Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek

Landelijk Schoon Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg

Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Westflinge » 2007 » 24 januari

‘Was er nog wat vangst en wat golden ze?’

Westflinge
De rubriek Westflinge richt de schijnwerper op het verleden van West-Friesland met een actuele aanleiding. Vandaag aandacht voor het boekje ‘Haringgeluk’ over de visserij op de Zuiderzee.
(Eerder verschenen in het Noordhollands Dagblad, woensdag 24 januari 2007.)

Door Ed Dekker

ENKHUIZEN – ‘Je reept te vroeg’. ‘Een spok hering’. ‘Steek maar een sjouw op’. Het boek ‘Haringgeluk’ staat bol van dit soort taal. Wie iets heeft met water en vis, kan zijn hart ophalen aan dit boekje waarin een Enkhuizer visser schrijft over de haringvangst op de Zuiderzee.

De uitgave vertelt ook iets over het leven in de Enkhuizer gemeenschap van bijna honderd jaar geleden. Een flink aantal inwoners wordt bij naam genoemd.
Visserman Gerrit de Kip (Gerrit Blom), kastelein Cas Molenaar, vishandelaar Hendrik Kouwenhoven, zij en andere Enkhuizers spelen een rol in ‘Haringgeluk’. Het boekje is een uitgave van de Vereniging Botterbehoud en is verschenen bij het 35-jarig bestaan van Tagrijn, het kwartaalblad van de vereniging.
‘Haringgeluk’ is samengesteld naar een manuscript van Jouke Volgers (1909-1993). Het is bewerkt en geïllustreerd door Peter Dorleijn uit Hoorn. Dorleijn is redacteur van Tagrijn en heeft diverse boeken over de zeilvisserij op de Zuiderszee en het IJsselmeer op zijn naam staan.

Ooggetuigen

Oud-visserman Jouke Volgers heeft in zijn nagelaten manuscript de haringvangst op de Zuiderzee in de jaren twintig van de vorige eeuw beschreven. Volgers was een van de ooggetuigen van de visserij in de periode van voor de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 door de aanleg van de Afsluitdijk.
Volgers legde in zijn manuscript zijn visserijbelevenissen vast. Deze belevenissen zijn voornamelijk woordelijk weergegeven gesprekken tussen de vissers, de schipper en zijn vrouw, de zeilmaker en anderen. Leven, werken en praten van visserlui omstreeks de jaren twintig van de vorige eeuw zijn op toegankelijke manier vastgelegd.
Wie was Jouke Volgers? Op zijn elfde jaar, direct na school, stapte hij bij zijn vader aan boord. Dat was in 1920. ‘In die tijd was de droogmaking al op komst’, schrijft hij. Met de droogmaking doelt hij op de afsluiting van de Zuiderzee.
Hij heeft ook gewerkt bij ‘Dirk de Does’ op de EH12. Samen met zijn broer kocht hij in 1927 of in 1928 een bottertje, de HZ23. Daarmee visten zij alleen in de zomer. ‘Meest op garnalen. Haring en ansjovis deden we met vader’. Ze kochten in 1936 een ijzeren kottertje. Die hadden ze nieuw laten bouwen. ‘Je had toen de tijd mee. De paling was duur en daardoor had je je schulden gauw afgedaan’.

Gevorderd

Het kottertje werd aan het einde van de Tweede Wereldoorlog gevorderd door de Duitsers. Het vaartuig is nooit meer teruggevonden. Jouke is toen begonnen met het maken en repareren van kuilnetten.
Dat is hij altijd blijven doen. Eerst bij de firma Jan Pen, later bij Lankhorst. Daar bleef hij tot in 1970. In dat jaar werd de werkplaats in Enkhuizen gesloten, na het kuilverbod op het IJsselmeer. Als maker van kuilnetten genoot Jouke Volgers ook buiten Enkhuizen een goede reputatie.
Jouke werkte na de sluiting van de nettenmakerij een aantal jaren als suppoost bij het Zuiderzeemuseum en later als charterschipper.
Het oorspronkelijke manuscript begint met het wijken van de winter. Als de haven en binnenhaven weer ijsvrij waren, dan was vroeger in alle plaatsen rond de Zuiderzee de hoop gevestigd op de komst van de voorjaarsharing. Als één visserman besloot de vlet van de wal te gooien, volgde de rest al gauw.
Dan werden de laningen van zolder gehaald en in de vlet gelegd en het breespit of spil er weer in aangebracht. Met het breespit of spil werd het ankerspil bedoeld. Op bijna elke pagina verklaart Peter Dorleijn allerlei termen die alleen voor vissers gesneden koek zijn.
Als de vaartuigen in goede staat waren gemaakt, was het afwachten of hier en daar wat haring was gevangen. ‘Heb jij al wat van hering hoord?’
Dat was ‘s morgens de eerste vraag onder de afslag, bij de keet aan de muur of op de brug van ‘t Suud.
Wel beginnen, niet beginnen, na de winter was er altijd die spanning.
Als er een paar waren begonnen, dan was met een dag of wat eenieder aan het vissen. ‘Hoewel het niets opleverde. Dan hoorde je weer het bekende gezegde: Je reept te vroeg, zei Buis’.
Jouke Volgers noemt veel vissers met hun bijnaam, zoals De Kat en De Does. Met De Kat bedoelde hij Piet Buis (die voer op de EH15), met De Does de familie Lub (Dirk Lub van EH12 en Jaap Lub van EH75). Je had ook Dirk van Teunis, dat was Dirk Lub van de EH49.

De Leier gepasseerd

Cees van Frans wordt genoemd in een gesprek op het water. ‘We zijn net de Leier gepasseerd en hier aan lij vooruit legt Cees van Frans. Die wil ik praaien. Hij is nog wel bezig, maar dat hij wat vangt geloof ik ook niet’. Cees van Frans is Cees van der Leek met de EH2. De Leier is een boei aan de oostkant van de Kreupel. Praaien is visserstaal voor aanroepen. Bij terugkeer kwamen de vishandelaren in beeld. Haring werd per worp, vier stuks, in de mand geteld. Op de wal werden de manden geleegd in de kisten. ‘Eerst’, schrijft Jouke, ‘vijf kisten voor Hendrik met tien kerfharingen er bij, de andere in de kisten van Hansen’.
Hendrik is Hendrik van Ab, vishandelaar Hendrik van Kouwenhoven. Hansen is zijn collega Petrus Hansen.
‘Was er nog wat vangst vandaag en wat golden ze?’ Hoe vaak zal Jouke Volgers deze vraag hebben gehoord op de afslag? In de wereld van de visserijfamilies speelde ook de plaatselijke middenstand een rol. Daarom noemt Jouke ook mensen als Ceesie Suydam, eigenaar van een café op de hoek Havenweg-Brugstraat, Kas (Cas Moleman, kastelein van Het Wapen van Urk), bakker Jonas West op de Dijk en Max Snijders. ‘Makkie’ had een kleding- en stoffenzaak op de hoek Torenstraat-Venedie.
‘Haringgeluk’ is geïllustreerd met linoleumsnedes. De prenten geven een indruk van het leven op zee. Het boekje kost acht euro en is verkrijgbaar bij boekhandel Smit aan de Vijzelstraat in Enkhuizen en de Hoornse Boekhandel aan het Grote Noord in Hoorn.

 


Hé, is dat Westfries?

26. Jongens, niet zo klammen (ruzie maken)!
Twee klammers, twee schuld.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.