Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1949 » No. 6 » pagina 163-165

De Roode Leeuw te Schoorl

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 4e jaargang, 1949, No. 6, pagina 163-165.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: Mr. J. Belonje.

Het hotel-café „De Roode Leeuw” te Schoorl zal zeker aan weinigen onzer medereizigers onbekend zijn. Gelegen aan de Westzijde van de hoofdweg, de Heereweg genaamd, aan de achterzijde toegang gevende tot de befaamde speeltuin (waarachter het nog meer bekende steile zandgat!) in de kern van het dorp, schuin over het raadhuis, het voormalige raadhuis en de kerk, heeft het er alle schijn van of die „Roode Leeuw” moet wel vanouds dè dorpsherberg en misschien wel vele eeuwen lang de enige dorpsherberg geweest zijn.

”De Roode Leeuw” draagt, gelijk het een oude, gerenommeerde dorpsherberg pleegt te betamen, een uithangteken of -bord. Wij zouden nu, mogelijk wel naar analogie van het wapen van Holland, dat toch ook een rode leeuw is, eigenlijk deze overbekende wapenfiguur daarop verwachten, maar dat is hier geenszins het geval. Het uithangteken van de Schoorlse Roode Leeuw is voorzien van een min of meer natuurgetrouwe copie van de voorstelling, welke wij ons van de koning der dieren te midden van de lianen der wildernis maken, met dien verstande, dat deze leeuw, inplaats van door de schilder van de normale bruin-gele kleur voorzien te zijn, inderdaad wat geprononceerd rossig is uitgevallen!

Het komt mij voor, dat het hier beschreven uithangteken zijn ontstaan te danken heeft aan de 19de, zo mogelijk zelfs aan de 20ste-eeuwse romantiek in de schilderkunst en dat de oude dorpsherberg in vroegere tijden steeds een fiere rode wapenleeuw gevoerd heeft, zo'n soort monsterfiguur, die met de natuurlijke leeuw eigenlijk niet veel meer gemeen heeft dan gelijkheid in het aantal van zijn ledematen.

De vraag rijst daarbij tevens welke wapenleeuw hier bedoeld kan zijn.
Bij het doen van een keuze zou de leeuw van Holland op het eerste gezicht werkelijk een goede kans maken en anders misschien een plaatselijk wapen. Gaat men echter bij het min of meer officiële werk over de gemeentewapens te rade1, dan moet er noch van Schoorl, noch van Groet, een gemeentewapen bestaan hebben, dat hier tot voorbeeld strekken kon. Toch blijkt de hier genoemde bron, wat althans Groet aangaat, toevalligerwijze niet betrouwbaar, want deze voormalige gemeente heeft tot het einde van haar bestaan een eigen wapen gevoerd, vastgesteld door de Hoge Raad van Adel d.d. 22 October 1817 en zijnde „van goud beladen met een staande leeuw van keel, vergezeld en point van een lambel van 3 pendants van lazuur”2. Dat van Schoorl, hetwelk eerst in de moderne tijd is vastgesteld3, kan bezwaarlijk rechtstreeks tot voorbeeld gestrekt hebben. Trouwens, dit laatste wapen, dat niet zo erg gelukkig is uitgevallen, schijnt, als ik het wel heb, voor een belangrijk deel geïnspireerd te zijn door het zo juist beschreven gemeentewapen van Groet.

In de Alkmaarse notariële protocollen trof ik nu toevallig een acte aan, welke een merkwaardige kijk verschaft op deze tot dusver tamelijk verward schijnende materie. In deze acte, die dagtekent van 12 December 1623 en die verleden is ten overstaan van de Alkmaarse notaris Cornelis de Haes4, worden wij bekend gemaakt met het huis het wapen van Brederode te Schoorl, waarin toen waardin was een zekere Immetje Pieters.

De thans nog bestaande „Roode Leeuw” te Schoorl kan, gelet op deze notitie, bezwaarlijk anders dan identiek zijn met de herberg „het wapen van Brederode” aldaar van het jaar 1623, mede in verband met de omstandigheid, dat het wapen van Brederode vanouds omschreven wordt als te zijn „in goud een blauw getongde en genagelde leeuw; en een blauwe barensteel van drie hangers, over de borst van den leeuw heengaande5”. En eindelijk is het uitgesloten te achten, dat in het vroeger zo kleine Schoorl twee herbergen bestaan zouden hebben, die elk een rode leeuw voerden.

Dan ligt tenslotte een nadere conclusie voor de hand: zowel Groet6 als Schoorl hebben vanouds het wapen van Brederode gevoerd en de herberg te Groet („de staande leeuw”) zowel als die te Schoorl, voerde Brederode. Waarom dit juist Brederode geweest moet zijn, is evenzeer duidelijk. Beide ambachtsheerlijkheden toch ressorteerden niet onder het baljuwschap van Kennemerland, zij waren sedert lange tijd niet meer in 's-Graven boezem, maar... zij behoorden onder het baljuwschap van Brederode7.

Mr. J. Belonje

1 Mr W. J. Baron d' Ablaing van Giessenburg „Nederlandsche Gemeentewapens”, 's-Gravenhage 1862 (Noord-Holland).
2 Origineel in het archief der gemeente Schoorl, mij welwillend medegedeeld door mijn broeder, de heer W. K. Belonje, secretaris der gemeente, aldaar.
3 Bij Koninklijk Besluit van 23 Juni 1925.
4 Inventaris Gemeente-Archief Alkmaar, notarieel archief deel 106.
5 J. B. Rietstap „De Wapens van den Nederlandschen Adel", Groningen 1890, bl. 304.
6 Alhoewel de barensteel of lambel van het wapen van Brederode in het in 1817 vastgestelde wapen op het schild wat teveel afgezakt is!
7 De rode leeuw van het wapen van Callantsoog is op dezelfde wijze te verklaren; ook Callantsoog ressorteerde onder het baljuwschap van Brederode. Vgl. „Tegenwoordige Staat” XVIII, Amsterdam 1750, bl. 279.

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.