Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1950 » No. 3 » pagina 77-80

Noordhollandse Plaatsnamen

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 5e jaargang, 1950, No. 3, pagina 77-80.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: Dr G. Karsten.

Wat is een plaatsnaam?
Een plaatsnaam in engere zin is de naam van een bepaald door mensen bewoond gebied. Zo bezien, is het aantal plaatsnamen in een provincie als Noord-Holland niet zo heel groot. Immers deze provincie telt slechts 121 gemeenten. Nu is het verklaren van deze 121 plaatsnamen nog wel niet zo eenvoudig als misschien sommigen denken, maar het is in ieder geval te doen.
Dit getal echter stijgt al aanzienlijk als men bedenkt, dat tot sommige gemeenten verschillende dorpen en buurtschappen behoren, die ook alle een naam hebben. Maar ook dit aantal is nog wel te overzien.
Wanneer men echter ook aandacht wil schenken aan de veldnamen, de waternamen en de bosnamen, dan beloopt het aantal plaatsnamen in een provincie als Noord-Holland in de duizenden. Alleen reeds voor een eiland als Wieringen schatte mej. J. Daan het aantal veldnamen op 4 à 50001.

Al deze namen hebben natuurlijk een betekenis, maar het is soms zeer moeilijk de betekenis vast te stellen, vooreerst omdat sommige plaatsnamen eeuwen oud zijn en in de loop der eeuwen vaak geheel van vorm zijn veranderd, vervolgens omdat ze soms voortgekomen zijn uit bepaalde sociale verhoudingen, waaraan we ontgroeid zijn, ten derde omdat ze meermalen samenhangen met een bepaalde vroegere aardrijkskundige gesteldheid, die al sinds jaren niet meer bestaat of met vroegere historische gebeurtenissen, waarvan men op de hoogte moet zijn om met succes de plaatsnaam te kunnen verklaren.

Laat me dit met enkele voorbeelden duidelijk maken. Een oude plaatsnaam, die geheel van vorm is veranderd, is Medemblik. De oude vormen, die men kan vinden in het Oorkonden boek van Holland en Zeeland door Mr L. Ph. C. van den Bergh, zien er als volgt uit: Medemolaca (circa 960); Medemelacha (985); Medenblec (1118); Medembleke (1289).

Reeds Claes Bruins begreep, dat in deze plaatsnaam het woord leek (= water) stak2. Het water de Leek ontstond uit de Leekermeer bij Wognum en stroomde oudtijds bij Medemblik in zee. Het eerste deel is etymologisch verwant aan ons woord midden (men vergelijke het Angelsaksische mëduma = midden), zodat de plaatsnaam letterlijk Middenleek betekent. Dit komt ook zeer goed met de plaatselijke ligging overeen, want ten oosten van Medemblik ligt Oosterleek en ten westen Oterleek, d.i. over de Leek. Onjuist is derhalve de mening van Dr G. B. W. Huizinga, volgens welke deze plaatsnaam „muidenleek”, d.i. „mond van de Leek” zou moeten betekenen, om nu maar te zwijgen over de fantastische, doch volkomen onjuiste verklaring, die P. A. de Lange van deze plaatsnaam heeft gegeven3.

Een plaatsnaam die men alleen dan kan verklaren, als men enigszins op de hoogte is van de vroegere sociale verhoudingen, is o.a. Hobreede, een buurtschap die behoort tot de gemeente Oosthuizen. Dit woord een samentrekking van hoofdbreedte, heeft de betekenis van de (meestal smalle) zijde der weren of percelen lands, waarmede deze aanschoten tegen een dijk en die dan elk belast waren met het onderhoud van het dijksgedeelte, dat langs hun hoofd lag4.

De naam van de buurtschap De Kreil, behorende tot de gemeente Barsingerhorn, kan men alleen begrijpen en verklaren als men weet dat het woord Kreel „rand” of „boord” betekent en betrekking heeft op de vroegere ligging aan de rand van het oude West-Friesland, nl. tegen de Westfriese zeedijk.

De naam Gommerskerspel, een vroegere benaming van het westelijk deel van Enkhuizen, kan men alleen verklaren als men weet, dat de naam ontleend is aan de stichter en later patroonheilige van Lier bij Antwerpen, St. Gummarus, aan wie de parochiekerk van dit westelijk gedeelte was toegewijd5. Het tweede deel is een samentrekking van kerkspel, dat „parochie” betekent.

De belangstelling voor de plaatsnamen dateert niet van vandaag of gisteren; men kan in oude kronieken en soortgelijke werken allerlei verklaringen van plaatsnamen aantreffen. Maar men zij op zijn hoede, want de verklaringen die in deze oude bronnen worden gegeven, raken vaak kant noch wal. Ook hiervan wil ik een paar voorbeelden geven. Zo lees ik in H. v. Rijn, Oudheden en Gestichten van Kennemerland, Amstelland, Noord-Holland en Westvriesland (1721) op blz. 360 over Enkhuizen het volgende: „Zij heeft dien naam gekreegen omdat haare zaaken (zoowel als haare huizen) in 't begin eng waren: zoo dat Enkhuizen zoo veel te zeggen zoude weezen als Eng-huizen”. Dit is stellig onjuist, want deze plaatsnaam bevat ofwel het znw. eng, dat „akkerland”, „veld” betekent, òfwel wat waarschijnlijker is, daar het znw. eng vooral een Oostnederlands woord is, de Friese mansnaam Enke of Inke.

Nog fraaier is de verklaring, die H. Soeteboom geeft in het 2e boek van zijn werk Saanlants Arcadia, blz. 80, van de namen Castricum en Medemblik. Als hij het heeft over Castricum, gaat hij aldus verder: „dat is van Castorshum, als zijnde een huys daer weleer den Griekschen Castor is geëert, en als een godt gedient geworden, gelijck dit land in haer ongeloovige eeuw veel soodanige Afgoden heeft geëert en gedient, en daer van veel plaetsen de naemen getrocken hebben, als Medemblick van Medea-blick, diens beeldt men seydt dat van den tooren tot in Vrieslandt eertijs blonck, waer door een seggen gekoomen is als de sonne daer op begon te schijnen, „Siet Medea blickt”. Commentaar zal nu wel overbodig zijn!

Nu kunnen wij natuurlijk gemakkelijk ginnegappen om dergelijke verklaringen, maar men vergete niet, dat de wetenschappen, bepaaldelijk de taalkunde, de aardrijkskunde en de geschiedenis, die we juist voor de verklaring van de plaatsnamen nodig hebben, in vroegere eeuwen nog weinig waren gevorderd. De moderne wetenschap dateert van de 2e helft der 19e eeuw. Dan ook ontstaat er een geheel apart vak, dat we toponymie of plaatsnamenkunde noemen. In 1884 wordt het tijdschrift Nomina Geographica Neerlandica opgericht, dat geheel en uitsluitend aan de studie der Nederlandse plaatsnamen is gewijd en waarvan tot heden 13 delen zijn verschenen. Toch staan wij op dit gebied zeer ten achter bij de ons omringende landen, al is in de laatste jaren een hernieuwde belangstelling voor de toponymie ten onzent merkbaar.
Ik wijs slechts op het feit, dat in 1948 de Naamkundecommissie werd opgericht, die zich zowel met het onderzoek van de plaatsnamen als van de persoonsnamen bezighoudt.

Laat mij dit art. besluiten met een vriendelijk verzoek. Ik ben reeds enige jaren bezig met de studie van de Noordhollandse plaatsnamen. En nu zou ik het zo prettig vinden, als de lezers en de lezeressen van De Speelwagen me hierbij een handje zouden willen helpen. Wel weet ik, dat reeds enkele lezers van De Speelwagen hebben meegewerkt aan de eerste vragenlijst van de Naamkunde-commissie, die in 1946 nog door de Dialectencommissie werd uitgezonden, wel heb ik met belangstelling kennis genomen van de lijst van de Heer J. Nierop uit Schellinkhout, maar er moet nog veel meer materiaal worden ingezonden. Vooral zou ik het zeer op prijs stellen, als men mij allerlei moeilijke, raadselachtige veldnamen, waternamen en bosnamen zou willen zenden, liefst met de vermelding er bij van de ligging en zo mogelijk van de betekenis. Ook polderbesturen, kerkbesturen en soortgelijke instanties, die wellicht allerlei archieven tot hun beschikking hebben, verzoek ik vriendelijk om hun medewerking in dezen.
En nou moete jullie niet zegge: „De er is niks an vongen” of „ik hou niet van zuk”, maar doen 'oor. Mijn volledig adres staat hieronder.

Dr G. Karsten

1 Zie Dr M. Schönfeld, Veldnamen in Nederland. 14
2 Zie zijn Noordh. Arcadia, 236
3 Zie Dr G. B. W. Huizinga, Medemblik inzonderheid in verband met de Zuiderzeewerken, 19 en P. A. de Lange, Nederl. Gemeentewapens, Medemblik, 16
4 Zie Dr A. A. Beekman en H. J. Moerman, Nederl. Aardrijksk. namen, 13
5 Zie Bijdr. voor de Gesch. v. h. Bisdom Haarlem, XXVI. 409

 


Hé, is dat Westfries?

596. Je mag niet die appel van dat kleine kind ofpollen (aftroggelen, afbédelen).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2021 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.