Westfries Genootschap
Bibliotheek
Westfries Genootschap Bibliotheek Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Westfriese boeken te koop

Bibliotheek » De Speelwagen » 1950 » No. 3 » pagina 88-90

Allemanswerk

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 5e jaargang, 1950, No. 3, pagina 88-90.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.

Oude Boerengereedschappen

Ten behoeve van een studie over oude typisch Westfriese landbouwgereedschappen doe ik een beroep op de reisgenoten.
Mededelingen en nauwkeurige beschrijvingen (tekeningen) van gereedschappen, rij- en voertuigen, waarbij zo mogelijk ook opgave van de kleuren, zie ik met belangstelling tegemoet. Wanneer iemand nog iets weet over het ont- of uitkleien van sloten, dan ontvang ik ook hier gaarne gegevens over.

A. J. Witte

Moederweelde
Moederweelde
(Foto M. Oortwijn)

Trio te Wervershoof

Dat de Westfriezen op hun 50ste geboortedag een speculaas, Abraham, als geschenk ontvangen is in brede kring bekend.
Minder bekend is n.m.m. het volgende. Te Wervershoof n.l. ontmoette ik een vrouwtje dat mij zeide „Ik hew van oggend al drie Izakke had”.
Op mijn verwonderde vraag wat dit beduidde, vertelde de vrouw die dag 60 jaar te zijn geworden „en den kraig je een Izak”.
De „Izak” bleek een speculaaspop - min of meer in de bewerking van de Abrahampop - met het getal 60.
Verder deelde men mij mede, dat daar ter plaatse aan 70-jarigen een „Jacob” wordt geschonken.
Hiermee is dan het Bijbels drietal Abraham, Isaäc en Jacob voltallig.

A. J. Witte

Zo hoort het!

Met veel genoegen heb ik kennis genomen van het bezoek van de Speelwagen (zie no 11 - 1949) aan het unieke stadje Edam, waar een historisch schouwspel, de oude, doch helaas verdwenen kaasmarkt, deed herleven. Aardig het plaatje van onze tekenaar M. Oortwijn, dat een indruk van het in volle werking zijnde bedrijf geeft.
Het is juist dat plaatje, dat mij aanleiding geeft tot enige critiek, niet dat het niet verdienstelijk getekend is, integendeel, maar mijn ergernis gaat uit naar die achterste kaasdrager, die een eindje sigaar tussen zijn lippen heeft.
Als dit nu geen fantasie is van de tekenaar en deze kaasdrager behoorde tot de Alkmaarse kaasdragers, dan stond hij er lelijk op.
Wat toch is het geval, de kaasdragers in Alkmaar houden de oude tradities in ere en nog heden ten dage is het roken onder het werk verboden.
In de „Ordonnantie en Reglement omtrent de Caasdragers-camer en de bestieringh der selve, de Order in het Werken met het Loon voor de Caasdragers, gedaan en Geordonneert bij de Heeren Burgemeesteren der Stad Alkmaar op den 30 Maart 1773”, staat onder meer vermeld:

De Kaasdraagers soo wel vaste Luyden als noodhulpen sullen nooyt wanneer zij in dienst zijn met een pijp in de mond mogen weesen op een boeten van ses stuyvers soo dikwils sulx werd ontdekt, alwaar het dat het niet op heeter daad, maar naderhand kwam te geblyken sulx geschied te zijn, de boeten ten profyten van de Kamer.”
Dat er beroep was bij een opgelegde straf, moge uit het volgende uittreksel uit het reglement blijken.
„In allen opsigtten sullen de kaasdraagers gehoorsaam moeten zijn aan de Vader, zijn Orders gereedelijk nakomen en vooral hem niet brutaal bejegenen, op poene van correctie na exigentie van saken.”
„En omdat het niet mogelijk is om in een nieuw Reglement alles te voorzien 't geen somwijlen souden kunnen proflueeren, soo is door de Heeren Burgemeesteren bepaald en vastgestelt, dat alle voorkomende consideraties, differenten, dispuyten en opkomende swarigheden of verandert moetende saaken, eerst en alvoorens men aan Heeren Burgemeesteren sig addresseert, door de Waagmeester, derselven Assistenten of Sotters en den Vader en Raads werden gedecideert wie gelijk of ongelijk heeft, wie moet gestraft werden, en welke veranderingh het best voor alle soude zijn, van welke decisie indien daar in niet werd berust, als dan aan Heeren Burgemeesteren verslag sal moeten worden gedaan, die als dan sullen Rigtten soo als bevonden zal werden te behooren.”
Ik heb de indruk dat, zo de tekening van deze kaasdrager juist is en indien hij te Alkmaar woonde, hij niet zou ontkennen dat hij een strafbaar feit had begaan en na e.v. bestraffing zeker niet in beroep zou gaan bij de Burgemeester.

Joh. H. W. Lutjeharms
Opzichter (Vader) over de kaasdragers.

Van hokjesmikken en spanbotten

In no 1 van de 5e jaargang, noemt onder allemanswerk, H. Tweehuizen het hokjesmikken als knikkerspel.
Uit mijn jeugd herinner ik mij, dat op mijn geboorteplaats Middelie, dat spel ook werd beoefend en daar rollebollen werd genoemd. Het plankje, meestal met vijf uitgezaagde hokjes noemden wij een rollebol. Hokje 1, iets groter dan de andere, was altijd in het midden.
Wie zijn knikker door hokje 1 rolde, kreeg deze terug en verder gaven de nummers boven de hokjes aan, hoeveel er was te winnen door de knikker door deze genummerde gaten te rollen. Werd mis gegooid dan was deze knikker voor de houder van de rollebol. De afstand voor het werpen werd door de houder bepaald en was verschillend naargelang de afmeting van de gaten groter of kleiner was. Bepaalde hij de afstand te groot, dan kreeg hij geen klanten en was deze te klein, dan werkte hij met verlies, wat echter maar zelden voorkwam.

Een ander knikkerspel was het spanbotten. Dat gebeurde op een vlakke straat of idem looppad langs een schutting of een muur. Het aantal spelers was onbepaald. De eerste speler rolde zijn knikker met enige kracht tegen de muur, zodat deze over een tamelijke afstand terug rolde. De tweede deed evenzo en moest daarbij proberen bij het terugrollen van zijn knikker de eerste te raken. Gebeurde dit dan was deze gewonnen, ook wanneer de onderlinge afstand zo gering was, dat hij deze met duim en vinger kon overspannen. Vandaar de naam spanbotten. Was de tweede werper winnaar dan moest alleen zijn knikker blijven liggen voor de worp van no. drie en zo vervolgens tot de laatste medespeler, waarna dan de eerste werper weer volgde, welke dan als er meerdere knikkers bleven liggen, een goede kans maakte, soms zelfs wel zo dat hij na zijn goed gerichte worp 2 of 3 knikkers vanaf de zijne kon bespannen.
De werpafstand van muur of schutting was bij de eerste worp voor alle spelers gelijk en bleef ook zo voor de volgende worp, wanneer men zijn knikker had verloren. Wiens knikker echter was blijven liggen, moest voor een nieuwe worp, vanaf zijn knikker een stap terug doen, wat wel eens aanleiding gaf tot meningsverschil.

Overigens een heel aardig en onschuldig spel, waarbij nooit grof werd gewonnen of verloren. Daar dit spel een prachtige oefening vormde voor het bepalen van richting, afstand en kracht, kan het wel enigzins met biljartspel worden vergeleken.
Zeker verdient het aanbeveling dit aardige knikkerspel levendig te houden, waarom ook voor onderwijzers, ouders en leiders van kinderclubs, de spelregels vrij uitvoerig zijn weergegeven.

J. Hooijberg


De Dijk te Alkmaar

Uit 't wijde polderland komen ze binnenrijden,
De boeren met gespan en knallend zweepgeluid.
Zij hotsen bolderend over de lompe keien
En spannen op de Dijk voor een der stallen uit.

Men gespt de paarden los en streelt de slanke halzen,
Het rillend natte lijf, waar vlokken schuim op staan,
En leidt ze in de stal waar uit de ruif het malse,
Vers afgestoken hooi zijn geur omlaag doet slaan.

Dan stappen, groot en zwaar, de boeren en boerinnen
De ruime herberg in, waar hangt een zware lucht
Van koffie, rook en drank, en waar gesproken zinnen
Snel worden weggevaaod in een verward gerucht.

De „Posthoorn”, „'t Paardshoofd”, „Dijk”, zij vormen een drieëenheid
Die hóórt bij onze stad, waarmee zij is verwant.
Zij zijn de open poort waardoor de welvaart heen rijdt,
De boer, die met zich voert de zegen van het land.

Huib Fenijn

Op de Dijk in Alkmaar.
Op de Dijk in Alkmaar.
Links: de herbergen „Het Wapen van Limmen”, „Het Huis van Gemak”,
„De Zwarte Os” en „Het Paardshoofd”. In het verschiet „De Vergulde Valk”.
Rechts: de trapgevel met windvaan van „De Posthoorn”.
(Foto v.d. Aa, 1897. Gem. Prentverzameling, Alkmaar

 


Hé, is dat Westfries?

305. Als er sneeuw of ijs is, halen de kinderen de toog (prikslee) van de zolder.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2021 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.