Westfries Genootschap
Bibliotheek
Westfries Genootschap Bibliotheek Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Bibliotheek » De Speelwagen » 1949 » No. 5 » pagina 132-133

Volkskunst op de Volkshogeschool te Bergen

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 4e jaargang, 1949, No. 5, pagina 132-133.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: Dr P. J. C. de Boer.

Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Commissie voor het Volkshogeschoolwerk in Noord-Holland werd op 26 en 27 Maart j.l. een ledenweekeinde gehouden, waaraan een tentoonstelling van volkskunst, voornamelijk uit onze provincie, verbonden was. Door de architect J. H. Roggeveen en de beeldhouwer Libbe Postma was een kleine collectie volkskunst bijeengebracht, die door kwaliteit vergoedde wat ze in kwantiteit tekortschoot. Voordat de Volkshogeschoolleden tot bezichtiging overgingen, hield de Heer Roggeveen een korte inleiding over het begrip „volkskunst”. Hij wilde hieronder niet verstaan het zuiver ambachtelijke werkstuk, maar de uitingen van huisvlijt van gewoonlijk eenvoudige mensen, die hierin een grote vreugde en een schone, soms ook nuttige vrijetijdspassering vinden; het mooiste zijn die producten, welke zowel iets streekeigens als iets persoonlijks bezitten. De spreker meende dat in vrijwel alle mensen, zij het dan ook soms zeer in de diepte, het vermogen tot vormgeving aanwezig is. Na deze deskundige inleiding volgde de bezichtiging. Tot de belangrijkste inzenders behoorden het Historisch Genootschap „Leeghwater” uit de Beemster, het Westfries Museum te Hoorn, het Enkhuizer Stadhuismuseum, de Kennemer Oudheidkamer, Mej. A. Wit te Hauwert, Hankie Struyk te Bergen, Dr J. den Hartogh, de Heer J. Schilstra te Enkhuizen en vele andere particulieren. Met aandacht bekeken de bezoekers de kunstig besneden speculaasplanken, messen, vorken, „schoolborden”, de rijschaaf en de wandelstokken; onder de laatste trok vooral de aandacht een stok, die in de vorige winter door een schepeling van onze walvisvaarder „Willem Barentsz” uit de kaak van een potvis werd gesneden. Vooral de dames in het gezelschap toonden belangstelling voor het kantkloswerk, de merklappen en het knipwerk. Met behulp van verschillende technieken gaven onze voorouders uiting aan hun levenswijsheid. Zo schreef „in Enchuysen op Maendag den 10 September Anno 1708” Hendrick Pietersz. in kunstig schoonschrift:

Menig wil voor meester gaen,
hij qualijck kan voor knecht bestaen.

Godsvertrouwen spreekt uit het vernuftige knipsel:

Ruewe stormen mogen woeden,
Alles om my heen zijn nacht,
God de Heer zal my behoeden,
Hij, mijn Vader, houdt de wacht.

Profaan, maar grappig was daarnaast de afbeelding van een pretmaker, gezeten op een bierton, met het kreupele onderschrift van diezelfde Hendrick Pietersz. uit Enkhuizen:

mijn god voed mij als mijn herder,
gepresen dies.

Ons persoonlijk kon, althans wat de inhoud betreft, het meest bekoren de merklap met deze diepe levenswijsheid: „Bezit die dingen, welke niemand U kan ontnemen”.
Tenslotte moet nog vermeld worden, dat op het voorplein van de „Oude Hof” een fraaie echte speelwagen prijkte. Smeed- en houtsnijwerk, alsmede de fraaie beschildering trokken zeer de aandacht, evenals de optimistische spreuk op het achterbord.

Heer op de wegen, Boer in de dreven,
Nel aan mijn zijde, Spelend door 't leven.

Een aardige en leerzame tentoonstelling van een kunstuiting, waarvan we moeten hopen, dat zij niet door de alles nivellerende geest van onze tijd zal verdwijnen.

Dr P. J. C. de Boer

 


Hé, is dat Westfries?

397. Ouwerwisse (ouderwetse) stoelen hebben nog triemen (sporten, steunlatjes tussen de poten).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2021 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.