Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1946 » No. 2 » pagina 64-65

De Boekenla

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 1e jaargang, 1946, No. 2, pagina 64-65.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.

De Zaende — Maandblad gewijd aan de historie, folklore en genealogie van de Zaanstreek. Uitgave van Meijer's Boek- en Handelsdrukkerij, Wormerveer.
Van dit keurig-uitgegeven maandblad verscheen reeds het derde nummer. Mr D. Vis opent met een herinnering aan de reeds in 1780 geheel uit de weg geruimde kerkruïne te Westzaan. Vele dorpen bezaten vroeger dergelijke, vaak zeer schilderachtige kerkruïnes, zo o.a. ook Ransdorp, Heiloo, Limmen, Heemskerk en Egmond aan Zee. Vele oude kerken, die in bezit kwamen der Hervormden, bleken voor de uitoefening van hun eredienst vaak te groot. Men nam dan slechts een deel van het kerkgebouw in gebruik en liet de rest vervallen. Slechts zelden, zoals bij de oude kerk te Bergen, bleven de vervallen overblijfselen tot in deze tijd staan.

Aris van Braam vervolgt zijn gedegen studie over het „Volksoproer aan de Zaan in 1678”. Vooral interessant zijn zijn beschouwingen over de oorzaken en over wat hij noemt „de psychologie” van het oproer.

D. Breebaart besluit zijn mededelingen „Uit het leven van Claes Gerritszoon Compaan”, den b eruchten zeerover, geboortig van Oostzaan, die zo weinig vreugde van zijn geroofde schatten beleefde.

Over „Het geslacht van der Ley” zet G.J. Honig zijn uitgebreide genealogische studie voort, rijk aan aardige bijzonderheden betreffende dit wijd-vertakt Zaans geslacht.

D. P-m geeft een kostelijk stukje betreffende een „Burgemeester-fuikenlichter”, dat zich afspeelde in 1763 onder Westzaan. P. Boorsma vergast ons wederom op een in Zaans dialekt geschreven schets, zijnde een greep uit zijn „Jeugdherinneringen van omstreeks 1880”. Was de vorige maal „De Skeresliep” hoofdpersoon, thans is het een niet minder gewichtige figuur uit het openbare leven: „De Omroeper”.

F. Mars beschrijft „De stormvloed van 15 November 1775 en zijn gevolgen in de Zaanstreek” op boeiende wijze. Dit artikel is te meer belangwekkend, omdat een reproductie is bijgevoegd naar een oude kaart, waarop men zich goed kan oriënteren, doordat op een hierover gelegd vel doorzichtig papier de tegenwoordige toestand is aangeduid.

Tenslotte vindt men ook in dit nummer een „Vragenrubriek”, waaruit voor de belangstellende lezers altijd wat te leren valt. Goede afbeeldingen en foto's verluchten ook dit nummer.

Drie Eeuwen Verf — Mr D. Vis.
Wanneer u van kleuren en historie houdt, dan zult u in het boek van den kunstschilder-historicus Mr D. Vis, veel van uw gading kunnen vinden.
Het boek is verschenen als jubileum-uitgave van de oudste Zaanse verffabriek Heyme Vis en Zonen, maar zo breed opgezet, dat het zelfs een kleurenblinde moet interesseren.

De schrijver begint met den menslievenden dichter Dirck Volckertsz Coornhert en den idealistischen Schepen Jan Laurensz Spieghel aan ons voor te stellen, want in de jaren 1595 en '96 wisten zij de „Heeren van de Gerechte” van Amsterdam te bewegen de tuchtelingen voortaan nuttige bezigheid te verschaffen door ze aan het raspen van verfhout te zetten.

In feite gaven zij de stoot tot oprichting van de eerste reclasseringsinrichting in Europa, het Amsterdamse Rasphuis op de Heiligeweg.
Ondanks de heilige bedoelingen van de stichters, bleek al spoedig dat de schijnheilige vroede vaderen meer aandacht schonken aan de financiële uitkomsten, dan aan de opvoedkundige resultaten en zo kreeg het Rasphuis een reputatie, waarvoor Coornhert en Spieghel zich in hun graf zouden omdraaien.

In 1751 werd er getuigd, dat het rasphuis een soort publieke vermakelijkheid was, waar men, als in een dierentuin, de gevangenen kon bezichtigen, terwijl men als tegenprestatie iets voor het gesticht in de bus offerde.

Twee „bouven” hielden zich niet slecht, wanneer zij in het zweet huns aanschijns 60 pond verfhout per dag wisten te verpulveren, met een zware handrasp, welke bestond uit tien of twaalfvlak naast elkaar gemonteerde trekzagen. Tegenwoordig zijn er machines in gebruik met een dagproductie van 50.000 kg...

Om het Rasphuis op de been te houden, wisten de heren een monopolie te verkrijgen, waarbij het in eerste instantie aan ieder verboden werd om binnen de muren van Amsterdam verfhout te raspen, maar ook daarbuiten slaagden zij er in om hun gezag te doen gelden, want een Zaandijker verfmaler werd gedwongen om uitsluitend brokken en afval te vermalen.

Meer dan honderdvijftig jaar trachtten de Amsterdammers door dik en dun dit monopolie te handhaven, tot tenslotte de toenemende vraag naar geraspt verfhout zo groot werd, dat het tuchthuis onmogelijk meer aan de vraag kon voldoen en de kooplieden relaties aanknoopten met de Zaanse verfmalers, die het vak clandestien onderhielden en zich tenslotte weinig aantrokken van de stedelijke monopolies.
Wat binnen de muren van de stad nog kon worden voorkomen, gebeurde langs de oevers van de Zaan, — er ontwikkelde zich een verfindustrie, welke in onze eeuw een wereldnaam kreeg.

Zo is het gegaan met vele bedrijven; — door protectie van enkele instellingen, zoals b.v. het Rasphuis genoot, werd in de steden een natuurlijke ontwikkeling tegengehouden en verplaatsten zich de jonge industrieën naar elders. De Zaanstreek heeft er van geprofiteerd.

Behalve een en ander uit de geschiedenis van de verfmolens zelf, vertelt de schrijver ons ook op welke, dikwijls primitieve, manieren men vroeger de kleurstoffen bereidde.
Uit de vele voorbeelden halen we er slechts één aan en wel de bereiding van loodwit.
In een groot aantal stenen potten werden stukken lood gedaan, waarop men azijn goot. Elke pot werd vervolgens afgedekt met paardemest, terwijl ook de ruimten tussen de opgestapelde potten opgevuld werden met mest. Door een scheikundige werking was na vier à zes weken het lood in loodwit overgegaan en had men een kleurstof gekregen, waarmee, naar men zegt, de Griekse dames zich reeds schminkten.

Natuurlijk besteedt de schrijver in hoofdzaak aandacht aan de jubilerende zaak, maar waarom zou u de geschiedenis van dit drie eeuwen oude echt Zaanse bedrijf niet interesseren.
Het boek is er misschien wel waardevoller door, omdat er lijn in zit. Aan het slot komt nog even de bekende Zaanse molendeskundige P. Boorsma aan het woord die ons een kostelijke geschiedenis uit het oude molenleven vertelt.
Door de geschiedenis van Mr Vis krijgt het verhaal van Boorsma meer diepte, u moet dit dus voor het laatst bewaren — al was het alleen om de proef op de som te nemen.

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.

Westfrieslanddag 2019