Westfries Genootschap
Bibliotheek
Westfries Genootschap Bibliotheek Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Bibliotheek » De Speelwagen » 1949 » No. 3 » pagina 86-88

Allemanswerk

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 4e jaargang, 1949, No. 3, pagina 86-88.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.

Kerstgebruiken

Kunt u mij de oorsprong van de volgende gebruiken verklaren?
De vader van mijn man was boer en met Kerstavond, 24 December, zette hij een mand met hooi buiten en dan met Kerstmorgen werd dit hooi aan de koeien gevoerd ieder kreeg een klein plukje.
Verder werd een blok hout aangelegd in de haard en als dit brandde, werd het in een emmer water gedompeld en bij de sparren van het dak gelegd.
Waarom? En wat is de oorzaak hiervan? En waar zijn deze gebruiken nog meer in zwang? Wie kan mij dit in de volgende Speelwagen verklaren?

Mevr. A. J. Leyen-Schouten

Handjes-samen

In het nummer van „De Speelwagen” van October 1948 las ik, dat op de bakkerij-tentoonstelling te Hoorn „handjes samen” te zien waren. Dat bracht mij mijn jeugd in herinnering. Ik zal tien jaar zijn geweest, dus in 1893, dat mijn zusters tegen Sint Nicolaas naar onze oom, bakker Hagtingius te Broekerhaven, gingen om „handjes-samen” te snijden. Zo heette dat. Er kwamen dan in de bakkerij neven en nichten en vrienden en vriendinnen samen. Ze kregen allemaal een stuk deeg voor zich, en maakten daar allerlei figuurtjes van: zwaantjes, mandjes, krakelingen, enz. Was het deeg op, dan werd de bakkerij schoon gemaakt. Siemon, de knecht, ging harmonica-spelen en dan gingen de beentjes van de vloer en werden er allerlei spelletjes gedaan; pandverbeuren, sloffieonder, enz. Bij een dier gelegenheden raakte mijn zuster een ringetje kwijt. Een paar dagen later kreeg mijn moeder een mandje met handjes-samen van oom. Toen ze er 's avonds een middendoor sneed om te smeren, kwam daar het ringetje uit te voorschijn!”

Mevr. v. Bendegom

Katknuppelen III. De Spelregels

Onlangs woonde ik in Egmond-Binnen het zgn. katknuppelen bij. Het is mij bekend, dat dit een zeer oud volksvermaak is, dat veelal bij kermis- en feestgelegenheden door mannen wordt beoefend.
Hierover te schrijven lijkt mij nuttig om daardoor van de zijde der kenners te weten te komen uit welke oude tijden dit spel dateert en hoe de oorsprong daarvan kan worden verklaard. Het nuttige lijkt mij echter méér nog hierin gelegen, dat, door over katknuppelen te schrijven er een bredere bekendheid wordt verkregen van dit mooie oude volksvermaak, waar werkelijk gezonde en sportieve krachten in schuilen en dat daarom voor de toekomst behouden dient te blijven. Behalve dat dit spel voor de beoefenaars een sportieve meting van kracht en werpvaardigheid inhoudt, heeft het bij kermis- en feest gelegenheden voor de toeschouwers bovendien als kijkspel nog een goede „vermakelijkheids-waarde”.

Om de lezer enig idee van het spel te geven, moge hieronder een nauwkeurige beschrijving volgen van het katknuppelen, zoals dit te Egmond-Binnen volgens de aldaar gebruikelijke regels werd gedemonstreerd.
De beoefening vereist een houten ton, die speciaal voor dit spel wordt vervaardigd. Deze heeft als normaal twee bodems. De duigen worden door stevige ijzeren banden hecht bijeengehouden. Om het lichaam van de ton zijn – naast elkaar aansluitend – een aantal tenen hoepels aangebracht, die rondom op verscheidene plaatsen met spijkers aan de duigen zijn bevestigd. Het aantal hoepels is uiteraard van de grootte van de ton afhankelijk. De hoepels zijn groepsgewijze in sterk van elkander te onderscheiden kleuren geschilderd. Telt een ton bijv. 30 hoepels, dan zullen er zes groepen van vijf (rood-witzwart-blauw-wit-groen) geschilderd zijn. Aan iedere bodem is door middel van touw een zgn. kat vastgebonden, bestaande uit een blokje hout.

Vroeger kwam bij dit spel een levende kat te pas, die in de ton werd opgesloten. Tijdens de vermakelijkheid trof ik nog iemand van 70 jaar aan, die het spel met een levende kat zèlf nooit had gekend, maar uit de verhalen van zijn vader positief wist, dat het in zijn vaders tijd nog op de oude wrede manier beoefend werd. Laten wij blij zijn, dat het harteloze uit dit spel verdwenen is en dat het in veredelde vorm is blijven voortbestaan.

Nadat de ton tussen twee dikke palen aan sterk ijzerdraad is opgehangen, kunnen de deelnemers aantreden om zich bij een gevormde commissie te laten inschrijven. Bij loting wordt de volgorde bepaald, waarin geworpen mag worden. Daarna worden de nodige financiële bepalingen getroffen, bestaande uit de vaststelling van het inleggeld en die der uitkeringsbedragen (hoeveel voor het afwerpen van een hoepel en hoeveel voor het uitknuppelen van een kat).

Nu alle zaken geregeld zijn, kan het spel een aanvang nemen. De deelnemers plaatsen zich om beurten op ongeveer 4 m afstand van de ton, voorzien van een knuppel naar keuze. Er zijn er nl. van ijzer, van hout, en een combinatie van beide, de zgn. met ijzer-verzwaarde-houten knuppels. Deze laatste zijn merendeels aan de dikke verzwaarde zijde van een korte beitel voorzien.

De kunst van het spel is aanvankelijk om zoveel mogelijk hoepels van de ton af te knuppelen; hetgeen pas goed mogelijk is, wanneer deze half in duigen is gebeukt. Onder de formidabele kracht-worpen breken de hoepels gedeeltelijk en soms zelfs grotendeels af. Dit geldt echter niet. Hij, die van een hoepel het allerlaatste deel, hoe klein ook, afgeworpen heeft, krijgt deze als „afgeknuppeld” op zijn naam. Daar de hoepels aan de duigen vastgespijkerd zitten, gebeurt het bijna altijd dat tegelijk met een stukje hoepel een brok duig mee weggeslagen wordt. Dit hindert niet en is voor het bereiken van het doel onvermijdelijk-noodzakelijk.

De lezer begrijpt, dat naarmate de strijd is gevorderd er geen ton, maar om zo te zeggen een ravage wrakhout is overgebleven, hier en daar nog half hangend aan een bodem of door een ijzeren band bijeengehouden. In deze stand van zaken begrijpt u meteen, waarom de tenen hoepels groepsgewijze zijn gekleurd. Dit vergemakkelijkt het controleren hoeveel hoepels er zijn afgeworpen, hetgeen lang niet altijd meevalt, teméér daar er soms verscheidene hoepels (hoepelrestjes) tegelijk worden afgeslingerd.

Nu de strijd zover gevorderd is, dat al het hechte losgebeukt is, komen de bodems met aangehechte katten zichtbaar en kunnen ook deze onder „worp” genomen worden. Hiermede is, naar u begrijpt het spel tot zijn hoogtepunt genaderd. Het wegknuppelen van een kat geldt zoveel als een meesterworp en wordt als regel met een hogere gelduitkering beloond.

Dat met dit spel gewoonlijk een volle middag gemoeid gaat, behoeft na 't bovenstaande wel geen betoog.
Men treft op de gegeven regels hier en daar soms variaties aan. Zo heeft men tonnen met drie of vier bodems, waaraan soms méér dan één kat is bevestigd.

Een regel is nog onbesproken gebleven, welke in het begin, wanneer de ton intact is, nog al eens toepassing vindt. Springt nl. een knuppel zó veerkrachtig van de ton terug, dat hij voorbij de plaats van de werper komt, dan mag deze terstond zijn worp herhalen.

Met deze nauwkeurige beschrijving meen ik tot behoud van een oud volksvermaak een goede zaak gediend te hebben.

Don de Zonnemaire

Wie kent er aardige volksspelen? Gaarne ontvangen we volledige beschrijvingen. Deze kunnen dan via „De Speelwagen” gepropageerd worden.

 


Hé, is dat Westfries?

135. Als je zo af en toe wat aan dat werk doet, kom je er nooit mee klaar, je moet 't loif er an leggen (flink aanpakken, intensief werken).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2021 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.