Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1946 » No. 10 » pagina 282-283

Hoe het vroeger was

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 1e jaargang, 1946, No. 10, pagina 282-283.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: M. Zwaagdijk.

Sint-Nicolaas

Het feest van Sinterklaas heeft zich in de laatste vijftig jaren sterk gewijzigd. In mijn jeugd - de tachtiger jaren van de vorige eeuw - was de goede Sint dan alleen goed, als hij weg was gegaan. Zijn tegenwoordigheid had iets van een nachtmerrie. Ja, ik wist wel, dat er cadeautjes zouden komen, maar de avond van de vijfde December was en bleef een verschrikking. En ik kan nog altijd maar niet geloven, dat het beroemde schilderij van Jan Steen, algemeen bekend onder de naam van Sint-Nicolaasavond, waarop het aardige meisje met de pop op de voorgrond en de "gortige" jongen en de gard op de achtergrond, werkelijk de avond van de vijfde December moet voorstellen. Neen, Jan Steen heeft de ochtend van de zèsde uitgebeeld. Want dàn kregen de kinderen vroeger hun geschenken.
In mijn jeugd ging het zo:
Bij het licht van de hanglamp - vóór die tijd hadden we een staande petroleumlamp gehad, maar die was te gevaarlijk en uit de mode - zat moeder op de machine te naaien. Vader was in de barbierswinkel. En ik zat met trillende vingers met dominostenen te spelen. Dat weet ik nog precies. Daar hoorde ik stappen op het straatje, dat naar de buitendeur leidde en deze laatste werd luidruchtiger dan anders open gemaakt. Er volgde kettinggerammel in de gang en dan ging de kamerdeur op een kier en een barse stem informeerde naar mijn gedrag. Gelukkig wist moeder Sinterklaas in gunstige zin in te lichten. Dan "smakte" de Sint een paar handenvol pepernoten tegen de houten zolder en moest ik "grabbelen" en het slot was een bromstem: "Geef Sinterklaas eens een hand!" en door de kier van de deur legde ik de mijne in die van de "goede" Sint, die een even eeltige werkhand had als mijn vader. "Zing eens een liedje!" zei moeder en met een bibberstem zong ik:

Sinterklaas kapoentje,
Gooi wat in mijn schoentje,
Gooi wat in mijn laarsje,
Dank je, Sinterklaasje.

En onder al die bedrijven was moeder heel niet bang, lachte zelfs. Dat was een hele geruststelling.
De barse verschijning trok af. Gelukkig!
Neen, de Sinterklaasavond was voor mij een verschrikking, volkomen iets anders dan die van de kinderen van Jan Steen!
Maar de volgende ochtend! Dan waren er pepernoten in mijn kous, een "handjesamen", een krentebroodje in de vorm van gevouwen handen gebakken, om op te eten, een speculaasvarken, om te bewaren tot Kerstmis, een lei en griffels en een prentenboek, om zoet te leren. "De tijger in de ton!" Ongetwijfeld kent u dat! Weet u nog? Twee matrozen ontmoeten onderweg een tijger. Ze verschuilen zich achter een ton, die daar toevallig heel alleen in de woestijn staat. Het bloeddorstige dier neemt z'n sprong te kort en springt er in, steekt z'n staart door het spongat, de matrozen leggen er een knoop in en de tijger is gevangen. Ja, onze Jantjes waren toen niet mis. Enfin, de rest van de historie zult u zich nu wel herinneren! Maar dat het beroemde schilderij van Jan Steen in 't Rijksmuseum - het is er toch nog? - de Sint-Nicolaasavond zou zijn - dat maken ze mij niet wijs, vertel dàt maar in De Raip!

M. Zwaagdijk.

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.

Westfrieslanddag 2019