Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1946 » No. 5 » pagina 126-128

In en om de Westfriese boerderij

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 1e jaargang, 1946, No. 5, pagina 126-128.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: D. Breebaart.

We hebben het genoegen gehad enkele ritten met „De Speelwagen” mee te maken en toen we op een kille voorjaarsavond aan het einde van een tocht een babbeltje maakten met den eigenaar van de oude wagen, kwam het gesprek over allerlei dingen, onder meer over de bezienswaardigheden in Westfriesland, speciaal de boerderijen en wat ik uit de mond van dezen stoeren Westfries vernam over zijn boerderij, die tot één van de oudste van dit gewest behoort, wil ik hier gaarne laten volgen, omdat we deze causerie interessant genoeg vonden om de lezersschare mee te delen, teneinde de belangstelling voor de Westfriese boerderij op te wekken en te vergroten.

De ontwikkelde boer begon dan met de mededeling, dat men in ons kleine vaderland een tamelijk groot aantal boerderij-typen aantreft, die onderling min of meer van elkaar verschillen. Naast het Friese type onderscheidt men o.m. het langgevel-type, het binnenhof-type, het halle-type enz. In Noordholland treft men voornamelijk het Westfriese stelpmodel aan, dat vele punten van verwantschap heeft met het Friese type, hetgeen te verklaren is uit het feit, dat Noordholland vóór de grote stormvloeden in de negende eeuw met het huidige Friesland tot één geheel was verenigd.

Bij de bouwvorm van het Westfriese stelp- of stolp-type is men, alsdus onze zegsman, uitgegaan van een zware inwendige constructie van vier forse houten stijlen, het z.g. vierkant, die paarsgewijs door balken met elkaar verbonden zijn, terwijl daaromheen de kapbouw is opgetrokken. Het grote z.g. pyramidale dak hangt als het ware als een stolp neer over de woon- en bedrijfsruimten. Het was voor het bedrijf voordelig alle benodigde ruimten dicht bij elkander en liefst onder één dak te hebben. In het midden van de boerderij vindt men de "berg", waar de boer het hooi opslaat tot juist onder het hoogste punt van het dak, waar de meeste ruimte is. Rond de hooiberg zijn de woning en de stalruimten gegroepeerd, een uiterst simpele, doch doelmatige inrichting. Aan de vóórzijde, het z.g. straatgedeelte heeft men de woongelegenheid, ook wel genoemd de "winterwoning" en veelal daarachter is de kaas- of zoutkamer gebouwd. Aan de ene lange zijgevel bevindt zich de koestal voor het melkvee; het bonte vee staat 's winters met de koppen naar de buitenmuur gekeerd, daarachter bevindt zich de "groep" en vervolgens de koegang, waaraan veelal een paar bedsteden zijn gelegen voor de meid en den knecht. De koegang wordt overdag verlicht door het zonlicht, dat door de stalraampjes schuchter binnendringt. Aan de achterzijde van de boerderij heeft men de kleine stal of korte regel voor het z.g. jongvee. Deze stal is haaks op de grote stal gebouwd. Een paardenstal is doorgaans op de dars. In het achtergedeelte van de boerderij bevindt zich tevens de kookgelegenheid voor de boerin. De darsdeuren zijn meestal aan de achterzijde van de boerderij.

Wanneer des zomers het vee het land is ingejaagd, dan worden de koegangen en -stallen geschrobd; de stallen worden gewit en vervolgens komen de antieke spullen als kaaspers, porceleinen borden e.d. te voorschijn; bovendien worden zandfiguren op de stallen aangebracht en dan is de Westfriese boerderij op zijn allermooist, een trots voor het boerengezin.
Aan het begin van de grote koegang wordt een gedeelte ingericht als zomerverblijf, het z.g. "stalletje", waar het gezin van den boer in de zomermaanden verblijf houdt.

De oude Westfriese boerderij van onzen verteller heeft aan de voorzijde een vóórdeur , die oorspronkelijk alleen bij een begrafenis of een huwelijk werd gebruikt. Deze voordeur was eertijds een waar pronkstuk, prachtig bewerkt, uitgesneden en kleurig beschilderd, terwijl ook de omlijsting versierd was. De tegenwoordige boerderijen betreedt men meestal via een zijdeur.
Het hoge dak was oorspronkelijk met riet bedekt, terwijl de grote schoorsteen aan de voorzijde in het midden er doorheen stak.
Bij sommige boerderijen kwamen later de blauw-zwarte pannen in zwang, die een gedeelte van het vóórdak afdekten en gebruikt werden om er een sierlijke "spiegel" mee te maken, een kunstig gevormde pannenfiguur. Ook bij de bouw van de schoorsteen werden versieringen aangebracht door middel van stenen van tweeërlei kleur, soms ook met reliefpatroon. Bij de welgestelde boeren werd voorts het woonhuis bekroond met een bakstenen voorgevel. Vroeger zullen deze gevels steeds van hout zijn geweest, want dat materiaal was immers destijds gemakkelijk te verkrijgen, doch later is tenminste de voorgevel van steen opgetrokken. Momenteel vinden we bijna alle muren van steen en het ligt voor de hand, dat die mnren ook hun deel van de dakconstructie te dragen hebben.

Ziehier in korte trekken hetgeen werd opgetekend uit de mond van den boer, dat we de lezers van "De Speelwagen" niet wilden onthouden.

D. Breebaart

 


© 1924-2018 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.