Westfries Genootschap
Bibliotheek
Westfries Genootschap Bibliotheek Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Bibliotheek » De Speelwagen » 1949 » No. 7 » pagina 209-210

Herinnering aan Dokter Van Balen Blanken

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 4e jaargang, 1949, No. 7, pagina 209-210.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: P. Kooyman.

Zo vier, vijf en twintig jaar geleden ben ik eens op een Zondagmiddag bij de familie Van Balen Blanken op bezoek geweest. De dokter woonde toen nog in Spanbroek in het oude huis, waarvan het zeggen ging, dat het paadje naar de deur van de wachtkamer, geheel uit getrokken kiezen en tanden bestond. Als tanden- en kiezentrekker bezat dokter een grote bekendheid. „Dat kiezen trekken”, zo zei hij, „is op zichzelf geen kunst, maar de grote kunst zit hem hierin om een slechte kies er heel uit te krijgen”. Hij verstond die kunst.

Maar om op mijn verhaal terug te komen; ik was dan die Zondagmiddag bij de familie op visite. De aanleiding tot dit bezoek was een toneelwedstrijd in Hoogwoud in de afgelopen winter, waar dokter als jurylid had gefungeerd en nu wilde ik zijn ervaringen eens weten.
”Ik doe het nooit meer”, zei hij. „Zoiets beoordelen is me veel te moeilijk”. Gelukkig dat zijn dochter, mevrouw Wegener Sleeswijk, er anders over dacht en vele malen haar gewaardeerde oordeel over het Westfriese toneelspel heeft gegeven.

Nadat we zo over het een en ander gepraat hadden, vroeg dokter eensklaps of ik mee wilde. Hij moest nog enkele patiënten bezoeken. „Wat daaldertjes verdienen”, zoals hij zei.
Koetsier Stam kwam met de glazen wagen voor en wij stapten achter in. Al rijdende vertelde dokter over het lief en leed van zijn mensen en ik kon bemerken hoe hij met hen meeleefde.

Nadat hij weer een patiënt had bezocht, zei hij triomfantelijk: „Ik heb hem, ik heb hem”.
Ik keek hem verwonderd aan. „Ja, ik heb hem te pakken, magere Hein”. Wat klonk daar een vreugde in de stem van deze dokter, die met hart en ziel de lijdende mensen terzijde stond.

Toen we weer terug waren, zei mevrouw dat een jonge Katholieke vrouw zat te wachten, omdat zij wegens vertrek naar elders eerst haar schuld wilde betalen. „0, die heb ik al afgeschreven, hoor”, liet dokter zich ontvallen.

En nu wij het zilveren jubileum van Oud West-Friesland gaan vieren, denken wij aan hem, die met onvergelijkbaar optimisme zoveel voor het genootschap heeft weten te bereiken.
De persoonlijke kennismaking op die Zondagmiddag in Spanbroek heeft mij hem echter leren zien als dokter, als vriend, maar bovenal als mens.

P. Kooyman

 


Hé, is dat Westfries?

462. 't Kind zat te gnokken (begerig te kijken) naar al dat lekkers.
Als moeder vlees snijdt, staat de hond erbij te gnokken.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2021 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.