Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1954 » No. 3 » pagina 70-72

Het cultuurideaal een zaak voor alle instanties

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 9e jaargang, 1954, No. 3, pagina 70-72.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: G. J. van den Berg.

Wanneer ik mij afvraag wat de Culturele Dag te Bergen heeft opgeleverd – behalve het genoegen te luisteren naar stimulerende redevoeringen en de beleving van zang, dans en toneel – dan lijkt mij het voornaamste: het aan de dag treden van een kostelijke mate van goede wil om gezamenlijk het geestelijk leven in de provincie op hoger plan te brengen. De grote opkomst was een bewijs van het besef, dat ter zake alle krachten behoren te worden gebundeld. Het antwoord daarop zal kunnen zijn: de oprichting van een Culturele Raad voor Noord-Holland, alsmede een goed samenspel tussen deze Raad en de Culturele Commissie uit de Provinciale Staten.

In de practijk zal wel blijken, dat de bundeling van krachten en de noodzakelijke samenwerking allerlei vraagstukken oproepen. Nuchterheid en verdraagzaamheid zijn Noordhollandse eigenschappen, die daarbij goed van pas zullen komen. Zo is het noodzakelijk noch incidenteel noch in het wilde weg te werk te gaan, doch leiding te geven aan het geestelijk en culturele leven volgens een in onderling overleg opgesteld, harmonieus werkplan. Dit werkplan zal uiteraard aangepast moeten zijn bij de beschikbare middelen, maar juist het bestaan van een werkplan zal er toe kunnen bijdragen, dat de nodige middelen beschikbaar komen.

Elk werkplan zal moeten berusten op een inventarisatie van het culturele leven, naar omvang en aard, in de gehele provincie. Een dergelijke inventarisatie op wetenschappelijke basis is ter Culturele Dag aangekondigd. De uitkomsten er van zullen geregeld moeten worden bijgehouden en zij zullen op deskundige wijze moeten worden bewerkt, opdat er conclusies uit kunnen worden getrokken voor het op te stellen werkplan.

Uit de redevoeringen op de Culturele Dag is mij niet goed bijgebleven, of er onderscheid is gemaakt tussen, wat ik zou willen noemen, productieve en consumptieve cultuur. Kenmerkend voor productieve cultuur is zelfwerkzaamheid, het zelf stellen van culturele daden, het zelf uiting geven van eigen geestelijk leven. Onder cunsumptieve cultuur is te verstaan het kijken resp. luisteren naar culturele prestaties van anderen. Zowel maatschappelijk als persoonlijk hangen consumptieve en productieve cultuur natuurlijk samen, in dien zin, dat hij, die productief aan de cultuur deelneemt, dat niet kan doen zonder dat anderen naar hem kijken of luisteren, alsmede in deze zin, dat degene, die naar culturele prestaties van anderen luistert of kijkt, daar te meer van kan genieten, naarmate hij zelf ook culturele prestaties kan leveren en pleegt te leveren.

Wil men nu door opstelling en uitvoering van een werkplan het culturele leven in de provincie op hoger niveau brengen, dan zal men met deze samenhang rekening moeten houden en dus een actie moeten voeren, die ten volle profijt trekt van de wisselwerking tussen de consumptieve en de productieve sectoren. Zo opent zich een breed terrein van onderzoek en bespreking ten aanzien van de culturele volksopvoeding. In dit verband zou ik er nog op willen wijzen, dat het van grote betekenis is, wanneer, behalve allerlei deskundigen en vertegenwoordigers van de culturele élite uit alle delen van onze provincie, ook de medewerking wordt verleend door personen uit de kringen van het kerkelijk leven, de standsorganisaties, de vakbeweging, de jeugdorganisaties en het bedrijfsleven. De cultuur is immers een zaak voor gans het volk en niet alleen voor een zekere bovenlaag of voor de overheid, die subsidies verstrekt.

De Culturele Dag is een dag geweest, waarop rekenschap werd afgelegd. Het zal nog dikwijls nodig zijn, dat allen, die de cultuur in Noord-Holland ter harte gaat, bij elkaar komen om tegenover elkaar rekenschap af te leggen over de voortgang van de culturele arbeid. Toch zijn dergelijke dagen van rekenschap lang niet de hoofdzaak. Ook provinciale culturele manifestaties zijn niet de hoofdzaak, al zijn zij nuttig om de verschillende streken in ons gewest elkander beter te doen verstaan.

Prof. Bouman heeft eens gezegd, dat cultuur is de levensstijl van een samenleving. Welnu, hoofdzaak is, dat de Noordhollandse bevolking in al haar geledingen in het leven van alle dag stijl houdt of (weer?) stijl krijgt. Naar dat doel vormt de Culturele Dag 1954 slechts een eerste stap. De weg naar het doel zal een lange zijn, vol moeilijkheden en met herhaalde verleiding om in onderlinge strijd het noodzakelijk élan te verliezen.

Het is dan ook nodig, dat het einddoel ons voortdurend voor ogen blijft staan. Daartoe behoeven alle werkers in het culturele vlak een contactorgaan. Aangezien niet iedereen lid van de Culturele Raad zal kunnen zijn en men ook niet periodiek bijeen kan komen, is een tijdschrift het aangewezen middel. Ook daaromtrent werd ter Culturele Dag reeds een suggestie geopperd.

Een tijdschrift, gewijd aan het culturele leven in Noord-Holland, zal, behalve de productieve en consumptieve beleving (in streekverband?) van de algemene Nederlandse cultuur, ook de kennis van het streekeigene op de voorgrond plaatsen. Voor een goed begrip van het streekeigene is het nodig, in de geschiedenis terug te gaan. Bij historische bijdragen zal het echter niet mogen blijven.

Wil men het gestelde doel bereiken, dan is het nodig in het tijdschrift de vraagstukken van thans en die van de toekomst onder ogen te zien. Zonder het laatste zal de Noordhollandse cultuur – beter: zullen de Noordhollandse streekculturen vervallen tot een snel uitstervende folklore. Waar het op aankomt, is het oude en het nieuwe te verenigen tot een zinvol geheel. Dit houdt tevens in, dat men niet de cultuur als een op zichzelf staande levensuiting moet beschouwen, bespreken en behandelen, doch in samenhang met de veranderingen, die zich overigens in het maatschappelijk leven van Noordholland voltrekken. Ook daarom is het cultuurideaal, dat op de Culturele Dag werd gesteld, een zaak van alle instanties in de provincie en niet een monopolie voor enigerlei groep of instelling. Daarom ook behoeft de Culturele Raad i.o. de steun van al deze instanties, zowel in de particuliere als in de overheidssector. Het culturele tijdschrift is een goed middel om alle instanties bij de zaak te betrekken.

Zo geeft de Culturele Dag Noordholland 1954 uitzicht op te voren door velen reeds vermoede mogelijkheden. Moge dit uitzicht geen fata-morgana blijken te zijn. De arbeid roept en duldt geen uitstel.

G. J. van den Berg

 


© 1924-2018 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.