Westfries Genootschap
Bibliotheek
Westfries Genootschap Bibliotheek Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Bibliotheek » De Speelwagen » 1949 » No. 7 » pagina 230-232

Op Doorreis

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 4e jaargang, 1949, No. 7, pagina 230-232.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: E. Kroeskop.

Op Doorreis

Het woord „folklore", dat nu juist ruim een eeuw geleden in Engeland werd geïntroduceerd (wie van zorgvuldigheid houdt moge het nauwkeurige jaartal 1846 noteren!) wordt wel eens van typerende toevoegsels voorzien, die op uiteenlopende waardering en begrip wijzen. Zo spreekt men wel eens van touristische, of zelfs van Lunapark-folklore. Het is een feit, dat de oude tooi van huisraad en kleding wel eens voor reclame-doeleinden in handen verzeilt van lieden, die van 't hanteren ervan evenveel verstand hebben, als 'n olifant van nettenbreien. Zo kon men de laatste weken, een overigens geslaagde foto bewonderen, waarop twee meisjes in de Canadese hoofdstad op ons prachtige tulpengeschenk wijzen. Ze droegen de „nationale” Volendammer dracht, maar de zwierige, kanten hullen, stonden achterstevoor, de coquette „punten” zaten in de nek!

De Luilakviering geeft ons thans de term: paedagogische folklore in de pen. Steeds meer wordt het gebruik, dat men leiding geeft bij de herleving van bijna verdwenen, of correctie aan ontaarde seizoenfeesten. Vooral de Palmpaas en de Sint Maartensviering gaven hiervan verschillende voorbeelden te zien. Ook bij de Luilakviering streeft men er naar, de uitbundige vitaliteit in te dammen of te kanaliseren. In de vorige eeuw zijn aardige oude kalendergebruiken te gronde gegaan aan overwoekeringen in de vorm van bedelpartijen annex drankmisbruik en straatschenderij. Het zou van naïeveteit getuigen, het oog te sluiten voor dit laatste gevaar, dat ook schuilt in sommige elementen der Luilakviering. Daarom zijn weloverwogen kanalisaties onze aandacht zeker waard. Zaandam heeft ook dit jaar met de Korrie-wedstrijden voor de schooljeugd zijn bemoeiïngen op geslaagde wijze herhaald. Te Hoorn was het de Jeugdraad, die op Hemelvaartsdag met de „lieverdjes” ging Dauwtrappen en Zaterdag voor Pinksteren 't initiatief voor een „geleide” Luilak-viering nam; wij hoorden tevreden stemmen en dat betekent een goed begin. Te Hoogwoud, waar men geen Luilak meer kende, hebben Burgemeester Breebaart en het Hoofd der School Runeman een nieuwe viering in scène gezet, waarvan het hoogtepunt een prachtig „schoonmaakvuur” (vlooien-vuur!) vormde, gevolgd door de bollen-fuif.

Een blij stukje dorpsleven!
In een bont complex van bestanddelen als de Luilak-viering zitten zoveel oer-oude en zeer banale, zoveel bruikbare en gevaarlijke elementen dooreen, dat leiding en voorzichtige „restauratie” niet bij voorbaat veroordeeld behoeft te worden. De gebruiken, zoals wij die nu kennen, zijn immers al zo verbasterd en vaak nog tamelijk „nieuw” ook! Historisch weten we zo weinig van die feesten af. Wanneer werd b.v. Sinterklaas voor 't eerst als kinderfeest gevierd? Van wanneer is de oudste beschrijving van de klassieke Zaanse Luilakviering? Van ongeveer 1820! De lawaaiige „sleepies", vertelt de folklorist U verder, zijn vermoedelijk wel jonge, en vrij onaardige verbasteringen van de Korrie, die in de vorige eeuw door de politie verboden werd! En die „korrie” heeft ook een hele gedaanteverwisseling ondergaan, in elk geval moet die vroeger meer sierlijk en versierd geweest zijn! Mogelijk zelfs heeft de Romein Tacitus er de oorspronkelijke vorm wel van beschreven. De meisjes liepen vroeger met groene Looilaktakken, en dat waren misschien wel zusjes van de Palmpaas, beide een dwergvorm van de Meiboom.
Voor Jeugdraden e.d. ligt hier een onmetelijk terrein, om materiaal voor restauratie-vormen te zoeken.

Het stedelijk Westfries Museum te Hoorn, deftig gehuisvest aan de Roode Steen achter de indrukwekkende hardstenen gevel, gebouwd in de prachtige barokke vormen van 1632, heeft met Pinksteren een drukke ontvangdag gehad, en haar nieuwe expositie-ruimte aan een grote schare bezoekers kunnen tonen. Sedert 1878, het jaar dat het voormalige gebouw van het College der Gecommitteerde Raden voor het Museum beschikbaar kwam, heeft de aangroeiende verzameling stuk voor stuk het gehele gebouw geannexeerd. Aanvankelijk toch zat men hier ook voor het probleem der gedeelde woonruimte.
Vaste medebewoner was het Kantongerecht en het bleef dat tot 1932.

Maar het was aanvankelijk een geduchte tegenvaller, dat ook de z.g. audiëntie-zaal nog moest worden afgestaan, zij het ook tijdelijk, aan het Hoofdbureau van de Spoorweg! In die geboortejaren van het Westfries Museum, in dezelfde tijd dat „het” Rijksmuseum te Amsterdam van de Volksvertegenwoordiging werd losgescheurd, was de overheid gewoon de knip op de buul te houden. Langzamerhand werd het Museum geheel baas in eigen huis, thans is de zaal achter de taveerne ook opengesteld en bij die gelegenheid is een dubbeltjes-dag ingevoerd, de gewone toegangsprijs van een kwartje was dus flink verlaagd. Er gingen stemmen op, om de nieuwe expositie-ruimte de naam „Kerkmeyerzaal” te geven, ter ere van de geestdriftige en onverpoosde arbeid, die de heer Kerkmeyer en zijn overleden echtgenote voor deze schatkamer van Westfriese historie, kunst en folklore hebben verricht!

Het Westfries Museum is een gemeentelijke instelling, maar het karakter en het formaat der verzamelingen is zó indrukwekkend, dat het beslist gewestelijke allures heeft. Weten onderwijsmensen in de provincie wel, dat schoolklassen onder hun leiding gratis een kijkje in deze prachtig gehuisveste verzamelingen kunnen nemen? Jaar op jaar vermeldde de heer Kerkmeyer, tijdens de halve eeuw dat hij als Conservator de leiding had, in zijn Jaarverslag de namen van de onderwijzers, die er met hun klassen kwamen!

Enkele maanden geleden kondigden we in de „Boekenla” de verschijning var. „Taal en Tongval", het nieuwe tijdschrift voor de studie der streektalen aan.
Een der medewerkers, Dr P. J. Meertens, doet op de taalkundige onderzoekingstochten het Noorderkwartier aan. Daar heeft hij in Den Helder een Engels taal-zwervertje ontdekt, nl. het zelfstandig naamwoord „eik” in de betekenis van hond. Ieder, die geregeld contact met inwoners van Den Helder heeft gehad, moet het gebruik van dit woord zijn opgevallen. Nergens anders komt het voor, noch iets dat er op lijkt. De benaming „eik” voorspelt voor het viervoetertje, dat er mee getooid wordt, weinig goeds. Want 't is evenzeer een bewijs voor de onvriendelijke stemming te zijnen opzichte, als van de uiterst geringe waardering voor zijn hondse schoonheden. In Den Helder zelf had men een vernuftige verklaring van dit onbegrijpelijke woord; het gebruik ervan zou dateren uit „de Franse tijd": hond is Frans: chien; dit woord klinkt enigszins als Frans chêne, dat eik betekende; en langs deze omweg zou eik zijn specifiek-Helderse betekenis van: hond hebben gekregen! Dr Meertens vond nu in zijn Shakespeare-lectuur toevallig het woord tike (uitgespr. ongeveer taik, waar het Helderse eik tamelijk goed op rijmt.) Het woord is een onvleiende benaming voor hond. Nader onderzoek ter plaatse wees uit, dat kolenlossers van Engelse boten, meestal afkomstig uit Noord-Engeland, een hond die hun voor de benen liep, uitscholden voor „jeik, of zo iets", waarschijnlijk „teik". Dit brengt schrijver tot de veronderstelling dat „eik” een woord is uit het „steenkolen-Engels” der havenbevolking en vandaar in het taaleigen van Den Helder doorgedrongen.

E. Kroeskop

 


Hé, is dat Westfries?

564. Moeder, wat moeten we klaarmaken als baispul voor morgen (groente bij 't hoofdgerecht)?

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2021 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.