Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1949 » No. 5 » pagina 130-132

Mei op Runxputte

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 4e jaargang, 1949, No. 5, pagina 130-132.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: Jan Visser.

Opzij van de grote verkeersweg Alkmaar-Amsterdam, ongeveer ter hoogte van de grenslijn Heiloo-Limmen, ligt het bedevaartsoord O.L. Vrouw ter Nood. Je kunt het per fiets en per auto bereiken; per voet natuurlijk ook.

Door bij de ingang links af te slaan, kan men dadelijk de zogenaamde Kruisweg volgen langs veertien gemetselde staties, die op schone wijze de veroordeling, kruisgang, kruisiging en graflegging van Christus verbeelden en gelegenheid bieden tot meditatie en gebed.

Mooie dennen en sparren, omgeven door hakhout, heesters en struikgewas, rijzen op langs het pad. Daaronder en daartussen bloeit in de lente en voorzomer een zeer merkwaardig kruid, winterpostelein geheten. De broze, ranke stengel, met kleine witte bloempjes gekroond, is door het schotelvormige blad heengegroeid, hetgeen een eigenaardige indruk wekt.

Naast nagelkruid en muizenoor bloeit er ook de blauwe ereprijs. Witte en rode meidoorns staan in het zonlicht te pronken. Goudenregens stromen naar omlaag, terwijl de brem vol gouden vlinders hangt. De wilde kastanje ontsteekt er zijn prachtige kaarsen, oplichtend van tussen 't fijngevormde blad. Heerlijk geuren de seringen, de rode en paarse rhododendronbloemen. Men zou zijn neus zo in de grote kelken steken, net als de dikke, vlijtige hommels, die er honig komen puren.

Behalve dit is er nog heel wat meer. Het leeft hier van vogels en vogelmuziek. Waar berken staan, voelt de fitis zich thuis. Aandoenlijk klinkt zijn liedje van tussen het tere groen. Dapper slaat de kleine tjiftjaf de maat. In de struiken schettert de winterkoning, laat zijn wekkertje aflopen, dat je lijf er van rilt. Een dorado voor tuinfluiters, spotvogeltjes en zwartkop grasmussen, ook de ringmus vindt er zijn home. U weet wel, die schutterige rakker, met zijn mooie bruine petje. Gaaien, merels en zanglijsters brengen er hun jongen groot. De ferme mistellijster eveneens. Houtduif, de buikspreker, tuimelt er van zijn takkennest. Het kirren der tortels raakt je ziel. Telkens vliegt er een op uit de sparren, charmante vogel, met rode ogen en fraaie waaierstaart. De nachtegaal voert er echter de boventoon. Lustig zendt hij zijn klanken de aether in: fijne glasdraadstrophen, afgewisseld met brobbelende waterrollers en zuivere kanariemuziek.

In het vroege voorjaar vooral luidt er de koolmees zijn klokje, bespeelt de xylophoon, of plukhaart met een soortgenoot. Ook huist er de geheimzinnige koekoek, de virtuoze occarinospeler, die van geen ophouden weet. De torenvalk jaagt er op muizen. In een van de sparren vind je zijn horst. Vandaag — wat een fijne verrassing — zweeft een ooievaar in wijde kringen er boven.

Op een der afdakbalken van de Grote Kapel bouwt meestal de grauwe vliegenvanger zijn nest. Onder de pannen heeft dit jaar een koolmees gebroed. Een kunstje, dat de plakker natuurlijk van de mussen heeft afgekeken. Beide ouden zuiveren een beukenheg van bladrollerrupsen en larven.

Bij de vijver, waarin lelies te dromen drijven, zuurbes en rozen de oever omzomen, vertoont zich de gouden orioolroeper, die wielewaal heet. Soms meen je het krijsen van katten te horen, maar dat is niets anders dan een grapje van de wielewouw-man. Het montere vogelvolk komt hier baden en drinken. Niet alleen de doodgewone mus, maar ook de beweeglijke kwikstaart en praalhans de gekraagde roodstaartjesman. Een vogeltje zo mooi, dat je er stil van wordt.

Duizenden mugjes dansen boven het water. Daar komt soms de zwartgrauwe vliegenvanger op af, een diertje veel mooier, dan de naam doet vermoeden. Zelfs de kwieke oeverloper komt er drinken en tegelijk insecten verdelgen. Dat is op zichzelf al een pelgrimage waard, Je kunt de „steenvink” (Tringa hypoleucos) onmiddellijk herkennen aan de kwikstaartachtige wijze waarop hij met zijn achterlijf wipt.

De exotische ijsvogel heb ik er nog niet betrapt, maar dat dit vliegend wonder er in 't najaar ook komt, is wel zo goed als zeker. Parelmoervlinders niet alleen, maar ook de prachtige Koninginnepages laten zich er zien. En dan, wat ook aardig is, je kunt er het bloeiende naaldhout zien stuiven. Dat doet niet alleen de wind, maar ook de vogels helpen een handje.

Geen wonder, dat men temidden van zoveel echt natuurleven onder de indruk daarvan komt. Het laat zich dan ook gemakkelijk verstaan, dat de primitieve mens, wien de Godsopenbaring ontbrak, tot natuuraanbidding kwam, ja eigenlijk wel komen moest.

Onder de overkapping, naast de uit natuursteen opgetrokken Nieuwe Kapel, heeft de boerenzwaluw zijn nest gemetseld. Niet òp, maar tégen de dwarsbalk nog wel!

De deur van de kapel staat overdag altijd open. Daarbinnen brandt gewijd en heilig licht. Een grijsaard en een meisje liggen er geknield in gebed. „Ave Maria gratia plena ...”

Als recreatie- en wandeloord, voor dit deel van Noordholland, is Runxputte van niet te onderschatten betekenis. Gaat gij er heen en neemt ge uw kinderen mee, tracht ze dan ook in te leiden in de geheimen der natuur. In elk geval kunt gij hen wijzen op het schone verband tussen natuur en religie. Een geest van eerbied, liefde en devotie zal niet nalaten de ontvankelijke zielen te bevruchten, tot opbloei van een zuivere religie, mensen- en scheppingsmin.

Jan Visser

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.

Westfrieslanddag 2019