Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1951 » No. 8 » pagina 229-232

Een reis door de Streek in 1816

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 6e jaargang, 1951, No. 8, pagina 229-232.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: M. Zwaagdijk.

De metgezel van de Engelsman G. Johnson, die diens reis in 1816 door Noord-Holland beschrijft, zegt1
“Wij reden langs een fraaie weg, de Streek genaamd, welke meer dan vierduizend vijf honderd roeden lang en bestraat is, en met goede dorpen en welvarende boerenwoningen prijkt. De heer Johnson wendde zijn ogen met de grootste verwondering nu eens ter rechter, dan weer ter linkerzijde, alles trok zijn aandacht, niet alleen de zindelijkheid der woningen en de nette kleding en opschik der boerinnen, maar in het bijzonder de welvarende dorpen Bovenkarspel, Grotebroek, Lutjebroek en Hoogkarspel. Aan het Medemblikker Tolhek, dat ruim halfweg ligt, hielden wij een uurtje stil, daar we naar een bovenkamer gebracht werden, vanwaar we een ruim en verrukkelijk landgezicht hadden, achteruit naar Medemblik en vooruit op de dorpen Hem en Venhuizen, gelegen aan de zogenaamde oude- of klei weg en omringd door talrijke boomgaarden, van waar jaarlijks vele scheepsladingen naar Friesland verzonden worden, die hun lading of te Enkhuizen, of in een klein haventje innemen, dat van een goede kom tot ligplaats voorzien is en Broekerhaven genaamd wordt.
Wij troffen aldaar een heer aan, die niet ver van daar scheen te wonen en ons een korte beschrijving van de dorpen gaf, die in de Streek liggen. Na de welvaart van de landlieden, die door de hoge prijzen der boter en kaas veel geld verdienen, hoog geroemd te hebben, verhaalde hij ons, dat er te Bovenkarspel en Grotebroek veel mosterdzaad geteeld werd, dat er te Lutjebroek veel zaadakkers waren en dat er daar uitgestrekte velden gevonden werden niet alleen met wortelen, kool en uien beplant, maar ook met fijne zaden, als anijszaad, venkel, thijm, salie, kruis-en-munt, enz., dat de oude stede Grotebroek voorheen haar eigen recht gehad had, en dat dit de reden was, waarom men hier eertijds een fraai stadhuis met een torentje en een waag gebouwd had.
De hevige brand, die daar weleer gewoed heeft, (dus vervolgde de onbekende) is door een Latijns opschrift aan het huis, waar deze een begin heeft genomen, vereeuwigd... Aan het Oosteinde van het dorp, waar de brand gestuit is en wel aan het huis van een bakker, staat in de gevel:

Toen hier was brand
Aan alle kant
En groote nooden
Door Gods besluit
Is hier gestuit
In de drie brooden
.

Onder de dorpen, die de heren op hun weg naar Hoorn zullen aantreffen, is de kerk van Westwoud opmerkenswaardig, zijnde zo niet de oudste, tenminste een der oudste Christenkerken in ons vaderland. Deze is voor het grootste gedeelte van tufsteen gebouwd en volgens een zeer oud en bijna onleesbaar opschrift door Willebrordus, even na zijn aankomst in deze gewesten, van een heidense tempel in een Christelijke kerk hervormd.
Vervolgens hangen er te Westerblokker aan het dorpsgevangenhuis twee zware stenen, waarvan men verhaalt, dat ze oudtijds de overspelers om de hals zouden zijn gehangen, wanneer zij van hun misdaad waren overtuigd; anderen houden zulks slechts voor zinnebeelden van de schaal der gerechtigheid; er worden ook op meer andere dorpen in Noord-Holland dergelijke stenen gevonden.
De heer Johnson vond het enigszins lachwekkend, dat hij zo veel rijen bomen, niet alleen op de weg, maar ook op de boerenerven zag, die alle zeer zindelijk gewit waren; doch de onbekende beweerde, dat dit niet zo zeer uit zindelijkheid gedaan werd, als wel om het gedierte en het mos te weren en opdat het geboomte, wanneer het gehakt moest worden, des te gaver zijn zou.
Nadat wij vervolgens enige vragen aangaande de levenswijze der landlieden en hun gebruiken en plechtigheden gedaan hadden, vervolgde de onbekende aldus: In dit oord heeft nog het zogenaamde schooien plaats, wat hierin bestaat: zodra een jongeling lust gevoelt om een meisje te gaan opzoeken, begeeft hij zich des avonds naar de ene of andere boerenwoning, hij klopt aan en verzoekt minzaam zijn pijp te mogen aansteken; zet nu het meisje een stoel bij de haard, dan gaat onze jongeling zitten, doch wordt er geen stoel gezet, dan deinst hij treurig af.
In het eerste geval ruimt de landman een plaats voor hem in, hij praat, hij rookt en dampt, totdat de landman met zijn vrouw op zijn gewone tijd de hoge bedstede beklimt.
Neemt nu het meisje de tang op om het vuur in te rekenen, dan is de zaak hopeloos en het is een wenk, dat zij geen prijs op zijn gezelschap stelt, doch neemt zij de noodlottige tang niet op en rekent zij het vuur niet in, ach! dan is onze jongeling eerst recht gelukkig!
Nu zet men, om door het oog der nieuwsgierigen niet bespied te worden, de lamp op de schoorsteen, somtijds wordt deze uitgeblazen en men verlaat elkander niet voordat de morgenster opgaat.
Deze samenkomst heeft echter noch voor de jongeling noch voor het meisje een verbindende kracht, schoon er zeer dikwijls een ernstige vrijerij op volgt.
De heer Johnson begon te glimlachen... Denk hieromtrent geen kwaad, hervatte de onbekende, want zeer zelden gebeurt het, dat de jongelieden door de gelegenheid tot een onbehoorlijk gedrag verleid worden en wanneer dat plaats had, zouden zij door alle bewoners van hun gewest met verachting worden aangezien.
De bruiloften worden hier gedurende de gehele dag en een gedeelte van de volgende gevierd, de jeugd is dan bij uitstek vrolijk en dartel, zij dansen en springen zonder ophouden en drinken gestadig brandewijn met suiker, want de wijn wordt slechts door de rijke boeren gedronken; zij houden vervolgens een lekkere maaltijd, uit hun zo geliefkoosde gerechten bestaande, namelijk uit ham en rundvlees en grauwe erwten met rozijnen.
De begrafenissen zijn minder kostbaar: zodra de vrienden bijeen gekomen zijn, wordt er iets toepasselijks door de schoolmeester voorgelezen, het lijk wordt vervolgens naar het graf gedragen; bij hun terugkomst worden zij allen op krentebollen onthaald en zij vertrekken daarop zeer spoedig, uitgezonderd de naaste bloedverwanten. Wordt het lijk met een wagen of schuit vervoerd, dan is de vrouw verplicht om op de kist, waarin haar dode echtgenoot ligt, neder te zitten.
Wij bedankten die vriendelijke man voor zijn onderricht en begaven ons wederom op reis; telkens verzocht de heer Johnson de voerman, dat hij toch langzaam zou rijden, opdat hij dit gezegend oord met des te meer opmerkzaamheid zou kunnen bezichtigen; dikwijls riep hij uit, dat de mensen hier misschien zelf hun geluk niet genoeg naar waarde hoogschatten, dat hun zulk een paradijs te beurt was gevallen. De voerman, die in de Streek geboren was, sprak met enig gevoel van trotsheid over de vruchtbaarheid van de grond, voornamelijk in het voortbrengen van Hoornse wortelen, hij wees de plaats aan, waar de lekkerste groeiden, hij zei, dat ze naar alle provincies werden gezonden en voor de beste van geheel Nederland moeten gehouden worden. Ik deelde mijn vriend bij deze gelegenheid mee, dat het mij heugde bij Plinius gelezen te hebben, dat keizer Tiberius deze, na ze op zijn reis naar de Neder-Rijn eens gegeten te hebben, zo smakelijk vond dat hij jaarlijks een grote menigte naar Rome liet overbrengen.
Onder dergelijke gesprekken kwamen wij te Hoorn aan.

M. Zwaagdijk

1 Karakterschetsen, zeden en gewoonten van Nederlandsche Mannen en Vrouwen in het jaar 1816, bijeenverzameld op eene reize door het Koningrijk der Nederlanden door den Engelschen Reiziger G. Johnson en den schrijver van den Ring van Gyges wedergevonden, met kaarten en platen. Eerste Deel, Noord-Holland te Amsterdam, bij E. Maaskamp, nevens het Paleis. Bl. 189 e.v.


De jeugd op het Kret

Van tijd tot tijd smaken we het genoegen aardige opstellen te ontvangen van leerlingen van lagere, ulo en middelbare scholen.
Onze reisgenoten zullen er zeker prijs op stellen dat de jeugd van tijd tot tijd een woordje mee gaat spreken. Daarom zien we met veel genoegen hun vertellingen, beschouwingen en beschrijvingen tegemoet. Wellicht willen de leerkrachten een handje helpen, door onderwerpen op te geven en de beste opstellen toe te zenden.
Een bezoek aan het raadhuis, aan een mooie kerk, aan een watermolen, geven zeker aanleiding hierover iets te vertellen. We weten stellig dat de belangstelling van de jeugd vele deuren za lopenen.
De opstellen, die wij kunnen plaatsen, zullen we belonen, door het beschikbaarstellen van een reproductie van een prachtige oude kaart, waarop ons gewest in zijn vroegere toestand voorkomt.
Laat ons nu niet in de steek, jongelui. Komt maar eens op het kret zitten en geniet mee van al het moois, dat de eigen streek ons biedt.

 


© 1924-2018 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.