Vier generaties Heertjes hebben gemalen aan het West. Dat waren achtereenvolgens vader Pieter, zoon Jan, kleinzoon Piet en achterkleinzoon Jan. Vader Pieter Heertjes (in 1777 geboren in Hauwert) en zijn vrouw Jantje Jacobs Laan (afkomstig uit Wervershoof) verhuisden in 1850 van de korenmolen op 't Weeltje in Hoorn naar Avenhorn.
Al na een jaar, in 1851, werd Arie Bakker volledig eigenaar. Aan hem had Jan de Groot zijn aandeel verkocht. Met het klimmen van de jaren was Arie Bakker een vooraanstaand man geworden. Bij zijn overlijden in 1882 was hij burgemeester van Avenhorn.
Zoon Cornelis Bakker was molenaar geworden. Het werk op De Onderneming combineerde hij met zijn veehouderijbedrijf. Cornelis kon het niet bolwerken. Op last van de Hollandse Hypotheekbank werd in 1884 de achtkante windkorenmolen publiekelijk verkocht.
Cornelis Zijp is eigenaar geweest van 1885 tot het einde in 1913. Een flink aantal molenaars heeft gewerkt als knecht op De Onderneming.
De meelmolen verloor zijn bestaansrecht door de oprichting van de coöperatieve maalderij te Berkhout. Deze mechanische maalderij kon onafhankelijk van de wind haar werk doen. De techniek won het van de wind.
De bovenbouw van de molen is gesloopt in 1914. De onderbouw werd tot in de jaren zestig gebruikt als veestalling en schuur.

Zes boeren

Van een heel andere aard was de verdwenen bedrijvigheid in Grosthuizen. Zes boeren en twee boerinnen richtten in 1901 een naamloze vennootschap op, de ‘Maatschappij tot bereiding van kaas Welgelegen’. De acht oprichters van de kaasfabriek waren Dirk Kok, Dirk Schuijtemaker Jzn., Dirk Schuijtemaker Pzn., Jan Hoek Spaans, Grietje Winkel (weduwe van Maarten Schuijtemaker), Jan Slot, allen te Grosthuizen, Jacob van Diepen en Sijtje Tessel (weduwe van Jan van Diepen), beiden te Scharwoude.
Welgelegen sloot zijn deuren in 1941 en ging op in zuivelfabriek Concordia in Oudendijk. Het pand werd in 1948 gesloopt.
Het hout werd gebruikt voor vier gemeentewoningen die een jaar later werden gebouwd op het fabriekserf. Dat zijn de huidige woningen Grosthuizen 42, 43, 44 en 45.
De geschiedenis van Welgelegen is in de Veenhoperkogge vastgelegd door Dirk Schuijtemaker uit Grosthuizen, de scheidend voorzitter van Hemony. Zijn grootvader Dirk Schuijtemaker Jzn. was een van de oprichters.

Kaasmakers

De eerste voorzitter (‘directeur’) was Dirk Schuijtemaker Pzn. Een van zijn taken was de verkoop van kaas. Veel kaasmakers hebben er gewerkt. De eerste was Klaas Brouwer. Na hem kwamen onder anderen Klaas Mienis, Klaas Pijper en Jacob Speur. De laatste kaasmaker was Klaas Visser. Deze mannen bewoonden met hun gezin de kaasmakerswoning bij de fabriek.

 


Hé, is dat Westfries?

615. Een paar van die echte brakken (rakkers, deugnieten) van schooljongens hadden m'n fiets opgeknapt. Ik gaf ze 'n bogie ('n pluimpje) en wat bokkeneuten (pinda's, sausjes). Ze gingen bloid (blij) op huis an (naar huis).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.