Westfries Genootschap
Bibliotheek
Westfries Genootschap Bibliotheek Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Bibliotheek » De Speelwagen » 1949 » No. 7 » pagina 223-229

West-Friesland's Oud en Nieuw, Spiegel van Historie en Leven

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 4e jaargang, 1949, No. 7, pagina 223-229.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: E. Kroeskop.

Wie, gedreven door het besef van de hoge waarden, die in de gewestelijke beschavingen verborgen liggen, een nadere studie gaat maken van de talrijke en veelsoortige organen, welke zich de bezinning op het volkseigen en de streekgeschiedenis ten doel stellen, raakt al spoedig onder de indruk van de voorlijkheid, op dit terrein aan de dag gelegd door de z.g. Randgewesten. Het Fries Genootschap heeft b.v. zijn Eeuwfeest reeds gevierd, het dateert van 1827. Als in 1926 de eerste Westfriese Bundel verschijnt, staan er op de boekenplanken van dit Leeuwarder genootschap reeds een dikke 25 jaargangen van „De Vrije Fries”. De Drentse Volksalmanak, die eveneens als vergelijkingsobject kan dienen, draagt in zijn antiek-aandoende naam reeds de kentekenen van eerbiedwaardige ouderdom; in zijn Oude reeks dateert deze bundel reeds van 1837. Afgezien van de in 1873 gestichte Bijdragen voor de Geschiedenis van het Bisdom Haarlem, die waardevolle historische gegevens ook van West-Friesland vastlegden, maar aardrijkskundig gesproken toch een ander gebied bestreken, heeft ons gewest daar aanvankelijk niet veel tegenover te stellen. Voor West-Friesland, dat reeds zo vroeg een Theodorus Velius voortbracht, is dit een opvallend verschijnsel. Was het zozeer beïnvloed door het machtige uitstralingsgebied „Holland”, dat het zijn geschiedenis vereenzelvigde met de algemeen-vaderlandse, waarin dit machtige, expansieve gewest zo'n dominerende rol speelde?

Ook wanneer tijdens en vlak na de eerste Wereldoorlog allerwege nieuwe organen groeien, thans met de veel bewuster doelstelling om bedreigd volkseigen te verdedigen, of verkommerd en verslonsd cultuurgoed weer op stel te brengen, gaan de Randgewesten weer met fris initiatief aan de kop. Om één voorbeeld te noemen: in 1917 werden de vereniging Grunniger Spraok en het Maandblad Groningen in het leven geroepen. Overal in deze jaren zochten mensen van allerlei slag, die vol ontsteltenis de schatten van historie, landschap en stedeschoon, van stijlvolle levensvorm en harmonisch gegroeide traditie ten dode bedreigd zagen, elkander op, om samen te redden of te remmen, om in 't ergste geval althans inzicht te verwerven in oorzaken en verloop van het slopingsproces. In dit verband gezien hebben de pioniers, die in 1924 de grondslag legden van het Westfries Genootschap, op eigen wijze vorm gegeven aan een der algemene denkbeelden van hun periode. In al hun eenvoud hebben ook zij gehandeld „in opdracht van de tijd”. Als een der tastbare resultaten van hun kloek beleid, staat thans in de boekerijen naast de collecties van De Vrije Fries, Drentse Volksalmanak, Verslagen en Mededelingen van de Vereniging voor Overijssels Recht en Geschiedenis, ook een bonte reeks van achttien, eerlang negentien, bundels „West-Friesland's Oud en Nieuw"!

Het was een bescheiden boekske van 128 pagina's, dat in 1926 als schuchtere eersteling de wereld werd ingezonden. Zijn geestelijke vaders, Dr G. C. van Balen Blanken en K. Ruyterman, gaven het op zijn weg een boodschap mee, die even hartelijk als oprecht geformuleerd was: „Er is hier (zo waarschuwden zij) heel veel groens en weinig rijps! Velen zullen zelfs vragen: hoe hebben zij het durven besteken? Maar – zonder groen kan er nooit rijp ontstaan.
Die pretentieloze Bundel groeide, onder de zorgzame handen van de heren Van Balen Blanken, Jb de Jong en D. Brouwer, staag in tal en volume; er kwamen al gauw corpulente exemplaren te voorschijn van 250 en 300 pagina's.
Spoedig konden de Redactie-leden met welgevallen constateren: de Bundels zijn de trots en de glorie van ons Genootschap en – de kurken, waarop het drijft.

Voor talloze lezers van allerlei intellectuele rang en stand zijn deze boeken telkens opnieuw een bron van kennis en geestelijk genot geweest. Wie door jarenlange omgang met hun inhoud vertrouwd geraakt is, zal bij het raadplegen van deze vriendelijke gids meermalen de meesterlijke karakteristiek voor de geest gekomen zijn, waarmede Prof. Huizinga eens het domein en de invloedssfeer van de geschiedschrijving aftekende: „Geen wetenschap heeft haar poorten zo wijd openstaan naar de zijde van het grote publiek als de geschiedenis; in geen enkel vak is de overgang van de dillettant tot de vakman zo geleidelijk als hier”. Wanneer ik, in vergelijking met andere organen voor de beoefening der gewestelijke historie en de volks cultuur, zoek naar het eigene, dat „onze” Bundels kenmerkt, dan geloof ik dit eigen cachet te mogen zien in die bonte verscheidenheid van tussentinten, welke alle denkbare nuanceringen tussen de academisch gevormde „vakman” en de schuchterste dillettant of de meest eigengereide autodidact vertegenwoordigen. Dokter Van Balen Blanken, in wiens boeiende en veelzijdige persoonlijkheid zoveel van het beste, dat de negentiende eeuw ons bracht, was belichaamd, heeft dit zeker bewust zo gewild. Zelf populariseerde hij op charmante en onnavolgbare wijze in zijn causerieën, die u op de stoel van Wervershoof naar Schellinkhout, van Barsingerhorn naar Broek op Langedijk voeren. In zijn oorspronkelijke kleurrijke taal zei hij: wij brengen van allerhande gading, want wij hebben voor alles „gaaijenaars” . Welnu in de Bundels komen gaaijenaars van de meest uiteenlopende aard aan hun trek.
Daar komen gespecialiseerde vakmensen aan 't woord, als Mr Belonje, om uit de rijkdom van eigen archiefvondsten b.v. iets naders te vertellen over de figuren op een bekende grafsteen te Benningbroek, die de volksfantasie met haar legende heeft omrankt. Een ander jaar vertelt hij over twee zeer bijzondere oude kaarten, die de vroonlanden of „heerelanden” onder de Langedijker dorpen afbeelden en waaraan een kloosterbroeder uit het Friese klooster Thabor bij Sneek in 1532 niet minder dan 84 dagen ter plaatse heeft gewerkt. Wie zijn dikwijls vage en in de lucht hangende voorstellingen van de Vaderlandse Geschiedenis eens wil verstevigen of verhelderen, ga eens luisteren naar een andere man van de wetenschap, Dr A. Zijp, die de ingewikkelde gebeurtenissen van ons Revolutie-jaar 1795 illustreert met een tragicomisch verhaal over de gang der Bataafse Revolutie in de polder De Zijpe. Wie eenmaal het boeiende en leerzame van dit soort geschiedschrijving heeft ervaren, grijpt met belangstelling naar de studie van H. Jonker, die prikkelt tot vergelijking met het werk van Dr Zijp, omdat hier de gang van zaken in de Wieringerwaard wordt geschetst. Alleen reeds terwille van zulk degelijk en verantwoord materiaal, waarvan we binnen ons bestek natuurlijk maar een glimpje kunnen tonen, moesten alle schoolbibliotheken in ons gewest op de uitgaven van het Genootschap geabonneerd zijn.

Omstreeks 1835 was het met de geschiedeniskennis van het algemeen ontwikkelde publiek zó gesteld, dat dichters het nodig achtten ter verklaring van hun werk het woord „kruistochten” in een aantekening toe te lichten. Daarbij maakten ze dan zelf nog weer fouten ook. Van de kruistochten leert men nu op school respectabele aantallen.
Maar weet de lezer ook van de Jeruzalem-vaarders uit later eeuwen? Kent men pelgrimsfiguren uit eigen omgeving, b.v. Pieter Claesz. Paling uit Alkmaar? Of die Schepen uit het dorp Harenkarspel, die in 1614 naar Jeruzalem toog? Anders moet ge u, ook alweer met behulp van de Bundel, eens laten voorlichten door Prof. Willibrord Lampen. Hebt ge uit Uw jongensjaren een zwak behouden voor de echte Watergeuzen-romantiek? Nederland bezit een gespecialiseerd navorser voor alles wat met Geuzen te land en te water in betrekking heeft gestaan, in de persoon van de heer F. Vogels. Hij stelt zijn vragen anders dan die specialist uit de 18de eeuw, die eens een opzettelijk onderzoek over had voor de kwellende vraag, of de Edelen van de Geuzenbond bij de aanbieding van hun Smeekschrift in rijen van drie, vier, of vijf hadden gedefileerd. Natuurlijk vond de heer Vogels ook in het oude Geuzenland West-Friesland gastvrijheid voor zijn artikelen; zo kunnen de Enkhuizers in de Bundel b.v. tekenachtige bijzonderheden vinden over de daden van hun stadgenoot, die de veelbetekenende bijnaam van „Vliechop” voerde.
Verder vindt men er de nijvere archief-speurders; zij laten het verleden gaarne spreken in de echte, oude taal der onbewerkte stukken. Mannen als D. Brouwer, P. Noordeloos en S. Lootsma schonken aan de Bundel talrijke antieke gedenkstukjes uit oude Trouw- en Doopboeken, uit Polderarchieven en Notaris-protocollen. Wat kon een vernuftig heraldicus als de heer P. de Lange een oud zegel of gemeentewapen een geheimen ontwringen! Genealogen brengen het contact met het verleden tot stand via de familie-lijnen van nog levende figuren. Zij werken vaak met kleine „trekjes”. Treft het niet, als u door een verre nazaat wordt verteld, dat de families Oostwoud Wijdenes en Wijdenes Spaans via de kleindochter Aafje van de geschiedschrijver Velius afstammen en dat hij „de opvallend brede onderlip” van de Hoornse medicus-geschiedschrijver nog bij meerdere afstammelingen heeft opgemerkt?
Wat kon een P. Schuurman Wz een interessante gegevens op sprekende wijze groeperen rondom een stenen jurisdictie-paal uit de tweede helft van de 18de eeuw, zoals die nog te zien is bij de sluizen te Schardam, in de vorm van een stenen obelisk met een zittende Eenhoorn als schildhouder van het Hoornse stadswapen?

Voor het merendeel zijn de genoemden reeds overleden; het Zilveren Genootschapsfeest zal hun namen weer met ere naar voren brengen. Zij allen verstonden op eigen wijze de kunst, om de grote toverschelp der historie aan ons oor te doen fluisteren. Elk op eigen wijze... wij gedenken de heer D. Pijper, die zo gaarne vertelde van de historische plekjes van de omgeving, waar hij was geboren en getogen. Hij schreef in dialect en in de Nederlandse schrijftaal, in rijm en in proza, over de beroemde Koningspaad en de oude boerderij aan de Gouw te Hoogwoud, over de „Hanestap"-legende en de legendarische eerste draagster van de gouden hoofdtooi der Friese vrouwen, Fostedina, waaraan de herinnering bewaard wordt door de naam op een boerderij te Twisk. Hij behoorde tot dat aantrekkelijke genre van plaatselijke historici, waarvan het oude woord geldt, dat de liefde de meeste is. Zeker zouden wij nog een dozijn vertegenwoordigers van deze talrijke groep moeten noemen, maar wij mogen de dialect-bijdragen ook niet stilzwijgend voorbijgaan.
Tot een afwegend oordeel kan iemand, die het Westfries bestudeerde als „vreemd” idioom tegen de achtergrond van moderne talen en Oost-Nederlandse dialecten, zich niet verstouten. Wel kan hij getuigen van zijn opgetogenheid over de velerlei schoonheid, die deze studie hem steeds weer deed ontdekken en zijn dank uitspreken voor de hulp, die jaren geleden het boekje van J. de Vries "Westfriese woorden” en later het degelijke werk van Dr Karsten daarbij aan de gretige gebruiker bood.
Van deze groep auteurs noemen wij in de eerste plaats J. Roselaar, die in 1939 in overeenstemming met de wens van de overledene de plaats van Dokter Van Balen Blanken in de leiding van de Bundel innam. Zijn encyclopaedische kennis van folklore en dialect, zijn frisse originele kijk op historische kwesties, die hem vaak voert op de paden van plaatsnaamkunde, kennis van oude verkavelingsvormen e.d., maar bovenal zijn taal-virtuositeit, zowel in poëzie als proza stempelen hem tot een streek-auteur van betekenis. Gelukkig voor de literair-historische volledigheid der Bundels zijn in het repertorium ook de namen van erkende Westfriese auteurs als Mevr. Visser-Roosendaal, Alie van Wijhe-Smeding en Jac. Broersen met bijdragen vermeld. Maar ook hier treft weer diezelfde geleidelijke overgang van de vakman naar de dillettant. Wat zou er geen aantrekkelijke bloemlezing samen te stellen zijn uit de treffende schetsen van Mevr. A. C. ter Horst-Hoekstra, die zo velen liet genieten van haar zuiver geschreven levensverhaal van 'n kloin Pittichie, dat 1837 in Andijk geboren was, van Maartje uit de Biemster of Griet van de Skousplaas, wanneer ze vertellen van de dagen van weleer, toen ze nog „skoolloupertjes” waren of leerden pandoeren bij de watermolenaar onder 't genot van 'n kopje koffie „dat veul van wapeling weg had, met 'n goffie skeipemelk er in”. Het zou juist zo te betreuren zijn als dit schrijversras moest uitsterven, b.v. door gebrek aan aanmoediging. Wij denken ook aan de rijke documentatie van een zeer nabij verleden, die deze schetsen zo argeloos voor latere onderzoekers bewaren. Luistert u nog eens naar deze passage van een auteur die schuilevinkje speelt achter de Westfriese naam: Achteromsklomp. „'t Was toen de menier, dat as 'r bai ientje 'n popke komen was, den honge ze 'n rinkie an de deur. Dat was omdat er den gien veldwachter in huis komme mocht, want aars zou de kraamvrouw deervan verskiete. En an dat rinkie kon je ok zien, of 'r 'n jongen of 'n maidje komen was. Als 't rinkie heelskendal omwoelt was, den was 't 'n jongen en as 't half omwoelt was, den was 't 'n maidje.” Herkent ge het Kraamkloppertje, lezer, dat midden 19de eeuw b.v. nog in Haarlem ook in gebruik was?

Welk een liefde zit er achter al die kleine historische arbeid, dat spiegelen van vroeger leven en bedrijf! Het Zilveren Westfries Genootschap kan trots zijn op deze spiegel van historie en leven!

E. Kroeskop


Zwerftochten door West-Friesland

Voor „De Speelwagen” schreef de begaafde auteur Jan Mens twee jaar geleden een serie artikelen, waarin hij op geestige en fijngevoelige wijze de reisgenoten vertelt hoe hij West-Friesland leerde kennen en bewonderen.
Deze reportage, verlucht met een aantal pittige tekeningen van Maarten Oortwijn, hebben wij in z'n geheel herdrukt, omdat ongetwijfeld in bredere kring hiervoor belangstelling bestaat.
„Door het land van' Radbout, Coen en Paludanus”, zo luidt de titel, kunt u bestellen bij de administratie van „De Speelwagen”, Goudastraat 65 te Wormerveer. De prijs bedraagt ƒ 1.50.

 


Hé, is dat Westfries?

723. Ik hou niet van z'n konkelefóesies (smoesjes; overdreven beleefdheid, mooipraterij).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2021 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.