Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1949 » No. 3 » pagina 66-68

Oud-Alkmaarse straatnamen

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 4e jaargang, 1949, No. 3, pagina 66-68.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: Dr Willibrord Lampen.

Het zal zowel de burger als de buitenman, die Alkmaar bezoekt, soms opgevallen zijn hoeveel straten er zijn, die raadselachtige of althans merkwaardige namen dragen. In de Kronyck van Alckmaer met zijn dorpen door C. van der Woude, waarvan de zevende uitgave, geïllustreerd door Abraham Rademaker verscheen in Den Haag bij Johannes de Cros (1746), vonden wij er een aantal verklaard, dat wij voor de lezers van „De Speelwagen” willen aanhalen en toelichten. In deze tweede uitgave van de Kronyck staan soms kleine bijzonderheden, die in de derde, verschenen te Alkmaar bij Rem Jansz. Boerman in 1679, ontbreken.

Wanneer Van der Woude weet te vertellen, dat de Keizerstraat zijn naam ontleent aan degene, die in deze straat het eerste huis deed bouwen en die Keyser heette, weet Rademaker, dat er een huis stond, dat Keysers Wapen heette en dat blijkbaar op de hoek van de Sint Annastraat stond. Lang heb ik nagedacht, van waar al die namen Koning en Keizer komen, doch nu begin ik te geloven, dat die namen ontleend zijn aan een uithangbord of wapen, waarop een koning of keizer afgebeeld was, tenzij men wilde denken aan de koning of keizer bij schuttersfeesten.

De straat naar Sint Anna genaamd, moeder van Maria, zal in de vijftiende eeuw ontstaan zijn, toen de verering tot deze heilige vrouw algemeen werd, vooral door toedoen van de Karmelieten en de Minnebroeders, die met het Heilig Land in betrekking stonden. Velen brachten destijds een bezoek aan de heilige plaatsen in Palestina en hun reizen en reisverhalen gaven in Alkmaar, Haarlem, enz. het ontstaan aan straatnamen als het Heilig Land.

Van de Keizerstraat komt men in het Fnidsen, dat Van der Woude het Fneetse-Eylandt noemt en Rademaker het Veneetse-Eylandt naar de italiaanse stad Venetië, die als een eiland in de zee ligt. Het Fnidsen werd in 1607 of 1608 aangelegd. Alkmaar bestond uit twee-en-twintig van die kleine eilandjes. Water was er overal. De Voormeer kwam zelfs tot de Krettesteeg, zo geheten naar de kretten of kritten of krittingen, dubbele rijen palen om het water te weren. De Laat of Leet was een water evenals de tegenwoordige Breestraat, die toen Backstraat heette, waarvan de volksmond de B in K veranderde. De Nieuwe Sloot werd aldus genoemd om ze te onderscheiden van de oude, die langs de vest liep achter de huizen van de Koningsweg. Deze heette naar de Rooms-Koning, graaf Willem II, die Alkmaar stadsrechten gaf. De Nieuwe Sloot heette eigenlijk de Rame-Sloot naar de Ramen, zo geheten omdat er de lakenramen stonden van de wevers.

Wat de kroniek Koornstraat noemt en vroeger de korenmarkt was en veelal Koorstraat heet, telde in 1519 aan beide zijden 31 inwoners. Ten tijde van Van der Woude werd de graanmarkt in de Langestraat gehouden. Zij was de langste en telde de meeste inwoners, n.l. 129. Alleen de Zuidzijde van de Laat had toen 115 bewoners en alle andere straten minder dan honderd.

De Ridderstraat ontleent haar naam aan een uithangbord op de hoek, waarop een Ridders-Hof was afgebeeld. Het Pape-glap (nu Payglop) heette naar de pape of pastoor evenals de Pastoorssteeg.

De Boterstraat heette naar de Zaterdagse botermarkt, die daar gehouden werd. Boomkamp en alle oude Alkmaarders spreken van 't Dronkenoort, oudtijds een verloren of verdronken stuk land. De Kooltuin was natuurlijk wat het woord zegt, een warmoeshof van de kastelein (kasteelheer) van Toorenburch.

Naar uithangborden zijn nog genaamd de Kitsteeg, het Schapensteegje, vroeger Maria Magdalenestraat geheten en de Brilsteeg, die vroeger Samaritaan-straat heette, wellicht ook naar een uithangteken.

De Lombardsteeg behuisde oudtijds de lombaert of lommerd (genoemd naar de Lombarden of Lombardije in Italië, waar ze ontstonden), bank van lening, oorspronkelijk een liefdadige, later een financiële instelling.

Op de plaats, waar nu de Paardenmarkt ligt, stond het Minderbroedersklooster, waarnaar men ze het Munnicken-Erff noemde en het bolwerk erbij het Munnicken-bolwerk met de dito brug.

De Sint Jansstraat heette later Hekelstraat naar het hekelhuis, waar het vlas bewerkt werd. De Sint Pietersstraat had zijn naam gekregen naar Sint Pieters-toren, die in 1573 nog op de wallen daar bij stond. Waarom Sint Jacobsstraat die naam kreeg, is mij niet bekend. Misschien omdat Sint Jacob met Petrus en Joannes de geliefde leerlingen waren van Christus of omdat men te bedevaart trok naar Sint Jacob in Compostella (Spanje).

Luttik wil zeggen klein, zoals in Lutjebroek en „een luttel tijds” en daar die buurt lag in de banne Oudorp werd het Luttik Oudorp.

De Heerenstraat werd in 1644 gemaakt op last van de Heeren Magistraten. De Huigbrouwerstraat of -steeg heette naar een brouwer Huyg of Hugo, die daar gewoond moet hebben en de steeg het eerst gemaakt heeft. In de Hout-til of Houttuin woonde de enige houtkoper van de stad. Hier was in 1595 nog het Heilig-Geest-huis of Armenhuis, later tot Waag omgebouwd. Hier mochten arme zwervers drie dagen wonen.

De oorsprong van de naam Ritsevoort is onzeker. Ritsen is wijken. Sommigen menen, dat hier de West-Friezen moesten wijken bij een aanval op de stad, maar erg duidelijk is deze verklaring niet. Rits staat in verband met rijden en een voort is een overtocht over een water. Was hier wellicht een brug of een overgang voor de paarden? Misschien weet een der lezers een betere oplossing. Dan mag hij het zeggen.

Dr Willebrord Lampen O.F.M.

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.