Westfries Genootschap
Bibliotheek
Westfries Genootschap Bibliotheek Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Bibliotheek » De Speelwagen » 1949 » No. 2 » pagina 63-64

Allemanswerk

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 4e jaargang, 1949, No. 2, pagina 63-64.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.

Op de duim of op de lepel?
In het Juli-nummer '48 van „De Speelwagen” werd gevraagd naar een verklaring van de uitdrukking „Op de duim scheren”.
Dat betreft een oud, wel enigszins onhygiënisch gebruik bij het scheren. Van een oude landarbeider hier op Texel, vroeger ook wel als barbier werkzaam, is het mij bekend, dat hij deze methode nog bij het zichzelf scheren toepast. Hij steekt daarbij de duim in de mond, tussen kaak en wang, om aldus dit deel van het te scheren huidoppervlak, strak te trekken. Drentenaar van afkomst en ook wel in Noord-Brabant werkzaam, weet deze man er van te vertellen, hoe deze gewoonte vroeger in beide provincies algemeen gebruikelijk was. Echter werd ook, al naar verkiezing van de te scheren persoon, de duim wel vervangen door een lepel. Vandaar de vraag: „Op de duim of op de lepel?”

Toen een mijner zoons, zomer 1947, zijn vacantie, al trekkende van plaats tot plaats, in Noord-Brabant doorbracht, deed hij de eigenaardige ervaring op, dat hij in een barbierszaak in het stadje Grave, een weigerend antwoord ontving op de vraag hem te willen scheren. Bij enig aanhouden zijnerzijds, kwam toen zelfs de vrouw des huizes er bij te pas, om met sterke aandrang er voor te zorgen, dat deze ongewenste klant zich zo spoedig mogelijk zou verwijderen. De reden? Wel, hij was vergezeld van zijn meisje, die een lange broek aan had, terwijl hijzelf een kampbroek droeg en een overhemd met opengeslagen boord, dit alles blijkbaar al te zeer in strijd met de plaatselijke zeden. Verder trekkende door een klein dorp, besloot hij nog eens een poging te wagen, maar was bijna direct op zijn schreden teruggekeerd, daar hij ontdekte, dat deze barbier in blauwe kiel gekleed, nog de methode van het op de duim scheren, bij een oude dorpsgenoot in toepassing bracht. Deze dorpsbarbier-tuinman, bleek echter een meer verlicht man te zijn dan genoemde stedelijke voorganger en hij heeft mijn zoon geschoren zoals dat in de moderne kapperszaken gebruikelijk is geworden. De oude gewoonte van het op de duim scheren, blijkt daar dus nog wel te bestaan, doch meer speciaal ter bediening van oude klanten met rimpelig huidoppervlak.

De vrager met zijn zware baard is hiermede zeker wel voldoende ingelicht, om een proef te kunnen nemen. Mocht hij er niet naar genoegen mee slagen, dan wordt hem aangeraden, om evenals schrijver dezes sinds de oorlog ook doet, de baard gewoon te laten groeien, dat is veel eenvoudiger en vooral bij personen met een flinke baard, komt aldus ook de echt mannelijke gelaatsuitdrukking beter tot haar recht, wat vooral door het vrouwelijk publiek niet weinig wordt gewaardeerd. Wanneer ik niet vreesde voor ijdel te worden gehouden, zou ik hierbij zelfs een mooie foto van mijzelf - een van de vele, door zomergasten op Texel opgenomen - ter plaatsing in De Speelwagen kunnen aanbieden, ten bewijze van bovengenoemde bewering!

J. Hooijberg

Een Spinveem
In de bezettingstijd werd op vele plaatsen in Noord-Holland en elders in ons land dikwijls een spinnewiel aangeschaft, waarmee men na de eerste onhandige pogingen draden spon van schapenwol. Oude lieden op Terschelling zullen daar waarschijnlijk weinig moeite mee hebben gehad, want nog in 1893 was het spinnen van wollen draden uit schapenvachten daar algemeen in zwang. En daarbij behoorde het gebruik van het spinveem. Dat was een bijeenkomst van meisjes, die al spinnende de dag zo aangenaam mogelijk doorbrachten bij één van de buren1. Gewoonlijk waren er een tiental met haar spinnewiel bijeengekomen en om een uur of acht verscheen de volwassen mannelijke jeugd, geen tien, maar soms wel veertig man sterk. Evenals aan de Langedijk gingen ook hier de jongelui op de grond zitten, zeker wel uit gebrek aan plaats. Als de tijd van vertrek was gekomen, werd ieder meisje door een viertal jongens thuis gebracht. Natuurlijk was één van hen de uitverkorene. Aldus een mededeling van een oud-schoolhoofd, dat op West-Terschelling is geboren en getogen en daar als onderwijzer zijn loopbaan begon.

M. Zwaagdijk

Pompen
Bij het opensnijden van aflevering 9 van Van Dale's woordenboek viel mijn oog op het woord „pompen” en als betekenis daarachter onder 1, sub 2: zeker knikkerspel, waarbij een groot aantal knikkers tegelijk in een kuiltje geworpen wordt; die er in blijven zijn voor de pomper, die er uit springen zijn voor de medespeler.
Deze betekenis van pompen als knikkerspel ken ik; de vermelde spelregel is, dacht ik, anders.
Naar mijn herinnering gaat het spel (althans ging in mijn jeugd vóór 1900 in Noord-Holland) als volgt: pomper en medespeler geven elk een gelijk aantal knikkers, 2, 4, 5, tot zelfs 12 toe. De pomper pompt het gezamenlijk aantal in één worp in een kuiltje (wij noemden het de koet). Blijft er een even aantal knikkers in de koet, dan heeft de pomper gewonnen en krijgt alle knikkers, is het oneven, dan krijgt de medespeler alles.
Wij kenden ook het spel: „pompen en koedelen”. Het woord koedelen vind ik in Van Dale niet opgenomen. Er werd dan eerst gepompt, en wij gingen daarna met de knikkers die uit de koet gesprongen waren, koedelen, namelijk met de wijsvinger een duwtje geven om de knikkers in de koet te schuiven. Werd er „even” gepompt, dan had de pomper de eerste beurt, was het oneven, dan de medespeler. Kwam de knikker, die het eerst gekoedeld werd, niet in de koet terecht (één tik per beurt) dan mocht de ander eenmaal koedelen en zo verder om en om. Koedelde men een knikker wèl in de koet, dan mocht men een tweede knikker koedelen en, bij eventueel succes ook daarmede, een derde, enz. Degene, die de laatste knikker inkoedelde, kreeg alles.

Mr J. Westerman Holstijn

Zie: blz. 166, jaargang 1948. Spinningen, spinnings, spinmolen.

 


Hé, is dat Westfries?

666. Toen buurvrouw hoorde, dat ze 'n prijsje had gewonnen in de staatsloterij, was ze helemaal onthikt (opgetogen, zichtbaar blij).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2021 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.