Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1949 » No. 7 » pagina 206-208

Bij het vijfde lustrum van het Historisch Genootschap Oud West-Friesland

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 4e jaargang, 1949, No. 7, pagina 206-208.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: M. Zwaagdijk.

Het is geen louter toeval, dat de stoot tot de oprichting van het Historisch Genootschap „Oud West-Friesland” in 1924 in Hoorn is uitgegaan van het Departement Hauwert der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.

Hauwert is een van de Westfriese dorpen, die hun oude cultuurtraditie wel het zuiverst en het langst hebben bewaard. Een van de oorzaken daarvan was de afgesloten ligging. Het dichtst bevolkte deel, de zgn. „zak"”, liep dood bij de Notweg. Bovendien was de ligging bijzonder laag, zodat het vóór honderd jaar in herfst- en wintertijd werd ingesloten door ondergelopen weilanden. Bij overlevering weet ik, dat mijn grootvader nog met angst in 't hart op de brug van 't Papeveer heeft staan turen in de richting van Oostwoud, waar mijn grootmoeder en haar kinderen met de schuit op weg naar huis het vaarwater was kwijt geraakt en uit alle macht de kloet hanteerde, om van 't ondergelopen land weer vlot te komen. De kerk en verschillende woningen staan dan ook nog op kleine terpen en van deze woningen is de wörf werkelijk opgeworpen. — Het gevolg van deze afgeslotenheid was, dat de bewoners van „Skokkeland”1 „erg op mekaar” waren, met welke Westfriese uitdrukking niet werd bedoeld, dat ze dicht bij elkaar woonden, maar dat ze in 't mooiste algemeen beschaafd gesproken solidair waren. Men was op elkaars hulp aangewezen: bij ziekte en ongeval, bij geboorte, huwelijk en dood, bij 't inhalen van de oogst. En dat kweekte hulpvaardigheid. Na brand werd er een collecte gehouden, om de maid, de dienstbode, weer nieuwe kleren, maar vooral nieuw kappegoed te verschaffen. Dit laatste was toch onmisbaar! Men achtte zich algemeen verantwoordelijk voor de moraal van de enkeling en de ketelmuziek, waarover ik later thuis hoorde vertellen, diende, om deze tegenover de overtreder hoog te houden.

Hun feestelijkheden, hun spelen bleven grotendeels tot het dorp beperkt: het kleine Hauwert telde in mijn jeugd wel drie kolfbanen, waarvan vooral op kermissen een druk gebruik werd gemaakt. Bij deze gelegenheid wil ik nog even een jeugdherinnering ophalen van een feestelijkheid, waarbij de schooljeugd, geleid door ouderen, hand aan hand achter elkaar een slinger vormde, die in optocht door het dorp en aan 't eind door de bakkerij trok en daarna weer terugkeerde (± 1802). Een feestelijke ommegang, die enige overeenkomst had met het bekende „vlöggelen” in Ootmarsum. Was het een laat overblijfsel van wat eens een gebruik van volwassenen kan zijn geweest? — Ook de trek met de jeugd naar Bergen aan Zee was merkwaardig. Wie dacht er vóór 60 jaar aan schoolreisjes? In ons Zondagse pakje klommen we in de bakwagens en daar ging het in optocht eerst naar Hensbroek, waar in de herberg met het bekende wapen werd opgestoken en vervolgens steeds maar verder en onder gejuich werden de door de zon beschenen toppen van de duinen begroet...

Dit dorpseigene moest voor Hauwert en andere Westfriese dorpen verdwijnen, toen in de tachtiger jaren de spoor van Enkhuizen naar Amsterdam door West-Friesland denderde, later het Medemblikker spoortje in zijn kronkelende loop de dorpen verbond en het rijwiel zijn intocht deed. Nog hoor ik in Hauwert de eerste fiets met zijn enorm voor- en zijn klein bibberend achterwiel, zijn houten velgen en ijzeren banden over de dorpsstraat rammelen, met de Hauwerters niet beseffend, dat dit vehikel het begin van het einde van veel, wat hun lief en dierbaar was, voorspelde. Dit besef kwam later, toen „meester” Ruyterman zijn zegenrijke arbeid in Hauwert en omliggende plaatsen verrichtte.

Toen de heer K. Ruyterman in Sept. 1889 in Hauwert zijn onderwijs begon, opende hij voor de jeugd een geheel nieuwe wereld. Van geschiedenis hadden we nooit gehoord. „Kijk eens, vroeger waren de bruggen van hout en kijk nu eens naar de brug over de Oostwouder Gouw! 't Is net of de straat gewoon doorloopt!” Dat was, wat ruim een halve eeuw later met tamtam als heemkunde werd aangekondigd. ”Meester” Ruyterman was een pionier. In vele opzichten. Hij was de eerste in West-Friesland, die door zijn land- en tuinbouwonderwijs de weg aanwees voor een meer rationeel bedrijf. De pionier voor Hauwert op 't gebied van 't onderwijs, voor West-Friesland ook ten opzichte van de bescherming van diens historisch verleden. Want toen hij zag, hoe het nieuwe het volkseigene verdrong, ook toen gaf hij mede de stoot, om daar paal en perk aan te stellen en waar dit niet mogelijk was, voor het nageslacht te bewaren, wat eens gemeengoed was geweest.

Er zullen weinig plaatsen in West-Friesland zijn, waar de overgang van oud naar nieuw zich in de korte tijd van ± 40 jaren heeft voltrokken. En het spreekt vanzelf, dat daardoor het verlies van het dorpseigene hier zeer sterk werd gevoeld. Dat was mede de oorzaak hiervan, dat het Nutsdepartement Hauwert met de heer Ruyterman als secretaris-penningmeester de stoot gaf tot de oprichting van het Historisch Genootschap „Oud West-Friesland”, ten einde de historie van 't gewest te bestuderen, de moedertaal, de klederdracht, in ere te houden en historische bouwwerken te beschermen. Ik hoop niets te kort te doen aan de hier niet genoemde bestuursleden, als ik zeg, dat in het Genootschap de wakkere en eminente voorzitter Dr G. C. van Balen Blanken en de ijverige secretaris-penningmeester, de heer K. Ruyterman, de voortrekkers zijn geweest. Dat genootschap had zijn liefde. De Westfriezendagen in Hoorn, Medemblik, Enkhuizen, Schagen, De Rijp, Edam &mdsah; ik noem alleen die, waar ik de heer Ruyterman heb bewonderd, om de wijze, waarop hij het jaarverslag zo rustig en bij wijze van causerie, vol waardering voor anderen, voordroeg — waren ook voor hem hoogtijdagen. Vooral die in Edam, waar hij aan de gemeenschappelijke maaltijd herinneringen vertelde uit zijn opleidingstijd.

Het orgaan van 't Historisch Genootschap lag hem na aan 't hart. In dat van 1934-'35 schreef hij: ”Het voornaamste (betreffende het werk van de vereniging) is zeker de jaarlijkse uitgave van de bundel „West-Friesland's Oud en Nieuw””. In dat van 1938: „Dat er nog steeds nieuwe leden toetreden, hebben wij vooral aan onze bundel te danken. Het is jammer, dat onze bundel nog niet voldoende bekend is”.

15 Jaren, tot aan zijn dood in 1939, heeft de heer Ruyterman zijn beste krachten aan het Historisch Genootschap gewijd, ook toen de uitbreiding van het ledental veel van zijn werkkracht heeft geëist. Wij Westfriezen in 't algemeen en het Genootschap in 't bijzonder kunnen niet dankbaar genoeg zijn voor de onbaatzuchtige arbeid van deze bescheiden onderwijsman.

Ons voorgeslacht blijft mede voortleven in zijn werk. Dat wij in de voortzetting daarvan tonen mannen als de heer Ruyterman waardig te zijn.

M. Zwaagdijk

1 Scheldnaam. Skokke = gedroogde koemest, die voor brandstof diende.

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.

Westfrieslanddag 2019