Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1946 » No. 3 en 4 » pagina 74-78

Schimp- en Plaagrijmen op plaatsen in Noord-Holland

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 1e jaargang, 1946, No. 3 en 4, pagina 74-78.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: M. Zwaagdijk.

„Waren de Amsterdammers weleer door de Haarlemmers en andere omringende benijders met een populaire schimpnaam „koeketers”1 genoemd, sedert 1550 heetten ze „mensevilders”, omdat de Amsterdamse chirurgijns in dat jaar van de Edelachtbare Heren van den Gerechte vergunning bekomen hadden het lijk van een beruchten dief te ontleden; toen een ongehoorde zaak.”

Wablief? Of ik mee wil rijden? Graag! Nou, ik zit al. — U komt van Marken, zie ik wel. Toen ik nog een schoolloper was, hadden wij een Marker meester. En weet u, wat ze toen zeiden?

Marker beer,
Wat waait het weer!
Wat vliegen de kraaien!
Wat zal het weer waaien!

En met betrekking tot een Marker vrouw zeiden ze te Monnikendam:

Marker flort,
Je hemd is te kort,
Je broek is te lang,
Daar komt de Marker flort weer an!

Nou, word maar niet boos. 't Is al zo lang geleden — het laatst van de vorige eeuw! En de rijmpjes zullen wel veel ouder zijn.
U komt uit Monnikendam? Dan is u een Monnikendammer troeteter! Want om twaalf uur 's middags rijden bij u rond de speeltoren-ruitertjes, waarvan één mannetje op één been op een trompet blaast en duidelijk: „Troet!” roept. En dan gaan alle Monnikendammers zo gauw mogelijk naar moeders pappot.
Mijnheer, wilt u even opschikken, als 't u belieft? U ligt half in de wagen. U komt zeker uit de Beets, hè?

Op de Beets, op de Beets,
Daar wonen zoveel gekken!
Ze gaan maar op de wagen leggen
En laten de paarden trekken.

Wat hebben de moffen in de Beemster huis gehouden! Mijn zoon is in de hongerwinter over de Wormerweg gefietst, om aardappelen te halen. Midden door het water! Alleen de bomen staken er boven uit.

In de Beemster, in de Beemster,
Daar groeien hoge bomen.
De schout is met de lapper getrouwd,
Wie had dat kunnen dromen!

Hoe kan dat: de schout is met de lapper getrouwd? Ja, dat is nu juist de geestige zet tegen de welgestelde Beemster boeren. Neen, het was geen vrouwelijke schout; die waren oudtijds even ondenkbaar als heden ten dage vrouwelijke burgemeesters. Als u er nu nog niet achter is, vraag het dan maar aan de Oosthuizers van wie dit rijm afkomstig is. Maar de boeren uit de Beemster lieten zo iets niet op zich zitten. Zij betaalden met gelijke munt! Ofschoon ietwat grover:

Te Oosthuizen, te Oosthuizen —
Daar dragen ze fijne kappen.
Maar als het op bekijken komt,
Zijn het niets dan stoppen en lappen!

En u is een Volendammer, zie ik wel. Mooi costuum! En sterk! De vreemdelingen denken, dat u het voor hen draagt, maar dat hebben ze toch glad mis! En vrolijke lui, die Volendammers! Je ziet ze in Den Haag op straat harmonica staan spelen, maar dat zijn geen echte; namaak, surrogaat, Haagse wind!

Te Volendam, te Volendam —
Daar is het zo pleizierig!
Daar eet men en daar drinkt men,
Daar danst men en daar springt men,
Daar tapt men uit de volle kan.
't Is alle dagen weeran!

Maar dat was toch wel vóór de oorlog. Net als op Oudendijk.

Op Oudendijk.
Daar zijn ze rijk.
Daar eten ze rijst met krenten!
Waarom zouden ze dat niet doen?
Ze leven van d'r renten.

Kom daar nou er 's om! Rijst met krenten... De Opperdoezers zijn ook al zulke welgestelde lui.

In Opperdoes
Daar benne ze kroes!
Daar eten ze rijst met krenten, etc.

Nou, de Opperdoezer muizen hebben hun dan zeker geen windeieren gelegd, om zo te spreken. Want vroeger was in „Klain Turkaie” armoe troef. Dat ze kroes zijn, dat hebben ze nog overgehouden uit de oude tijd, toen je Zondags niet door hun dorp kon komen, of je werd door de kinderen nageroepen, met steentjes gegooid en als je daartegen optrad, dan kreeg je het te kwaad met de moeders en als dan de volwassen jeugd zegevierend terug kwam van de slag met de „Twisker gladoren”, een Zondagmiddagvermakelijkheid, dan was je je leven niet zeker.

Opperdoezer moppen!
Kleskoppen, dikkoppen!

riepen de Twiskers hen na. En bij de Medemblikkers waren ze ook al niet getapt! Hoor maar:

Opperdoezer moppen,
Met je grote koppen,
Met je lange nekken,
Laat ze maar verrekken!

Rijst met krenten — dat was vroeger in Noord-Holland toch maar — ja, wat zal ik zeggen? Het neusje van de zalm! Hoe denken de Spierdijkers nog aan die dagen van Olim!

Spierdaik —
Deer waren ze vroeger raik:
Deer aten ze raist mit krente
En leefden van de rente!

En u komt van Warder, zegt u? Voerman, heeft hij al betaald? Want die lui uit Warder houden zich altijd arm, maar ze zitten er warmpjes in, hoor!

Op Warder, op Warder —
Daar hebben ze bulen met knopen...
Maar als het op een betalen komt,
Hebben ze geld op hopen!

Komt u van Schellinkhout? Dan heeft de voerman u zeker korting gegeven op 't reisgeld. Wat zegt u, hebt u dat geweigerd? Ja, dat is uw eer te na, hè? Want

Te Schellinkhout
Daar spreken ze bout!
't Zijn allemaal arme boeren
Ze hebben de toren van de kerk gesloopt
En kunnen geen ander weer voeren.

De Oosterlekers noemen u „Schellinkhouter botvreter”, maar u moet maar denken: Beter benijd, dan beklaagd!
Wat zitten jelui drieën daar afgezonderd! O, ik zie het al: jelui zijn stedelingen! Zo netjes opgeprikt! Maar 't heeft niks om 't lijf, hoor.

Hoornse moppen...
Grote modepoppen
Met de lange oren...
Zo zijn de Hoornse moppen geboren.

Zo denken de boeren over u. En van de Enkhuizers zeggen zij:

Enkhuizen —
Daar valt te plokken noch te pluizen!
Maar één grote zwaan —
Daar zitten ze allegaar aan!

Ja, dat komt er van, doordat jelui drieën vroeger jaloers waren op elkanders grootheid en voorspoed:

Amsterdam — die grote stad —
Die is gebouwd op palen.
Medemblik is een vuilnisvat,
Hoorn is een kraaienest,
Enkhuizen is het allerbest.

Goed, dat u het zelf zegt. Maar wat zeiden anderen er van?

Oude Jan Dirksen met zijn slee
Nam zijn turf en takken mee,
Bodemloze tonnen.
Engeland weer op Lonnen,
Lonnen weer op Nieuw kasteel,
Nieuw kasteel is wel gevest!
Enkhuizen is een kraaienest,
Medemblik is vuil katoen,
Hoorn is een smeerschoen!

Een onzin-rijm, zegt u? Ja, die Broek in Waterlanders staan de stedelingen bij. Omdat het te Broek zo netjes en opgepoetst is, en er vroeger zoveel geld zat, hè? Maar zal ik eens wat zeggen?

Broeker, Broeker vinken —
Ze lopen, dat ze stinken.
Ze nemen een blad,
Ze vegen...

„D'r uit! D'r uit met uw rare versjes. Zo'n Haagse windhapper!”

M. Zwaagdijk

11 Oud-Haarlems of oud-Alkmaars kreupelrijm tegen de Amsterdammers (Cd. Busken Huet: Het Land van Rembrandt, dl II, blz. 71, Haarlem, 1884).

 


© 1924-2018 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.