Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1946 » No. 2 » pagina 59-60

Allemanswerk

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 1e jaargang, 1946, No. 2, pagina 59-60.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: M. Zwaagdijk.

Boerenwagenhumor

Naar aanleiding van ons verzoek om gegevens over oude boerenwagens, schreef mevr. C. Kaptijn-Valentijn ons een aardige bizonderheid over een afbeelding en een gedichtje, die op het achterkret van een boerenwagen waren geschilderd.
Een Westfriese boer had nl. hierop een hooiben (mand) laten schilderen, waaromheen vier zwarte schapen, die zich rijkelijk te goed deden. Een wit schaapje, dat er achter stond, kwam niet aan bod en klaagde:

„De wereld is een hooiben
Elk plokt zooveel hij ken.
Ik zou ook wel eens wat willen plokken,
Maar ik kin er niet bij van die zwartrokken.”

De al te doorzichtige symbolische betekenis, deed de gemeenteraad van de stad Hoorn besluiten om den boer te gelasten, dit hatelijkheidje te verwijderen.
Deze liet toen z'n wagen blauw schilderen en reed toen naar de markt met het volgende versje op het kret:

„Wat blauw is moet blauw blijven,
Anders zullen de dienaren van Hoorn mij de stad uitdrijven.”

We wachten op nog veel meer gegevens!

De Sterrezangers

Naar aanleiding van uw vraag omtrent sterrezangers, hun liederen en zangwijzen kom ik hier met een lied, dat nog niet gepubliceerd is. Het is opgetekend door mej. M. van Doesburgh te Huizen en werd daar in 1894 door één man op Driekoningen gezongen. De wijs ontbreekt helaas.

Hier komen wij aan met onze stern.
Wij zoeken den Heer en we hadden Hem gern.
We komen al voor Herodes zijn deur;
Herodes, de koning, kwam zelve veur.
Herodes – die sprak er met valser hart:
Hoe is er de jongste van drieën zo zwart?
Is hij wel zwart, hij is wel bekend:
't Is de koning van 't Oriënt.
Oriënt in 't morgenland,
Daar, waar de zonne zo felle brandt.
Och, sternje, jij moet er zo stille niet staan,
Ge moet er met ons naar Bethlehem gaan.
Bethlehem, die schone stad,
Waar Maria met haar klein kindeke zat.
Hoe kleiner kind, hoe groter God,
Die hemel en aarde geschapen had.
Hemel en aarde en nog veel meer –
Dat is het teken van God, den Heer.

Het verschilt maar heel weinig met het lied, dat u bij Dr G. D. Schotel: Het Oud-Hollandsch Huisgezin der Zeventiende Eeuw, 2e uitg. blz. 360, kunt vinden. Dr Schotel heeft de beschrijving der speelwijze en het lied zelf ontleend aan de Geldersche Volksalmanak van 1836.

M. Zwaagdijk

 

De heer W. Porte zond ons het vers, dat de visventer Jan Boot in Monnikendam bij zijn Driekoningenster ten beste gaf en waarvan het eerste couplet reeds in de „Schouwschuit” (4e jaarg., pag. 483) werd gepubliceerd. Het tweede laten wij hier volgen:

„Het was op een Driekoningenavond,
Het was op een Driekoningennacht,
Dat onze Moeder Magdalena, Magdalena,
Zat op ons lieve Heer Jezus' graf.
Staat op Moeder Magdalena,
Staat op voor de bittere dood,
Dan zijn al die zonden vergeven, vergeven,
Al waren zij nog zo groot.
Kom laat ons de kerk gaan betreden,
Betreden en luisteren naar Gods woord,
Daar zagen wij het scheepje zeilen,
En daar stond de sneeuwwitte vlag.
Daar onze Moeder Magdalena, Magdalena,
Magdalena, daar Jezus de stuurman van was.
De zon, de maan en de sterren,
Die schenen zo helder en klaar.
Dan wensen wij u allen tesamen,
Veel zegen in het Nieuwe jaar.”

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.

Westfrieslanddag 2019