Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » De Speelwagen » 1946 » No. 2 » pagina 49-52

De Langedijk, groententuin van West-Europa

Eerder verschenen in 'De Speelwagen', 1e jaargang, 1946, No. 2, pagina 49-52.
Uitgave: Historische Genootschappen in Hollands Noorderkwartier.
Auteur: K. Zeeman.

Dat in deze streken reeds vele eeuwen de Westfriezen, Kennemers en Waterlanders zich ijverig bezig houden met de teelt van tuinbouwproducten, weten we o.m. uit de algemene geschiedenis, want toen in 1520 koning Christiaan de Tweede van Denemarken het dagelijks menu van zich en zijn landgenoten wat meer wilde variëren, nodigde hij een aantal Hollandse en Friese warmoezeniers uit om bij hem op het eiland Amager hun gerenommeerd bedrijf voort te zetten.

Maar we weten het ook van de blauwe zerken in het kerkje te Broek op Langendijk, waar een simpele herinnering aan het dagelijks bedrijf de laatste rustplaats aangeeft van den in het jaar onzes Heren zestienhonderd en zoveel gestorven tuinder, mede als een getuigenis van zijn liefde voor de arbeid en vroomheid van gemoed.

Omdat wij Broek op Langendijk noemen en het over de tuinderij hebben, willen we gaarne eens luisteren naar den heer K. Zeeman, die niet alleen zeer geïnteresseerd is bij wat er nu in dit land van Blonde Trien wordt geteeld en verhandeld, maar vooral ook grote belangstelling heeft voor het verleden, dus in „De Speelwagen”, de rechte man op de rechte plaats is.
Wij geven hem dus de teugels in handen en laten ons rijden door:

De tuinbouwstreek De Langedijk in de polder Geestmerambacht

Reeds in de tweede helft van de zestiende eeuw vervoerden de tuinders hun groenten naar Alkmaar via de Veert, langs St. Pancras, door de Sintpancrasservaart en 't Swijnsmeertje.
De Amsterdamse veerschippers brachten vervolgens de producten naar de Zaanstreek en Amsterdam.

Na de droogmaking van de Heerhugowaard in 1639, ging men ook door de ringvaart. Ten zuiden van Broek bevond zich een overtoom, waar de schuitjes overgewonden werden. Ook kon de kaasstad bereikt worden door de Veert, maar dan moest men eveneens een overtoom passeren en wel die bij Huiswaard, de Zes Wielen.

Toen in 1769 bij Broek een sluis werd gemaakt, waardoor men de ringvaart kon bereiken, verviel de overhaal aldaar en raakte die bij Huiswaard in onbruik. Nu konden de grotere Langedijker damschuiten, volgeladen met groenten, ook de steden in Waterland, Purmerend, Edam en Monnikendam bereiken.

Uit den tuinder-schipper werd de handelaar-schipper geboren, de voetsporen drukkend van onze handeldrijvende voorouders op de Grote Vaart.
Toen het Groot Noordhollands Kanaal in 1824 gereed was gekomen, kon door de sluis te Schoorldam ook den Helder in het afzetgebied worden betrokken.

Het achterland breidt zich uit

In 1866 kwam de spoorlijn van Amsterdam naar den Helder gereed. De bekende firma K. Wagenaar Gzn. maakte van het nieuwe vervoermiddel gebruik om de tuinbouwproducten naar Rotterdam te zenden en deze over zee naar Engeland te exporteren. Deze belangrijke uitbreiding van de afzetmogelijkheden had tot gevolg, dat veel grasbedrijven werden omgezet in tuinderijen. Van grote invloed zijn echter ook de veel voorkomende veeziekten geweest, die tal van boeren van hun veestapel beroofden en wel noodzaakten om een ander middel van bestaan te zoeken op de eigen bodem. De geruïneerde boeren werden bouwers en voor velen betekende dit een geluk bij het ongeluk dat hen getroffen had.

De sluis te Broek, welke toegang geeft tot de spoorweg te Broekhorn bij het station Heerhugowaard, werd in 1882 vergroot, zodat in de kolk tenminste twintig vaartuigen een plaats konden vinden. Maar nog belangrijker voor de „ontsluiting” van het tuinbouwgebied was de tot standkoming van een toevoerlijn, waardoor de wagons in Broek op Langendijk geladen kunnen worden. Dit spoorlijntje werd op 19 Juli 1902 feestelijk geopend.

Marktschippers en veilingen

Vroeger was het de gewoonte, dat de tuinders hun producten aan de schippers of handelaars toevertrouwden, die maar moesten proberen ze elders te verkopen. Omdat deze toestand verre van ideaal was, werd op 29 Juli 1887 de veiling gesticht. Drie tuinders uit Zuidscharwoude hadden het initiatief genomen en dank zij de medewerking van het Gemeentebestuur, werd hier de eerste centrale verkoopplaats van tuinbouwproducten in Nederland geopend.

Reeds na vijfentwintig jaar bleek het veilinggebouw te klein en moest vervangen worden door een nieuw.
In 1916 ging men weer een stapje verder en werd de „Langedijker Groenten-Centrale” opgericht. Vijf plaatselijke verenigingen met 823 leden traden toe. In 1937 waren 14 verenigingen met 1301 leden aangesloten.

Na de vorige oorlog nam de tuinbouw een grote vlucht en ook de diverse organisaties breidden zich uit.
Het nieuwe betaalkantoor dateert van 1921, terwijl in 1929 het bloembollengebouw gereed kwam.
Dit gebouw is echter in de nacht van 11 op 12 October 1943 door de Duitsers in brand gestoken.

Door het aanbrengen van nieuwe overkappingen, waardoor de groentenschuiten een betere ligplaats kregen, werd het complex van de veilinggebouwen in 1922 en 1925 belangrijk uitgebreid.
Toen later het vervoer per auto ingeschakeld werd, moest er een flink parkeerterrein komen, dat in 1929, gelijk met de gebouwen voor de handelaars, geopend werd.

Desondanks bleef het verkeer te water zeer belangrijk en wederom beleefde de Langedijk een hoogtepunt in zijn geschiedenis toen in 1941 de grote schutsluis in het nieuwe kanaal gereed kwam.
Nadat men in 1887 een veiling had gesticht en de tuinders begonnen te begrijpen, dat onderlinge samenwerking tot iets goeds kan leiden, werd in 1896 te Broek op Langedijk een tuinbouwvereniging opgericht, welke een van de eersten in Noord Holland was. Aanvankelijk bestaande uit ongeveer honderd tuinders, groeide deze uit tot de „N.V. Landbouw- en Handelsvereniging Langedijk en Omstreken”.

Gestreden werd tegen vooroordeel en verouderde begrippen. De heffingen op overtallen bij de verkoop van bloemkool en kool (12 per 100), bij wortelen, rapen en bieten (4 per 100) werden afgeschaft. Verkoop op gewicht nam de plaats in van het afmeten met ongeijkte kopmaat. In 1903 kwam men overeen, dat alle op de veiling verhandelende producten over de gevestigde betaalkantoren à contant moeten worden voldaan.

K. Zeeman

Wanneer „De Langedijk” zich in een even snel tempo blijft ontwikkelen, dan schieten ze daar over vijf en twintig jaar „atomatisch” de rooie-savoye naar Chicago om langs dezelfde route een gelijkwaardig contingent knakworstjes terug te ontvangen!!
We hopen dat de heer Zeeman ons dan zal waarschuwen...

 


© 1924-2019 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.

Westfrieslanddag 2019