Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1950 » No. 8 » pagina 235-238

Raadsels uit West-Friesland

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 5e jaargang, 1950, No. 8, pagina 235-238.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: M. Zwaagdijk.

(Slot)

De meeste raadsels hebben de natuur tot onderwerp. Hier ziet ge de mussen, die de erwten oppikken, de koe uit de sloot drinken, de bevroren vaarten, enz. alles in de schoonste beeldspraak. Soms is de aanhef zo plechtig, dat ge meent een bladzijde uit de Profeten te lezen. Gelijk het volgende, dat ik in mijn jeugd ± 1885 met veel klemtoon en plechtig in 't Algemeen Beschaafd hoorde voordragen door mijn moeder:

16. „Aàrde van aàrde, wat doèt ge hier?”
„De hèer van bóven zèndt mij hièr.”
„Als ìk je eens òpat wat zòu je wel zèggen?”
Dan zou de hèer van bòven je in een kùipje lèggen.”

Een juweeltje vind ik:

17. Roodrokje hing,
Knorrepotje ging;
Knorrepotje wou,
Dat roodrokje vallen zou.

18. Ik ken een plank van Gode dank:
't Is geen eiken of geen essen.
Je kan het niet raden,
Al ben je met je zessen.

19. Ònkel meronkel
Dronk uit de kròmme krònkel.
Al was de kròmme krònkel nàa zo kròm,
Tòch dronk Ònkelmerònkel
Uit de kròmme krònkel.

20. Er staat een boom in 't Westen
Met twee en vijftig nesten;
Ieder nest heeft zeven jongen,
Ieder jong heeft een bijzondere naam,
Wie het niet raadt, mag niet naar de kermis gaan.

21. Eerst groen als gras,
Dan wit als was,
Dan rood als bloed,
't Smaakt iedereen goed.

22. Witje, witje zat op 't hek;
Witje, witje brak zijn nek;
Er is geen enkele timmerman,
Die witje, witje maken kan.

23. Hummeltje, tummeltje klom op de wagen;1
Hummeltje tummeltje viel van de wagen.
Er is neen ene timmerman,
Die hummeltje, tummeltje maken kan.

24. Het eet niet in 't drinkt niet,
Het poept niet in 't stinkt niet.
Mar as ik wil,
Dàt het eet in dàt het drinkt,
In dàt het póept in dàt het stinkt,
Dèn eet het in drinkt het
In poept het in stinkt het.

25. Er ligt een beestje onder de dam
Met een vrewielen2 wammesie an.

26. Deer ging een mannetje over de breg
Mit zeuven katten op zijn reg;
Elke kat had zeuven jongen,
Ra, ra, hoeveul poten er op de breg gongen.

27. Daar liep een mannetje over de dijk;
Z'n ogen gingen kijkerdekijk,
Z'n voeten gingen klapperdeklap,
Ra, ra, wat is dat?

28. Tweibien zat op driebien;
Toe kwam vierbien
In wou tweibien baite;
Toe nam tweibien driebien
Om er vierbien mee te smaite.

29. Als ze niet komen,
Dan komen ze,
En als ze komen,
Dan komen ze niet.

30. 't Is weg en 't blijft weg
En je ziet het alle dagen
ook:
En 't is al duizend jaren weg.

31. Wat zie je niet, als je ziet?
En wat zie je, als je niet ziet?

32. 'k Gooi een dingetje in het riet,
't Heift duizend ogen en 't ziet niet.

33. 'k Gooi een dingetje in het riet,
't Heift een oog en 't ziet niet.

Nog een kunstraadsel.

34. Ik heb, als ik jong ben, witte vlerken.
Doch nauwlijks kan het oog mij merken,
Daarna word ik zo groen als gras.
Zo rond, alof ik een knikker was.
Dan wordt mijn aangezicht geelkleurig,
Als een, die ziekelijk is of treurig;
Daarna word ik zo rood als bloed;
Mijn vlees wordt mals, mijn bloed wordt zoet.
Al is mijn hart zo hard als steen,
'k Word toch bemind door iedereen.

35. Keizer Karel had een hond,
'k Leg het woord al in je mond,
Hoe heet Keizer Karels hond?

36. Kool is kost
En warmoes is eten.
Dat staat in de bijbel geschreven.

Het verlossende raadsel:

Een man was ter dood veroordeeld. Zijn vrouw wilde hem redden. Nu moest ze binnen 24 uur een raadsel opgeven. Werd het niet door de rechter geraden, dan kon de man verlost worden. Het raadsel luidde:

37. Op Rudolf ga ik,
Op Rudolf sta ik,
Op Rudolf ben ik welgemoed,
Die mijn man van de dood verlossen moet.

Raadselvragen.

38. Wat was was, eer was was was?
39. Wat is 't meest geleerde beest?
40. Wie draagt zijn huis op de rug?
41. Aan welke kant dragen de schapen de meeste wol?
42. Welke schapen eten 't meest de witte of de zwarte?
42. Welk is het sterkste dier?
43. Hoeveel erwten gaan er in een kop?
44. Wat is traag, kort en snel?
45. Wat valt er door de ramen zonder te breken?
46. Wie gaat levend in 't graf?
47. Wie gaat het eerst de kerk in?
48. Wie gaat op z'n kop de kerk in?
49. Wie gaat dwars de kerk in?
50. Wie kan alle talen speken?
51. 'k Gooi een dingetje rood in de put en 't komt er zwart weer uit.
52. 'k Gooi een dingetje wit op 't dak en 't komt er geel weer af.
53. 'k Gooi een dingetje lang op 't dak en 't komt er kort weer af.
54. 'k Gooi een dingetje kort op 't dak en 't komt er lang weer af.
55. Hoe kan men 5 van 5 aftrekken en nog 5 overhouden?
56. Welke wagen kan niet rijden?
57. Welk werk kun je in 't donker zien?
58. De bedelaar gooit het weg en de koning steekt het in zijn zak.

Oplossingen

16. Vis, hengelaar, worm aan de haak. 17. Appel, varken. 18. IJs. 19. Koe drinkt uit de Kromme Leek. 20. 't Jaar. 21. Keers. 22, 23 en 24. Ei. 25. Mol. 26. Geen enkele. 27. Paard. 28. Man, krukje met 3 poten, hond, 29. Mussen en erwten. 30. De weg. 31, Duisternis. 32. Naairing. 33. Naald. 34. Kers. 35. Hoe. 36. Dat. 37. De vrouw droeg schoeisel gemaakt van de huid van haar hond Rudolf. 38. Stuifmeel (volgens de oude opvatting. Nu weten we dat de bijen ± 10 pond honing nodig hebben voor 1 pond was). 39. Varken. 40. Slak 41. De buitenkant. 42. De witte, er zijn er meer. 43. Slak 44. Geen enkele. Men moet ze er in doen. 45. De tijd. 46. 't Zonlicht. 47. De doodgraver. 48. Sleutel. 49. Schoenspijker. 50. Doopkind. 51. Echo. 52. Kooltje vuur. 53. Ei. 54. Pijpesteel 55. Kluwen wol. 56. Handschoen uittrekken. 57. Luiwagen. 58. Vuurwerk. 59. Snot.

Denkelijk stelt de Redactie prijs op toezending van volksraadsels. Echter niet op die uit almanakken, nieuwsbladen en kinderrubrieken, uit tijdschriften, enz. Deze zijn meestal zeer goed van het echte, oude volksraadsel te onderscheiden.

M. Zwaagdijk

1 Ook: Ommetje tommetje = tobbe.
2 Fluwelen. Zie vooral: G. J. Boekenoogen: Raadsels en Raadselsprookjes In: Handelingen en mededelingen van de Maatschappij der Ned. Letterkunde te Leiden, 1900-1901, blz. 36-81.

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.

Westfrieslanddag 2019