Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1950 » No. 10 » pagina 308-309

Uit 't Kerkboek van Oostwoud, uit 't jaar 1700

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 5e jaargang, 1950, No. 10, pagina 308-309.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: A. Roozendaal.

Ingeschreven door de predikant Witzonius.

Griet Luitjens, een weduwe, was met Sijvert Jansz., weduwnaar, haar naaste buur, te paard gereden van Hoorn naar Oostwoud, ook met Aris Coning en met de knecht van Veen, wat – aldus dominee Witzonius, „aan de menschen stoff geeft van discourse!” Hierover door dominee onderhouden, zei Griet: „'t Is waer, ik heb met die drie personen te paerd gereden, maer wat quaat steekt daerin?”

„En ik gaff tot antwoort, men kan niet seggen, dat het sonde is, dat een vrouwspersoon te paard rijdt, want het is in de schriftuur nergens verboden. En had gij ook met niemant anders gereden als met Sijvert Jansz., ick soud' er oock niets van hebben willen zeggen, want hij en gij waren beyde tot Hoorn en de weg was slijckrig om te gaen, en dat gij dan met hem, di uw buurman is, te paard ging sitten om gemakkelijk en schielijk te huis te comen, mij dunkt, daarom niet veel quaat van geseyt worden. Maer 't is wat opspraekelijk, dat gij dat doet om zoo te spreken met jan en alleman... en ik recommandeer uw, dat gij uw wat stilder en zediger gedraagt, opdat alsoo de monden der menschen mogen gestopt worden.”

Het einde van het onderhoud was, dat Griet het dan maar het beste vond, dat zij „van de tafel” wegbleef. (avondmaalstafel)

Op verzoek van Sijvert Jansz., diacon en burgemeester tot Oostwoud, werd daarna een extra ordinair kerkeraad gehouden op 3 Dec. 1700, waar verder aanwezig waren: de predikant Witzonius, de ouderlingen Hedde Jansz. en Jacob Cornelisz. benevens schipper Gerrit Pietersz. Brouwer, zwager van Griet Luitjens. De diaken Jacob Jansz. Decker was buiten 't dorp.

Sijvert deed zijn beklag, dat de predikant in tegenwoordigheid van Jac. Cornelisz. lastertaal gevoerd had tot nadeel van zijn persoon.
Gerrit Pietersz. beklaagde zich, dat dominee zijn „snaar” had verboden op 't avondmaal te komen.

Harm Heynse, di in de wandelinge genoemt wort oom Harms, een hardhoorende oude vrijer van omtrent 73 jaar en Pieter Vlieter, een „vuil papist”, die voorgaf, dat hij in een ander vertrek achter de deur had staan luisteren, verklaarden genoemde laster gehoord te hebben. De laatste werd als vijand van „onse religie” onbekwaam geacht getuigenis der waarheid te geven tegen predikant en ouderling. Zij brachten liefst een notariële akte mee „op een zegelpampier”, dat zij gisteren ten huize van Griet Luitjens waren geweest.

In de loop van deze vergadering gaf Syvert Jansz. de dominee 2 à 3 slagen op de arm „di ick wol voelen conde”, vloog daarna op hem af om hem een gevoelige (!) kinnebakslag te geven, doch hij werd door de ouderling Hedde Jansz. bij de schouders teruggehouden, die zei: „Hoe, Syvert Jansz., schaam je 't uw niet, sulje uw leeraar slaan in Godts huys?”

Op 8 Dec. werd weer vergaderd. Syvert wilde betuigen, dat hij berouw had over „de insolventie (sic), dat hij jegens mij voorleden Vrijdag in de kerk had gepleegt”. Griet had hem opgestookt.
Harm Heynse trok zijn verklaringe in; maar Gerrit Pietersz. haalde nog geen bakzeil: „Wil je den pot toedekken, mannen, en 't gepasseerde laten voor 't gene dat het is?”
Ook Griet was impertinent; maar ze gaf toe, dat dominee niet gezegd had, dat ze zich verkeerd had gedragen, maar dat dominee gezegd had, dat de luyden het zeiden.

Deze gebeurtenissen hebben blijkbaar Griet en Syvert nog nader tot elkaar gebracht, want de 13e Februari 1701 zijn ze te Medemblik1 getrouwd. Maar... reeds op 4 Aug. dv. werd hun „een voldragen zoon” geboren, dus concludeert dominee: reeds vóór het huwelijk hadden zij in ontuchtigheid geleefd.

In Juli 1704 werd het echtpaar ontslagen van de hun opgelegde straf en weer toegelaten tot het avondmaal.

A. Roozendaal

1 De gemeente Midwoud werd in 1817 gesticht. Vóór die tijd behoorde Midwoud tot de stede Abbekerk, Oostwoud tot de stede Medemblik.

 


Hé, is dat Westfries?

85. Als je de hele dag flink gewerkt hebt, ben je 's avonds wel 'ns hooigat (flink vermoeid).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.