Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Westflinge » 2007 » 17 januari

‘De stukketrommel, dat wilde opoe niet’

Westflinge
De rubriek Westflinge richt de schijnwerper op het verleden van West-Friesland met een actuele aanleiding. Vandaag aandacht voor het jaarboek van historische vereniging ‘Den Swaegh Dyck’.
(Eerder verschenen in het Noordhollands Dagblad, woensdag 17 januari 2007.)

Door Ed Dekker

ZWAAGDIJK-OOST – ‘Af en toe voor onze beurt praten. Maar ook verantwoordelijkheid nemen. Zeggen waar het op staat. En als het kan eigen baas. Het zit er allemaal in bij de nazaten van Jo Groot en Breggie Deen’.

Op deze wijze beëindigt Koos Groot uit Hauwert een uitgebreid artikel over de familie Groot-Deen in het nieuwe jaarboek van historische vereniging ‘Den Swaegh Dyck’. Hij beschrijft het wel en wee van zijn familie die – voorzover in de archieven kon worden achterhaald – rond 1700 zijn oorsprong vindt in Lutjebroek.
Zeggen waar het op staat, een mooie karaktereigenschap. De familie Groot is ook gewend te schrijven waar het op staat. Sommige familieleden doen dat vooral op historisch terrein. Koos, de auteur van het familieverhaal, doet dat met zekere regelmaat als voorzitter van het Historisch Genootschap Hauwert. Broer John laat van zich horen, ook op papier, als voorzitter van ‘Den Swaegh Dyck’.

Bovenkarspel

Vader Jo Groot en moeder Breggie Deen trouwden in 1936 en gingen wonen in Bovenkarspel. Zes jaar later, in 1942, verhuisde de familie naar Zwaagdijk. Jo en Breggie stichtten een groot gezin. Ook de eerdere generaties waren kinderrijk, zo beschrijft Koos Groot in het nieuwe jaarboek. Het is de elfde editie van het jaarboek. Het eerste exemplaar is uitgereikt aan Piet Sjerps te Wervershoof.
De lijn van de familie Groot voert terug naar rond 1700, toen Jacob Claasz Groot trouwde met Ydtje Volkerts Kaagman. Hun vijfde kind is Simon, geboren in 1715. Met Simon begint het eigenlijke verhaal over de familie Groot. Bij zijn huwelijk in 1738 met Reynoutje Bartels wordt Simon ‘jonggezel van Lutjebroek’ genoemd.
De lijn vader en zoon rechtstreeks volgend treffen we na Simon Jacob (geboren in 1742) aan en daarna Pieter (geboren in Lutjebroek, werd landbouwer in Bovenkarspel), Teunis (geboren in 1819, Jacob (geboren in 1851, landbouwer), Frans (geboren in 1884 te Bovenkarspel, gemengd agrarisch bedrijf) en tot slot Jo.
Jacob Claasz Groot, Simon, Jacob, Pieter, Teunis, Jacob, Frans en Jo, acht generaties Groot op een rijtje. Samensteller Koos Groot, behorend tot de negende generatie, noemt in het artikel allerlei bijzonderheden over de diverse generaties. Hij sprak met familieleden en ging op onderzoek uit in het Westfries Archief in Hoorn.
De eerste generaties Groot waren landbouwer. Frans, de grootvader van de auteur, was de eerste met een gemengd bedrijf. Hij verbouwde bollen en groente en molk koeien. Hij en zijn vrouw Geertruida Stevermann hadden het bedrijf in Bovenkarspel aan de Hoofdstraat.
Met het groeien van het gezin moest Frans Groot extra land kopen. Dat waren vier eilanden in polder Het Grootslag, akkers die volledig waren omgeven door water. Met acht hectare had Frans Groot voor die tijd een groot bedrijf in De Streek.
Er liep gemiddeld een man per hectare. Alles was handwerk op het land. Spitten met de greep, eggen met de ‘oid’, bloemkool snijden, met blad en al naar de schuit sjouwen, kloeten naar de veiling.

‘Stukketrommel’

Soms was het meer dan een uur varen naar de veiling. Als je de wind mee had en de schuit was niet te vol, dan werd er gezeild, zo schetst Koos Groot het tuindersleven in de tijd van voor de ruilverkaveling en de ingrijpende landbouwmechanisatie.
Frans en Truida Groot werden gezegend met een groot gezin. Vele kinderen werden eigen baas, daar zat moeder Truida flink achteraan. Te werk gaan vond zij maar niets. ‘Eens met de stukketrommel, altijd met de stukketrommel’, zei ze altijd.
Afhankelijk zijn van een ander en iedere dag met je broodtrommeltje naar de baas moeten, daar gruwde opoe van, legt Koos uit.
Zoon Jo ging met zijn twaalfde van school, net als de meeste kinderen in die jaren. Mee naar de bouw, de hele dag op het land, de theestoof in het veldersboetje. Je mocht roken, de pet op, je hoorde nu bij de mannen, ‘s avonds bij de poort sterke verhalen vertellen, aldus Koos Groot over het leven van zijn vader als jonge knaap.
De vrouw van Jo, Breggie Deen, kwam uit Bovenkarspel. Koos Groot is ook in het verleden van deze familie gedoken. Veel gegevens over deze familie waren al bekend. Voorvader Pouwel Deen is geboren in 1490.
Binnen de familie Deen komen veel schippers voor. Jacob Deen, in 1572 geboren in Enkhuizen, was schipper op het fluitschip St. Jacob.
Telgen van de volgende generatie Deen bevoeren de Oostzee als grootschipper. Hun schepen droegen klinkende namen als De Vergulde Valk, De Groetenis van Maria en De Goede Verwachting.
Pieter Volkertsz. Deen was eind achttiende eeuw bakker en tapper in de herberg met kolfbaan De Goede Verwachting te Grootebroek.
Zijn zoon Jan verdiende in Broekerhaven de kost als schipper, radman en tapper.
Meindert Deen, de grootvader van Koos Groot van moederskant, trouwde met Johanna Bosch, geboren in Wognum. Haar vader Jacob Bosch was pauselijk Zouaaf. Als jonge knaap was Jacob Bosch naar Rome getrokken om als Zouaaf paus Leo de dertiende te helpen in zijn strijd tegen Garibaldi.
Hij verdiende er de onderscheiding Bene Merenti mee. ‘En’, schrijft Koos, ‘een volle aflaat tot in het vierde geslacht, daar kun je wat mee’.

Stolpboerderij

Jo en Breggie Deen kochten in 1939, drie jaar na hun huwelijk, een huis in Broekerhaven. Het gezin verhuisde in 1942 naar Zwaagdijk. Daar had Jo een stolpboerderij verworven met 2,5 hectare land.
Hij molk koeien en teelde tulpen, gladiolen, anemonen en aardappelen.
De zaken gingen voorspoedig en in 1964 kocht Jo een stolp in Hauwert met veertien hectare land.
De start in Hauwert was niet best. Theo, de jongste van het gezin, verdronk. In de zomer verbrandde de boerderij. Daarna werd aan een nieuw bedrijf gebouwd.
In 1974 ging vader rentenieren. Hij had het land verdeeld onder vier van zijn kinderen die bouwer waren: Meindert, Joop, Koos en John.
Zeggen waar het op staat. Verantwoordelijkheid nemen. Het is niet voor niets dat velen in de familie Groot uiteenlopende bestuurlijke functies vervullen in het maatschappelijk leven.

 


Hé, is dat Westfries?

798. 't Was erg stil om me heen; ik raakte eventjes beskoten (ingedommeld, sluimerend) in de stoel.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.