Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Stemmen Molenprijs Lastdrager.

Archivering » Boeken » Verdwenen water, gewonnen melk » Pagina 122-125

Herinneringen en ervaringen (8/8)

Aan de vooravond van een nationale tentoonstelling zei me een van onze erkend eerste juryleden: 'Op de vorige nationale heb ik stieren tot kampioen en reserve kampioen uitgeroepen, die niets hebben gepresteerd. Ik hoop niet, dat mij dat morgen weer overkomt'. Die hoop werd niet vervuld, want hij deed het nogmaals. Het stierkalf Frans 145 verkocht ik aan de heer J. E. J. Kramer uit de Zijpe. Als éénjarige werd hij niet stamboekwaardig verklaard, doch als tweejarige opgenomen met 76,1 punt. Hij gaf dochters, die de hoogste prijzen wonnen en er waren er bij, die meer dan 300 kg vet gaven. Eén had een gemiddelde dagopbrengst van ruim 1000 gram vet. Frans 145 werd preferent verklaard. Hij vererfde de deugden van zijn ouders.
Ik zag enkele jaren geleden een stier, die sterk werd veroordeeld. Velen konden niet begrijpen, dat de eigenaar, die zulk een prachtig koppel vee bezat, daarmee durfde te fokken. Hij deed het echter en de stier werd preferent evenals een van zijn zoons. Die eigenaar was een geniaal fokker. Zo iemand kent, beter dan wie ook, alle eigenschappen en deugden van zijn eigen vee, dat hij van de geboorte af ziet opgroeien.
Bovendien kan hij de produktie-eigenschappen van de families, die hij in het hoofd heeft, beter beoordelen dan een buitenstaander. Er zijn wel eens redenen, waardoor een prima melkkoe soms minder produceert. Dit laatste komt op papier. Ieder kan het lezen. Maar niet de oorzaak van die verminderde produktie, die de fokker (ook niet altijd, maar soms toch wel) kent.
Ik vond het vroeger reeds gewenst, dat men koeien, die buitengewoon fokten, evengoed als stieren preferent zou gaan verklaren. Ik stelde dat aan het bestuur van het NRS voor, maar men zag te veel bezwaren om daartoe over te gaan. Alle goede zaken komen niet in eens tot stand. Het gaf mij evenwel voldoening, dat men er – na een dertig jaar – toch toe over ging. Zoals ik eerder reeds schreef: 'Het zijn er maar enkelen, die de grote vooruitgang brengen'.
Adema 127, de grootmoeder van Adema 197 en van Oldambster Adema I, heeft zelf nooit geweten van welke buitengewone waarde zij was. De zo bijzondere invloed, die er van haar kleinzoons is uitgegaan, zal waarschijnlijk aan haar zijn te danken. Een preferentschap verdiende zij zeker 'cum laude'.
Ik schreef reeds eerder, dat we moeten oppassen niet van de eerste plaats te worden verdrongen met ons zwartbonte melkvee. En hoe kunnen wij dat? In de eerste plaats door het systeem van de beroemde Engelse fokker Bakewell, dat hij 200 jaar geleden toepaste, na te volgen. Hij beproefde zijn dieren en kruiste er mee. Waren de resultaten ongunstig dan werden de dieren afgekeurd. Waren de resultaten best, dan ging hij er volop mee fokken.
De K.I.-verenigingen zullen ook meer jonge stieren, waarvan ze veel verwachten, moeten aankopen om die bij een niet te groot aantal koeien te gebruiken en aan de hand van de verkregen resultaten te beslissen of men wel of niet met de beproeving zal doorgaan. Zeker zou het gewenst zijn zo mogelijk premies aan jonge stieren, waarvan men goede verwachtingen heeft, te geven om ze voor het land te bewaren.
Ik hoor wel eens klagen dat het moeilijk is geschikte stieren voor de K.I. te vinden. Dat geloof ik graag. Het zal nog wel moeilijker worden indien men het huidige systeem niet wijzigt.
Het is mij niet bekend hoeveel, met veel geld betaalde, stieren die de beste koeien hebben bevrucht, in de fokkerij hebben teleurgesteld. Maar dat zullen er betrekkelijk nog vele zijn. En deze doen juist veel kwaad, omdat ze dadelijk na aankoop zo in trek zijn. Met Bakewells methode zal dit anders kunnen worden.
Voorts zal men stieren, die in schoonheid wat tekort komen, doch die een prima afstamming met hoge produktie hebben, niet onverbiddellijk moeten afwijzen. Men zal die commissies het vertrouwen moeten schenken: bedenkende dat de leden er van bekwaam genoeg zijn (of zullen worden) om voor de verschillende fokkers met verschillende eisen en wensen, stieren aan te kopen. Niet naar één model, maar voor elck wat wils. Waarbij één ding voorop dient te staan; voor alle melkrassen zal de eis moeten worden gesteld: hoge produktie met lange levensduur. Ik ben er namelijk zeker van dat men overal, waar men vee houdt voor de melk, deze eis stelt.
Wat variatie zal er moeten blijven. Het zal niet gewenst zijn, dat er bij wijze van spreken één familie komt. Wanneer daarin namelijk gebreken zouden gaan optreden, zouden deze zich mee-vermeerderen. Natuurlijk moeten de uitzonderlijk best fokkende stieren veel worden gebruikt, wat nu gelukkig ook wel gebeurt. Tot die uitverkorenen behoren Adema 197 uit de stal van de zo bekwame fokker Knol uit Hartwerd. De heer Westerdijk, een idealist, verkreeg Oldambster Adema I: eerst door velen veroordeeld, maar door de geboren fokkers gebr. Ruyter uit Oosterblokker nadien met zoveel succes gebruikt.
Mogelijk zijn er mensen, die zulke successen toeschrijven aan een grote dosis geluk. Maar dat is het niet. Al zal de beste wel eens fouten maken, het is aangeboren talent, de aangeboren kijk, het direct op het eerste gezicht aanvoelen welke – zeer waarschijnlijk grote – waarde sommige dieren hebben. Bij de vele bezoekers, die mijn vee kwamen zien kon ik merken, dat ze bijna allemaal wèl de fouten zagen en deze dan graag opnoemden, maar dat weinigen de bijzondere kenmerken van de grote waarde van een bepaald dier opmerkten.
Om nog even terug te komen op de aankoopcommissies van de K.I. De leden er van kijken in de eerste plaats naar de aan te kopen stieren met hun stamboekogen. En dat is de grief, die ik tegen ze heb. Soms hoor ik de lof verkondigen over K.I.-stieren, wanneer zij tot de hoogst bekroonden op keuringen of tentoonstellingen behoren. Men kan dan wel trots zijn op zo'n succes, maar als de produktie van sommige van die stieren tegenvalt, zijn die voor de meeste fokkers toch van geen waarde. Vast ben ik er van overtuigd, dat hierin verandering zal komen. Hoe eerder, hoe beter. Maar zoals ik al eerder heb betoogd: verkeerde, ingeroeste ideeën gaan er niet zo gemakkelijk uit. Daar is tijd voor nodig. Het komt bij stukjes en beetjes.
Om kans te hebben wat te bereiken met ons fokkerswerk, moeten we er grote liefde voor hebben: evenals voor de dieren en... een goede kijk er op. Ook moet men niet te veel tegenslag hebben. Maar wel geluk, wat men niet in de hand heeft. Maar zonder die liefde zal men, bij tegenslag, de ambitie, de energie om door te zetten, verliezen.
Men moet, als fokker, weten wat men wil. Zolang men een uitstekend fokkende stier heeft, is het gemakkelijk werken. Maar men moet, als fokker, weten wat men wil. Want na enkele jaren, wanneer er van hem veel dochters zijn gekomen, moet men uitzien naar een andere en dan begint de moeilijkheid. Menig fokker van gewoon vee begint na enkele jaren liefhebberij voor de veredeling van zijn vee te krijgen en kan daarmee wel succes behalen. Het zal hem echter nooit zo gemakkelijk afgaan als de geboren fokker, die zonder veel weifelen aanvoelt wat hij wil doen en die zich niet laat beïnvloeden door Jan en alleman'.

 


Hé, is dat Westfries?

367. Koolprak dien je niet op als gastmaal (stamppot van kool en aardappelen).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.