Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1946 » No. 3 en 4 » pagina 69-73

Gedachten rondom de oude Dorpskerk

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 1e jaargang, 1946, No. 3 en 4, pagina 69-73.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: W. E. Taets van Amerongen.

„Ik heb het lief, mijn dorpje klein,
Daar aan der duinen rand,
Zo lieflijk, zo vol zonneschijn
Is geen in 't hele land.
Ik heb ze lief de huisjes laag,
Verscholen in het groen,
Omgeven door een meidoornhaag
En geurig bloemfestoen.”

Mevr. v. Reenen-Völter

De oude ruïnekerk, omsloten door een laag ringmuurtje, vormt als het ware de kern van het schilderachtige dorpje Bergen. Eens was deze kerk een fraai Gothisch bouwwerk, dat echter op bevel van Sonoy in 1514 gelijk met het grootste deel van het dorp in brand werd gestoken1. Nog is aan de overgebleven fragmenten de oorspronkelijke vorm van de kerk te herkennen. Onwillekeurig laten we onze gedachten gaan over alles wat zich hier heeft afgespeeld, nu er plannen bestaan om deze kerk te restaureren.

De hoogte, waarop het Godshuis gebouwd is, heeft misschien eens gediend als offerplaats van de heidenen. Bij het uitgraven der fundamenten van het oude raadhuis, dat tegenover de kerk stond, op dezelfde plaats van het nieuwe huis der gemeente, heeft men resten van dieren gevonden...

Vóór de grote stenen kerk gebouwd werd, stond hier zeer waarschijnlijk een houten kapel, want onder de fundamenten werd de houten vloer hiervan ontdekt.

Gedurende vele eeuwen concentreerde zich hier het godsdienstig leven van de Bergenaars. Kinderen werden ten doop gehouden en doden werden „beluid”, als zij in de kerk of op het kerkhof je daarbuiten, ten grave werden gedragen. In oude tijden hield men bedevaarten om het Heilige Bloed te aanbidden, dat op zo mirakuleuze wijze in de kerk ontvangen werd en aan Bergen een zekere vermaardheid gaf.

Tijdens een hevige storm, gepaard gaande met een springvloed, werd in het jaar 1421 de kerk te Petten weggeslagen. Toen de volgende dag de koster op het strand naar aangespoelde goederen ging zoeken, kwam op de golven een houten kistje aandrijven, waarin hij een ciborie vond. Zo vlug mogelijk verwittigde hij van deze vondst den pastoor van Bergen, die het heiligdom met de nodige eerbied kwam halen. De hostiën en het zeewater, welke zich in het ivoren kokertje bevonden, werden in een zilveren schotel gegoten. Na enige tijd veranderde de inhoud in bloed.

Er is een schilderij bewaard gebleven, waarop een processie met het Heilige Bloed, waar Heer en Vrouwe van Bergen aan deelnemen, te zien is. Dit heiligdom ging, als zo veel andere kostbaarheden verloren, toen de kerk verbrandde.

Nadat de Spanjaarden zich uit deze omgeving hadden teruggetrokken, ging de verwoeste kerk in handen van de Protestanten over. In 1587 werd met de herbouw van het koor begonnen, nadat een belangrijk deel van het kerke1and verkocht was.

Het koor van het grootse gothische gebouw werd herschapen in het lieflijk kerkje, zoals wij dat kennen. Er was ruimte genoeg, want de gemeente was nog klein.

De hoge ramen zijn gebleven en binnen het ringmuurtje komt Bergens geschiedenis ons tegemoet. De oude grafzerken liggen tussen het gras, de brokstukken van muren vertellen ons hun geschiedenis en binnen in het wit gekalkte kerkje spreken de gebeeldhouwde zerken eveneens hun taal. Hierop prijken de wapens van geslachten, welke eens leefden en stierven.

Goede en slechte tijden

Er brak een betere tijd aan, toen tegen het einde van de zeventiende eeuw Jhr Anth. Studler van Surck en Vrouwe Susanna Thibout, zich op het Hof gingen vestigen. Dit Hof was eveneens verwoest, maar werd door hen weer opgebouwd. Toen zij hun intocht deden, werden zij tot de kerk vergezeld door schout en schepenen. De klok werd geluid en van de toren klonk trompetgeschal.

Heer en Vrouwe van Bergen streefden er naar om de eensgezindheid in de gemeente te bevorderen, zodat zij veel bijdroegen tot de goede verstandhouding tussen de verschillende gezindten.

Uit oude rekeningen blijkt, dat omstreeks 1709 1 pond kaas 9, 1 pond boter 32½, 1 ton turf 50 cent kostten, terwijl de prijs van 9 ellen linnen 11 gulden en 5 stuivers bedroeg, wat zeer goede prijzen waren.

Het goede getij hield niet aan, weldra volgden slechte jaren; het land bracht weinig op en de veestapel werd door de pest gedecimeerd. De levensmiddelen werden duur en de inwoners konden de grondbelastingen niet meer opbrengen.

Tijdens de vierde Engelse oorlog van 1780-1784, kwamen troepen het strand beveiligen. Alle weerbare mannen van 18-60 jaren moesten onder de wapenen komen. Elk moest zich voorzien van een snaphaan, een zijdgeweer, een pond kogels en een pond kruit. Was het wonder, dat de meesten zich dit alles niet konden aanschaffen? De artilleriemeester zorgde nu dat een en ander ter plaatse kwam. Enige van deze stukken bevinden zich nog in het museum.

Op last van den Heer van Bergen werd in 1782 in de kerken gebeden. Dit geschiedde zowel in de Protestante als Katholieke kerk: „Om God almachtig vuriglijk te smeeken, dat het Hem behage, de rechtvaardige wapenen, door den staat tot deszelfs verdediging en de bescherming van haardsteden en altaren opgevat, met Zijne genadige bijstand en Goddelijke hulp te bekronen.” Al met al een tijd, die wij ons nu zo geheel kunnen indenken.

Nog was het leed niet geleden, maar bereikte zijn hoogtepunt, toen in 1795 de Fransen ons land binnenrukten en de Bataafse Republiek werd uitgeroepen. Weer werd Bergen het toneel van strijd en wel in 1799 na de landing van Engelsen en Russen. In het museum zijn mooie gravures te zien, die deze strijd weergeven. Ook wordt er nog een koperen plaat bewaard, welke afkomstig is van de mijtervormige hoofdbedekking behorende tot de uitrusting van het Russische Grenadiersregiment der Lijfgarde. In het gedenkboek, dat uitgegeven werd toen het regiment honderd jaar bestond, wordt een aardige beschrijving gegeven van het dorp:
„Drie werst achter Schoorl lag het stadje Bergen, verborgen tusschen het dichte groen van tuinen, parken en bosch. In het midden der stad, op het zuiver vierkante plein, omgeven door lage zindelijke huisjes, stond de oude steenen kerk. Vanuit het plein liepen in verschillende richtingen breede straten, die uitkwamen op mooie lanen.”.” Tot zover de Rus, die ons toen nog zeer kleine dorpje, wel een zeer voornaam aanzien geeft.

Na de slag in 1799 zag Bergen er deerlijk gehavend uit, maar ook nu bleef vergoeding achterwege. In hetzelfde jaar werd een collecte gehouden onder het Bataafse volk voor de slachtoffers van de oorlog, „wier ellende alle beschrijving te boven gaat”. De uitdeling van de opbrengst van deze collecte liet echter lang op zich wachten! De armoede bracht de bevolking er toe, bonen en andere ingrediënten door het brood te mengen. Paardebonen en aardappelen met water en een weinig vet daarin, waren het voedsel waarvan men leefde.

In de zware tijden onder het Franse bestuur was het een bespotting, dat pastoor en predikant elke belangrijke gebeurtenis in de families van Koning Lodewijk en Keizer Napoleon en elke overwinning, welke behaald werd, moesten herdenken.

Voorschrift was dat de tekst aan den perfect werd opgestuurd, waaruit blijkt, dat contrôle niet overbodig was.

Na de Franse tijd kwam Bergen het verval weer te boven en langzamerhand bloeide het dorp op. Vooral in het begin van de twintigste eeuw kwamen er grote veranderingen ten goede.
In 1904 werd door den Heer en Mevrouw van Reenen-Völter de Zeeweg aangelegd en Bergen aan Zee gesticht. Het volgend jaar kwam de tramlijn gereed.
Onveranderd stond de oude ruïne als middelpunt van het woelige leven, dat zich ontplooide.
De kastanjebomen langs de ringmuur om de kerk bloeiden telkenjare en er heersten vrede en rust.

Tot in 1940...

In een stille Meinacht brak de oorlog uit en bommen vielen op het vliegveld, – de vredige rust was verstoord en een tijd vol zware beproevingen deed voor de derde maal zijn intrede in Bergens geschiedenis. Na enige dagen trokken de Duitsers ons dorp binnen en nestelden zich hier en aan de zee. We weten er alles van.

In de kerk verenigde zich de Gemeente, om van haren goeden herder sterkende woorden te horen. Ds F. W. J. van den Kieboon bezielde de angstigen, begreep de fellen, troostte de bedroefden. Hij stierf, nadat de evacuatie had plaats gehad met het vaandel in de hand en werd betreurd door velen...

De kerk bleef staan, de diensten werden voortgezet door een nieuwen predikant, maar onberekenbaar is toch de schade welke het dorp in deze jaren leed.

In Bergen aan Zee werden het hotel en vele huizen afgebroken, landmijnen gelegd en palen in het strand geslagen. In de huizen trokken Duitse militairen, die deze vernield en vervuild achterlieten, als ze weer verplaatst werden. Een groot deel van de bevolking werd verjaagd van huis en hof en jaren van onuitsprekelijk leed gingen over ons volk.

Het ging voorbij

De bevrijding bracht hen, die gebleven waren en zij die evacueren moesten weer bij elkaar en samen ging men aan de slag.
Mijnen, prikkeldraad en palen werden verwijderd, terwijl de „mauermuren” gesloopt werden. Bergen toonde z'n oude veerkracht.

En in de kerk?
Het was daar, dat in grote dankbaarheid het gebed opsteeg.
Het was een ontroerend weerzien en een knik... een glimlach soms nauwelijks bedwongen tranen van blijdschap vertolkten de dankbaarheid, dat men weer op het eigen plaatsje in de eigen kerk zat, na zoveel jaren van ballingschap. Geen kerk is zo lieflijk als deze, met zijn hoge, spitse ramen, waarachter de machtig-uitgegroeide kastanjebomen te zien zijn en waarvan het dichte gebladerte nauwelijks meer een stukje hemelsblauw laat doorschemeren.
De witgekalkte muren, de prachtig uitgesneden preekstoel en de zware koperen kronen, die uit de grafkelder tevoorschijn zijn gehaald en na een flinke poetsbeurt weer glimmen als vanouds – het is alles zo vertrouwd.
Achter het orgel de bekende organist, die de blijde klanken door de hoge ruimte laat ruisen; dit is het kerkje dat wij kennen vanaf onze kindsheid...

De kerk kwam ongeschonden door de oorlog; alleen de klok werd geroofd, maar kon tijdelijk vervangen worden door de bel, welke op vaste uren op het Hof geluid werd.
Monumentenzorg wil echter herstellen en het ons bekende en lief gewordene, zal misschien verdwijnen.
Het Godshuis zal het symbool worden van deze tijd, waarin wij zo goed leren beseffen, dat leven evolutie is.
Het eens zo grootse, Gothische gebouw zal men herbouwen met behulp van moderne techniek. Oud en nieuw zullen verenigd worden in de eeuwige kringloop van leven, sterven en herrijzen.

W. E. Taets van Amerongen

1 Uitvoerig wordt hierover verteld in het werkje van M. van Reenen-Völter, De Heerlijkheid Bergen in Woord en Beeld.

 


© 1924-2018 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.