Westfries Genootschap
Bibliotheek
Westfries Genootschap Bibliotheek Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Bibliotheek » De Speelwagen » 1949 » No. 5 » pagina 136-139

De Ned. Herv. Kerk te Oosterblokker

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 4e jaargang, 1949, No. 5, pagina 136-139.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: H. M. van den Berg.

De Nederlands Hervormde Kerk te Oosterblokker is een van de grootste en fraaiste oude kerken geweest, die Westfriesland bezat. Zij dateert in haar tegenwoordige vorm uit 't einde der vijftiende eeuw, doch is inwendigzowel als uitwendig zwaar verminkt. De bakstenen kerk bestaat uit een ruim schip met dwarspand en koor en heeft aan de Westzijde een flinke bakstenen toren met houten achtzijdige spits. Zij moet oorspronkelijkeenfraai uiterlijk gehad hebben, doch valt thans weinig op door wijzigingen, die in de vorige eeuw plaats hadden. Aan de Zuidzijde, die van de regen en daardoor van de vorst het meest te lijden heeft, moest het muurwerk blijkbaar gerepareerd worden. In plaats van de voegen te herstellen, nam men het toen moderne en gemakkelijke middel te baat: men pleisterde de gehele Zuidelijke wand van de kerk. Wat men daarmede voorgoed verborg, wisten slechts zij, die dit euvele middel hanteerden. Foto's bestonden in die tijd nog niet en wij kunnen ons thans slechts een beeld vormen hoe de kerk er moet hebben uitgezien, door de voorzijde te vergelijken met de achterzijde, waar het oorspronkelijke metselwerk nog te zien is. Het schip van de kerk blijkt daar uit donkerrode baksteen te zijn opgetrokken; het koor en het transept zijn versierd met blokken natuursteen langs de steunberen. Het onderste gedeelte van de muren bestaat uit een lichte roodgele baksteen, die waarschijnlijk afkomstig is van de afbraak van een vroegere kerk. De gevel van het dwarsschip is aan deze zijde vrij sober versierd met grote blindnissen waarin de bakstenen tracering bewaard is gebleven. Het middenvenster, dat thans geheel dichtgemetseld is, is oorspronkelijk open geweest en van glas in lood voorzien, misschien zelfs wel gebrandschilderd, zoals in de Oosterkerk te Hoorn het geval is.

De Noordzijde van de kerk was echter slechts de achterkant, van de weg af gerekend, en men heeft er daarom slechts weinig versiering toegepast. Veel uitvoeriger ging men te werk aan de voorzijde, de pronkgevel van het gebouw. Daar werd het grote venster eveneens geflankeerd door smallere blindnissen; de topnis werd echter begeleid door twee halve nissen en in de overblijvende ruimten bracht men twee grote verdiepte cirkels van metselwerk aan. Zelfs onder de pleister is nog goed te zien, dat deze cirkels met zorg zijn gemetseld en van een z.g. profiel voorzien zijn, zoals trouwens alle vensters en nissen aan deze zijde van de kerk. De baksteen wordt daartoe ter plaatse behakt; en vooral het bewerken van een cirkel waarbij elke steen anders gevormd moet zijn om tenslotte een goed sluitend geheel te verkrijgen, vereist groot vakmanschap. Wij kunnen dan ook verzekerd zijn, dat de kerkmeesters, die het gebouw deden oprichten, kosten noch moeite gespaard hebben om het zo fraai mogelijk te doen zijn. Of er onder de pleister ook nog blokken blanke natuursteen verborgen zitten ter opluistering van het rode baksteenwerk, blijft een geheim, zolang de pleister er niet afgebikt is. Men kan te Venhuizen aan de gevels van de dwarsramen zien welk een sprankelend effect de laatmiddeleeuwse bouwmeesters daarmede te bereiken wisten. Ook daar vindt men een gelijksoortige gevelindeling met blindnissen en cirkeluitsparingen. En wanneer we nog verder in Westfriesland rondzien, bemerken we dat de kerk van Oosterblokker meerdere verwanten in de buurt heeft. De stad Hoorn bouwde reeds in het midden van de vijftiende eeuw haar Maria-, thans Noorderkerk, met een diep koor en een eenbeukig dwarspand. De Oosterkerk aldaar verkreeg wat later haar transept, waarop in 1600 een royale dakruiter verscheen. We noemden reeds Venhuizen, ook het afgelegen Schellinkhout mag dan niet vergeten worden en de kerk van Oosthuizen, die met zijn brede vensters in de diepe transeptarmen reeds meer naar de Renaissance neigt en op de viering ook een speels torentje draagt, met open peervormige bekroning.

Zwaarder en nog volledig gothisch doet daarbij de kerk van Oosterblokker aan, en deze indruk wordt nog versterkt door de forse vierkante toren, die tegen de Westgevel, aan de Zuidzijde half ingebouwd, verrijst. De drie geledingen zijn slechts spaarzaam versierd met enige blindnissen, waarin in het derde lid de luigaten uitgespaard zijn. De oude klok in 1601 door Willem Wegewart te Kampen gegoten, laat daar doorheen elk uur zijn stem over het dorp klinken. De met leien gedekte spits was door verwaarlozing dusdanig onderkomen, dat de leien afgenomen dienden te worden. Gelukkig is de gemeente Blokker, als eigenaresse van de toren, tot herstel overgegaan en mag men verwachten dat de toren eerlang het goede voorbeeld zal geven aan de kerk.

Deze vindt immers zijn hoofdaccent in de toren en wordt door een poortingang aan de Westzijde van de toren betreden. De Oostwand van de toren bevat vervolgens een hoge spitsbogige doorgang, waarmede men oudtijds de kerk betrad, die zich dan in alle grootheid van haar bijna elf meter brede schip voor de binnentredende opende. Het vier traveeën diepe schip inziende, verloor de blik zich een moment in de wijdheid van de viering, die even diep als breed, de afstand van drie traveeën overspant op een hoogte van ruim twaalf meter, om vervolgens in het koor tegen de veelhoekige sluiting te stuiten. De wanden waren blank gestuct en het gezeefde licht, dat door de vensters met blank en geschilderd glas in lood binnenviel, gaf een stemmige en lichte atmosfeer. Fraai moet daartegen het donkere eikenhout van de trekbalken en hun ondersteuningen, de karbelen, sleutelstukken en muurstijlen afgestoken hebben. Zij dienden om de muren te behoeden voor uitwijken wegens de druk van het gewelf, ook al was dit slechts geheel in hout uitgevoerd. In de koorsluiting zijn de muurstijltjes slechts kort en worden gedragen door kleine stenen kolommetjes, die in hun rankheid voldoende steun suggereren voor de korte spanten die erop neerkomen. Dergelijke zuiltjes zijn mede gebruikt ter afwerking van de hoeken tussen hoofdschip en transept en zij dragen juist onder de aanzet van de kap vier in hout gesneden beelden, de vier evangelisten voorstellend, met hun symbolen. Jammer dat één van dezen verdwenen is.

In de viering staande moet de ruimtewerking van de kerk fraai en bijna groots geweest zijn, doordat men daar in het middelpunt van het gebouw staande, naar vier zijden schip, koor en dwarspanden in kon zien. Op één der vier hoeken vertonen zich nog de sporen van oude banken. Wellicht stond in het begin van de Protestanse tijd de preekstoel op een der hoeken en had men op de andere hoeken herenbanken, zoals nog in de Oosterkerk te Hoorn.

Wat ziet men echter thans? Ten gerieve van de dienst in de kleiner wordende gemeente heeft men halverwege de viering een schot opgericht dat met een gewelfde zoldering aansluit bij het tongewelf van het schip. Inwendig in het schip verkreeg men aldus een rechthoekige zaal, van waaruit men niets meer gewaar wordt van de prachtige ruime bouw van het geheel. De fraaie zeventiende-eeuwse preekstoel waarop de wapens van Holland, Oranje, Blokker, Westfriesland en Drechterland zijn gesneden, kreeg een plaats tegen een schot.

Het klankbord met zijn gestoken friezen in blankeikenhout kwam tegen een geverfde achtergrond van onbestemde kleur te hangen. Voor de verlichting werden gedeelten van koperen kerkkronen tot electrische wandarmen vermaakt. Onnodig te vermelden hoe smakeloos de magere electrische hanglampen zijn en hoe hard het daglicht binnenvalt door de grote ruiten, die in ijzeren roeden gevat zijn.

De ruimten achter het schot werden dienstbaar gemaakt voor consistoriekamer en voor een schoollokaal, dat thans weer verlaten is. Door een kleine deur in de koorsluiting kan men de consistorie bereiken. Voor de school werd nog een deur gebroken in de transeptgevel. Voor de verlichting werden in beide transept-armen op ooghoogte vensters aangebracht, die in de strakke gesloten kerkmuren allerminst op hun plaats zijn.

Zo had men met weinig kosten in de materiële behoeften voorzien. Een kerkgebouw en een gebouw van historische waarde vragen echter betere verzorging. Nu bovendien door schromelijke verwaarlozing der laatste tientallen jaren herstel dringend noodzakelijk is geworden, is het de hoogste tijd te beseffen, wat er te winnen is aan schoonheid wanneer dit gebouw in zijn oude luister hersteld wordt. Oosterblokker is het middelpunt van de welvarende Streek. Laat haar kerk een bewijs zijn dat materiële welvaart ook geestelijke welvaart en cultuur meebrengt.

H. M. van den Berg

 


Hé, is dat Westfries?

564. Moeder, wat moeten we klaarmaken als baispul voor morgen (groente bij 't hoofdgerecht)?

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2021 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.