Westfries Genootschap
Bibliotheek
Westfries Genootschap Bibliotheek Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Bibliotheek » De Speelwagen » 1949 » No. 1 » pagina 27-31

Op Doorreis

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 4e jaargang, 1949, No. 1, pagina 27-31.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.

Op Doorreis

Wie tot taak heeft de velerlei vormen, waarin het gewestelijk leven zich uit, te registreren, betreedt nog vrij geregeld het gebied der folklore. Het is het gebied van de dieper liggende cultuurlagen, de z.g. onder-cultuur, een wat onheus klinkend woord, vanwege de (onopzettelijke!) analogie met "onderwereld". De volkskunde of folklore onderzoekt de "neerslag", "het bezinksel" van voorbijgegane beschavingen; zij bekijkt de chaotisch verbrokkelde resten van vroegere gedachtenwerelden op de wijze van een antiquair, die de scherven van een oude klapmutskom bijeenleest. De folkloristische gebruiken, die natuurlijk steeds meer overgroeid worden door nieuwe vormen van wat men wel eens "confectie-cultuur" noemt, hebben steeds nog veler belangstelling. De oorzaken van deze moderne belangstelling, vaak van stadsbewoners, voor die overoude ondercultuur zijn te talrijk om hier op te sommen; een ervan is, dat wij ons bewust zijn, te leven in een periode, waarin oude tradities zo snel verbrokkelen en omlaagzinken, dat nieuwe, gezonde tradities geen tijd krijgen zich te vormen in het rustige proces, dat daarvoor nodig is. En zonder tradities kan geen beschaving blijven bestaan!

Een der meestgelezen hoofdstukken van onze folklore is dat der volksfeesten, en juist de maanden November en December hebben aan onze volkskalender een reeks van feestelijke data geschonken. Daar is vooreerst Het Feest van Sint Katharina op 25 November. Sint Katharina, die omstreeks 300 te Alexandrië leefde, werd tijdens de christenvervolgingen veroordeeld, om "op het rad" te sterven; daarom is zij o.a. de patroonheilige van wagenmakers en pottenbakkers. Haar feestdag was van ouds een z.g. dies criticus, een dag, die in de volksweerkunde beslissend is voor de weersgesteldheid in een kortere of langere periode, zoals b.v. ook Sint Margriet. Van 25 Nov. gold 't oude rijmpje:

Met Sinte Katrijn
Moeten de koeien aan de lijn.

Welk een bonte zwerm van tradities zich aan zo'n sprekende datum kan vasthechten, beseft men, wanneer men in een dagbladfeuilleton leest, hoe de vrolijke ateliermeisjes van Parijs deze dag vieren met het beroemde mutsenfeest; een staaltje van "folklore" in het hartje van een oude wereldstad! Maar ook ons dorp Sint Pancras viert sinds het vorige jaar weer zijn feest van "Sinte Katrijn" volgens eigen oude zede! In dit opzicht is Sint Pancras, voorzover wij konden nagaan, een unicum in ons gewest. Vroeger gaf het Burgerlijk Armbestuur daar aan de mensen, die hun pacht kwamen betalen, ieder een taaipop. Thans brengt de voltallige Gemeenteraad met het Armbestuur deze versnapering aan de kinderen op een rondgang langs de scholen. Doorgaans verklaart men zulke overoude "tractaties" als onbegrepen overleefsels van vroegere offergebruiken. In de middeleeuwen bakten de kloosterkeukens speciale koeken voor de huislieden, die hun verplichtingen jegens het klooster kwamen voldoen; in de Duitse taal is voor dit gelegenheidsgebak een oud woord bewaard gebleven: Lebkuchen. De smaak ervan doet sterk aan onze taai denken en taalkundigen hebben wel gepoogd de naam te verklaren uit het latijnse libetum, dat offerkoek zou betekenen, zoals oblie ontstond uit oblata, dat ook offer aanduidt. Hoe dit ook zij, elders in Nederland komen (of kwamen tot voor kort) op Sinte Katrijn ook zeer merkwaardige gebruiken voor. In sommige gebieden van Zuid-Holland kent men het z.g. Trijnsmelken: ieder mocht daar vrij alle koeien melken, die op 25 November nog in de wei liepen! Volkskundigen zien daarin ook een vervalsvorm van oude offerhandelingen, die de boeren in lang vervlogen tijden vervulden op het gewichtige tijdstip, dat hun vee de winterstal betrok. Enkele dunne, rafelige draadjes, die de gebruiken te St Pancras verbinden met een lang voorbijgegane gedachtenwereld. Wie kan deze draden wat solider spannen?

Oude en Nieuwe Sinterklaas. Tot de springlevende folklore behoort ongetwijfeld het echt Nederlandse Sinterklaasfeest. Het is in alle opzichten "met zijn tijd meegegaan" en het is voor de folklorist, die in de rijke dierenwereld van koekvormen zoals de mooie, handgesneden "bakprenten" ze vroeger produceerden, verre nazaten wil zien van vroegere offerdieren, wel een merkwaardige gedachte dat deze zoete "survivals" (Overleefsels) thans geheel mechanisch in moderne grootindustrie ontstaan. Ja, onze onvolprezen "pakjesavond" staat wel bovenaan in de "neo-folklore"!
Alleen op geïsoleerde gebieden als onze Waddeneilanden leven nog taaie, oude Sinterklaasgebruiken. Op Texel b.v. vieren de kinderen op 5 December het feest van de "goed heilig man" even modern als op de vaste wal; maar dat is de "Nieuwe Sunderklaas"! De "Ouwe Sunderklaas" valt er op 12 December en dat is de feestdag van Sint Lucia. Waar Sint Lucia gevierd werd, was het een lichtjesfeest, als Sint Maarten; in de Sint Lucia-nacht werd het licht herboren, een oude boerenspreuk laat de dagen na Sint Lucia reeds "een vlooiensprong" lengen. Op deze dag van de traditionele volkskalender vierde Texel, ook in 1948 zijn "Ouwe Sunderklaas". En dat feest herinnert sterk aan Carnaval! Talrijke Sinterklazen trekken daar in groteske vermommingen rond; op Ameland namen (en nemen!) deze mommerijen wel eens recht schrikaanjagende vormen aan.
Maar op Texel zijn de despotische "straatvegers" van de baan; voor goed? Daar hebben de Sunderklazen hun oer-demonisch karakter afgelegd! Een jury beoordeelde en "plaatste" er dit jaar de meest geslaagde maskerade-figuren. De folklorist ziet in deze boertige verkleedpartijen de oorspronkelijke uitbeeldingen van vegetatie-demonen en hun tegenspelers, fantastische gestalten, die de groeikracht van de natuur symboliseren en als zodanig verre verwanten zijn van al die wonderlijke snaken als Luilakken, Pinksterbloemen, Klissenboeren en hoe zij meer heten mogen.

Brengt de folklore ons in contact met veeltijds versteende vervalsvormen, de sociographie toont ons de steeds wisselende aspecten van het streekleven in het groeiend heden. Haar stem klonk ook in 1948 in het koor, dat wij plegen te beluisteren en wij willen er op deze plaats aandacht voor vragen, omdat het begrip, dat zij wekt ook voor ons streven onmisbaar is. Deze sociographie speelt reeds een grote rol bij de planning en de voorbereiding van de kolonisering der nieuwe Zuiderzeepolders; zij geeft deskundige voorlichting waar oude woongebieden als Urk moeten aangepast worden aan de veranderde situatie. In 1948 verscheen in het vaktijdschrift "Mens en Maatschappij" een belangrijk artikel van Dr Sj. Groenman over "De verspreiding van de bevolking in de Wieringermeer". Daarin viel b.v. op een zorgvuldige klassificatie van dorpen naar hun inwoner-aantal, terwijl tevens vastgesteld werd, dat dorpen, die het aantal van 1500 inwoners passeren uit de agrarische en landelijke sfeer groeien. Tengevolge daarvan treden ook weer allerlei veranderingen op in de neigingen en de mentaliteit der bewoners, de geschiktheid om als landarbeider te leven vermindert b.v. Een waardevol instituut in deze sector van de streekindustrie is:

Het Sociographisch Bureau der Gemeente Zaandam, onder leiding van Drs A. van Braam. Regelmatig geeft dit "Bureau" zijn interessante "Publicaties" uit. In 1948 bracht het o.a. merkwaardige gegevens over de toeneming van het aantal mensen boven de 65 jaar in de bevolkingsstatistieken van Zaandam, Over het "verouderingsproces" dus en over de oorzaken van deze opvallende wijziging in de "demographische structuur". Verder verzamelde het Bureau sprekend cijfer-materiaal over het snelle tempo van Zaandam's groei: in 1879 13.000, eind 1948 42.500 inwoners. Een eigenaardige trek daarbij is het grote aantal vreemdelingen, dat zich jaarlijks te Zaandam vestigt, een factor, die natuurlijk veel invloed heeft op de verandering van de oude samenlevingsvormen, zeden en tradities. Maar de sociograaf belicht daarbij niet de folkloristische, of de historische kanten, hij legt zijn resultaten neer in nauwkeurig geformuleerde conclusies en nauwkeurige cijferreeksen. Tussen 1880 en 1947 hebben zich b.v. in Zaandam 102.000 mensen van buiten af gevestigd; maar de totale bevolkingsgroei bedroeg 6000, zodat 96.000 mensen weer vertrokken: Zaandam blijkt een soort van doorgangshuis voor migrerend (verhuizend) Nederland! Met grote ingenomenheid wijzen we verder op een onderzoek naar "De belangstelling voor de Openbare Leeszaal te Zaandam in de jaren 1918-1948", waarvan het eerste stuk in de "Publicatie" van November '48 verscheen. De schrijver is tot deze studie gekomen naar aanleiding van de veelvuldige klachten over "culturele vervlakking", en een nauwgezet methodisch onderzoek over een kwestie, die zich ook zeer leent tot gepraat "in de ruimte", zal ongetwijfeld de aandacht trekken.

Een witte wade verstilt een woelige wereld (Foto H. Los)
Een witte wade verstilt een woelige wereld (Foto H. Los)

De Openbare Leeszaal te Alkmaar werd veertig jaar! Het onmisbare instituut "openbare leeszaal" is een waardevolle post op de creditzijde van de moderne ontwikkeling, maar... het kan altijd nog beter! De Groninger Hoogleraar P. J. Bouman, die zo voortreffelijk het "evenwicht tussen stad en platteland" bepleit en de mogelijkheden tot verwerkelijking ervan aanwijst, gaf onlangs vergelijkingsmateriaal voor de lectuur-voorziening: in Denemarken worden, om een voorbeeld te noemen, per hoofd zes maal zoveel boeken uitgeleend, als in ons land! De Alkmaarse Leeszaal, de zesde in ancienniteit onder haar Nederlandse zusteren, heeft thans 17 correspondentschappen op het omringende platteland; zij bewees reeds van 1923 af zich haar "streek-functie" bewust te zijn. Van uiterlijke waardering voor het mooie Leeszaalwerk getuigt haar huisvesting in één der mooiste patriciërshuizen van deze stad: "het Moriaanshoofd". Hier stond oorspronkelijk een voornaam logement, welks "kastelein" Pieter Heyligedagh in 1588 van de stadsregering de verteringskosten betaald kreeg voor de samenkomsten, die Johan van Oldenbarneveldt er dat jaar hield. In de 18e eeuw woonden er trotse regenten uit onze Pruikentijd, later een strijdvaardig Patriot, die in 1787 de vlucht moest nemen; Koning Lodewijk Napoleon "logeerde" er een nachtje op 21 April 1807; en thans lopen er dagelijks tientallen doodgewone mensen in en uit, zoekend naar ontspanning of geleerdheid. Waarlijk, de staat van dienst van dit "Moriaanshoofd" is een stuk geschiedenis op zichzelf.

Nog eens de inschakeling van ons onderwijs bij de Streekgeschiedenis! Op de Jaarvergadering van de "Zaanlandse Oudheidkundige Vereniging" werd de enigszins trieste stelling onder de ogen gezien, dat de jeugd zo goed als geen belangstelling heeft voor de Zaanse historie". Al weer een symptoom van "culturele vervlakking," dat nog te ernstiger is, daar het hier de jeugd betreft, aan wie immers de toekomst is? Een toekomst van een generatie "zonder verleden" lijkt ook ons onaantrekkelijk, om niet te zeggen afgrijselijk! We hebben wel enig aanschouwelijk onderricht gehad in de mogelijkheden, die de toekomstige "massamens" bezit, als hij volkomen losgeraakt is van de "tradities", die toch verankerd liggen in ons aller verleden! Wij delen de zorgen van deze Jaarvergadering en leggen gaarne onze vinger op dezelfde wonde, maar wij koesteren niet haar optimisme ten aanzien van de diensten, Op Doorreis (1949, pagina 31)die een "eenvoudig boekje" ter instructie van het onderwijzend personeel hier even zou kunnen doen. Aan een didactische ervaring van meer dan een kwart eeuw menen wij bescheidenlijk het recht te mogen ontlenen om te vragen: waarom een boekje, als we het prachtige boek van Mr Vis reeds hebben? Met "geschiedenis-uit-een-boekje" is nog nooit veel verheugends bereikt; slechts het beste en uitvoerigste boek, plus de liefde van de man-die-er-in-leest, zijn voor de eisen, welke hier gelden, juist goed genoeg.
Of anders... de "stem van Allard", om de slapenden te wekken, m.a.w. werk-cursussen van enige dagen in het kader van de Volkshogeschool, waar geestdriftige studieleiders door het levende woord en het directe contact met het "echte" historische materiaal de "vonk" kunnen doen overspringen. Wij vragen niet weinig, maar de Zaanse historie is het waard!

Schilderkunst in onze omgeving. Voor allen, die belang stellen in de schilderkunst in ons gewest, was het tenslotte een gewichtig bericht, toen bekend werd, dat de overdracht van de bekende kunstzaal Boendermaker aan de Loudelsweg te Bergen in andere handen, over enige maanden een feit zal worden. Ieder zal met belangstelling de plannen van de nieuwe bezitter, een architect uit Amsterdam, tegemoet zien.
De gemeente Bergen kocht een schilderij aan van Jaap Min; op de achtergrond is het bekende "Kranenburgh" aan de Hoflaan afgebeeld. De schilder Jaap Min behoort niet alleen tot de Bergense schildergroep, maar ook tot een geslacht, dat reeds enige eeuwen in Bergen woont.
De schilderijenverzameling van Alkmaar's Gemeentemuseum werd verrijkt met een mooi doek van J. M. Graadt van Roggen, over wiens eretentoonstelling ter gelegenheid van zijn 80ste verjaardag in 1947, de Speelwagen indertijd uitvoerig berichtte.
Alkmaar, v. d. Meystraat 9.

E. Kroeskop


Hondenkarrenrijm

Gedupeerd door de trekhondenwet plaatste Ch. Brugman te Beemster, destijds het volgende rijm op zijn karretje.

Door een van de zeven plagen
Heb ik mijn naam op de wagen,
En om de wet te betrachten
Heb ik een van mijn beide trekkers moeten slachten.
In 't trekken was hij uiterst fijn,
Maar voor de wet was hij te klein.

Cristiaan Brugman, Beemster

Medeged. door J. Beets

 


Hé, is dat Westfries?

564. Moeder, wat moeten we klaarmaken als baispul voor morgen (groente bij 't hoofdgerecht)?

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2021 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.