Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Boeken » Gedenkboek Hoogkarspel 1940-1945 » Pagina 18

18. Politie-ervaringen gedurende de jaren 1940-1945

J. Stein

Als rijksveldwachter gestationneerd bij de Veiligheidsbrigade te Soestdijk, werd ik per 1 Juli 1941 overgeplaatst naar Hoogkarspel. Nog maar korte tijd hier gestationneerd zijnde, moesten wij de rijksveldwachtersjas uittrekken en deze verwisselen voor de marechaussee-uniform, aangezien de rijksveldwacht was opgeheven en het personeel overging naar de marechaussee, welk wapen vóór 1940 Koninklijke Marechaussee heette, doch volgens Duitse verordening moest het woord "Koninklijke"verdwijnen.

Het eerste jaar te Hoogkarspel was een tamelijk rustig jaar, aangezien hier weinig of niets van de Duitsers te bespeuren was. Alleen de N.S.B.'ers begonnen zich wat meer te laten gelden. Vooral R. Buijsman voelde zich door dat deel der bevolking, dat niets voelde voor zijn ideeën, tegengewerkt, en kwam al gauw met klachten. O.a. wilde men hem geen tabaksartikelen verkopen, omdat hij N.S.B.' er was. Ook M. van der Kuur, toen nog hoofdonderwijzer en C. Reus, veilingsleider, kwamen meerdere malen met klachten, o.a. het meevoeren van fietsenvlaggetjes, hetwelk volgens de mening van deze personen een uitdrukking was van oranje-sympathie en volgens hen had het Oranjehuis afgedaan. Al deze klachten werden voor kennisgeving aangenomen en verder geen aandacht aan besteed.

Daarna kregen we op 13 Juli 1942 de gijzeling van burgemeester Middelhoff, met wie de politie altijd erg prettig had samengewerkt en die de politie ook altijd terzijde stond. In de plaats hiervoor kregen we toen op 14 Juli 1942 de fanatieke N.S.B.'er M. v.d. Kuur. Reeds dezelfde avond kreeg ik via de toenmalige gemeenteveldwachter, J. Kes, een boodschap om bij v.d. Kuur te verschijnen. Ik weigerde dit, doch daarna kwam Kes met een vriendelijk verzoek om voor een bespreking bij v.d. Kuur te willen komen, waarna ik terwille van Kes ben meegegaan. Bij onze binnenkomst werd ons een stoel aangeboden en kregen wij direct de mededeling: "Ik ben nu de burgemeester, aangezien de heer Middelhoff niet meer aanwezig is. Is er nog iets bijzonders in de gemeente? En dan wil ik van de heren graag een opgave hebben van de door hen te verrichten diensten."Ik heb daarop geantwoord, dat er geen bijzonders was en dat hij van mij geen opgave kreeg van mijn diensten, aangezien ik als marechaussee niets met hem had uit te staan. Hoogstens mocht hij een enkele maal mijn dienstblad aftekenen voor contrôle. Dit is maar éénmaal gebeurd, terwijl Burgemeester Middelhoff minstens 4 à5 maal per week tekende.

Vanaf die tijd word het dubbel uitkijken. Ook hadden wij in die tijd een 300 werklieden van de werkverschaffing uit Amsterdam, die per trein tot Hoogkarspel kwamen. Door deze personen werd de zwarte handel hier sterk bevorderd;ook hiervoor werd door v.d. Kuur nogal veel assistentie gevraagd om daar tegen op te treden. In Maart 1943 kregen wij met de reorganisatie van de Nederlandse politie als groepscommandant aangewezen H. Petersen (bijgenaamd Gekke Hent), N.S.B.'er en lid van de S.S. Deze man was al heel spoedig bevriend met v.d. Kuur en zij kwamen alle dagen bij elkaar, terwijl dit gezelschap al spoedig uitbreidde tot 4 personen. Dit edele viertal kwam dikwijls bijeen op de burgemeesterskamer, waar dan nogal luid gesproken werd, zodat veel van die gesprekken afgeluisterd konden worden. Zo werd ook het gesprek opgevangen, dat Stein en Kes niet vertrouwd werden en dat zij eigenlijk maar van Hoogkarspel weggewerkt moesten worden. Zover is het echter niet gekomen.

Met de Meistaking in 1943 werden door v.d. Kuur ter assistentie geroepen Petersen en Voets, vooral voor de melkcontrôle. Ik ben, toen zij op de hoek van Bantam stonden, in burger langs de R.K. kerk via Nieuweweg, Binnenwijzend, Landpad en Streekweg alle boeren wezen waarschuwen die dag geen melk af te leveren aan particulieren, zodat de oogst voor de heren niet meeviel.

Daarna de radio-inlevering. Deze verliep de eerste mogen ook niet naar de wens van de heren v. d. Kuur en Petersen, zodat zij om ± 11 uur opbelden naar Haarlem met verzoek enige gijzelaars te mogen oppakken, daar dan de inlevering wel beter zou gaan. Voorgesteld werd om de pastoor, dominee en enkele vooraanstaande personen te gijzelen. Dit werd echter door Haarlem niet goedgekeurd. Inmiddels had ik de pastoor en de dominee doen waarschuwen, die toen voor enige dagen zijn vertrokken. De algehele inlevering was echter voor de heren niet onbevredigend, zodat verder geen maatregelen zijn genomen.

Begin 1943 begon mijn illegale werk, aangezien ik vanaf die tijd in geregeld contact kwam met Dr. Wytema en Barend Mes. Ik nam toen op mij de vervalsing van persoonsbewijzen, aangezien ik zelf. in het bezit was van een schrijfmachine en zo nodig gebruik maakte van de beide schrijfmachines op het gemeentehuis. Zo werden door mij een 100-tal P.B's veranderd, toen mij door Dr. Wytema werd verzocht er tijdelijk mee op te houden om niet de aandacht op mij te vestigen.

Door mij was ook vervalst het P.B. van een broer van Barend Mes, n.l. Bram Mes. Aangezien er in die tijd tarwe was gestolen bij P. v.d. Gulik, hetwelk natuurlijk de bijzondere belangstelling had van v.d. Kuur, werd ik op 30 Augustus 1943 ontboden bij v.d. Kuur. Deze verzocht om onmiddellijke assistentie van mij, aangezien hij waarschijnlijk een spoor had inzake de tarwediefstal en daartoe huiszoeking wilde doen bij de Gebr. Kraakman. Aldaar aangekomen ging v.d. Kuur zelf de woning doorzoeken, terwijl ik bij de bewoners bleef. Door v.d. Kuur werd toen in een zijkamertje een persoon aangetroffen, die niet tot de familie behoorde. Deze bleek later een broer van Barend Mes te zijn en wel Bram Mes. Zonder verder commentaar werd deze persoon medegenomen door v.d. Kuur naar het raadhuis en in de cel ingesloten. De arrestant zou door hem zelf wel verhoord worden en daarop ben ik vertrokken. Des namiddags, toen ik met Kes bij slager Schipper was voor contrôle bij een noodslachting, kwam opper Laagland bij ons en droeg ons op om ons te melden bij v.d. Kuur, dan ging deze met ons mede om Barend Mes te arresteren. Wij hebben toen via W. Pontvuijst een boodschap gestuurd naar Barend Mes en zijn daarna naar v.d. Kuur gegaan. Deze ging onmiddellijk met ons mede. Juist voor de woning van B. Mes ontmoetten wij hem en moest hij weer mee naar binnen en moest zijn woning onderzocht worden. Kes had inmiddels het vuurwapen van Mes in zijn bezit genomen, terwijl de huiszoeking niets opleverde. Barend Mes werd medegenomen naar het raadhuis, doch weigerde iets te zeggen, waarop hij in de cel werd gesloten en kreeg ik opdracht voor zijn voeding te zorgen.

Diezelfde avond kreeg ik contact met "Rinus"uit Zaandam, om te praten over een eventuële bevrijding van Barend en ook zo nodig van zijn broer. Deze was inmiddels overgebracht naar de cel in Grootebroek. De volgende avond, 31 Augustus, moest ik v.d. Kuur assisteren bij het verhoor van Barend Mes en zat hierbij even hard te zweten als Mes, aangezien ik zelf het P.B. voor hem ten behoeve van zijn broer had veranderd. B. Mes begon zelfs te weifelen met zijn verklaringen, doch gelukkig werd het verhoor gestoord door de komst van Jan ter Hofstede (boerenleider te Venhuizen), die v.d. Kuur een moment moest spreken. Hierdoor kreeg ik de gelegenheid Barend in te lichten over het zo juist klaar gekomen plan voor zijn bevrijding, welke die nacht zou plaats vinden. Nadat v.d. Kuur terugkwam weigerde Barend dan ook verder iets te zeggen. Diezelfde nacht omstreeks 3 uur is toen de bevrijding gelukt. Daarna enige dagen van spanning en veel bezoek van de S.D. met diverse arrestaties.

Vanaf die tijd werd v.d. Kuur steeds lastiger en wantrouwender. Huiszoekingen moesten worden gedaan bij Sluis in de Hout, bij Joris van Kampen, Th. Schipper en meerderen. Waarschijnlijk werden diverse gevallen bij v.d. Kuur aangebracht. Een opluchting was het dan ook, dat v.d. Kuur Hoogkarspel ging verlaten wegens zijn benoeming tot burgemeester van Beemster.

Als zijn opvolger werd toen benoemd D. Naastepad, sympathiserend lid der N.S.B., doch in het geheel geen gevaarlijk persoon en die gemakkelijk om de tuin was te leiden. Bij de eerste fietsenvordering werd mij gevraagd door Naastepad om met hem samen een lijst op te maken van die personen, die het best hun fiets konden missen. Ik heb dit geweigerd en gezegd, dat het in de eerste plaats tegen mijn principe was en in de tweede plaats dat wij ingevolge dienstorder in geen enkel opzicht aan de rijwielvordering mochten deelnemen. Hij kon zoiets billijken en heeft dan ook nimmer meer gevraagd naar iets dergelijks. Met de arrestatie en bevrijding van Spanjaart heeft hij zelfs zijn best voor mij gedaan;dit was dan ook wel een van de redenen, waarom mijn arrestatie niet is doorgegaan.

Op 25 Juli 1944 werd door de Landwacht en S.D. een onderzoek ingesteld op het raadhuis van Hoogkarspel inzake vermeende fraude met P.B.'s. De 2e ambtenaar A. Bakker, welke met de behandeling hiervan belast was en die ook meerdere P.B.'s had afgegeven ten behoeve van onderduikers, kreeg een moment de kans om weg te komen en vluchtte bij mij in huis, alwaar mijn vrouw alleen thuis was. Zij haalde hem binnen met het gezegde: "Hier zoeken ze je toch niet". Even daarna vertrokken de landwachter en de S.D.'er per motor en kwam de 1e ambtenaar P. Spanjaart ook in mijn woning en heeft daar met Bakker gesproken. Bij het teruggaan van Spanjaart naar het raadhuis kwam juist de landwachter met de S.D.'er weer terug en zagen zij Spanjaart lopen. Zij gingen toen met Spanjaart naar boven en hebben hen daar gevraagd wat hij buiten doen moest, daar zij hem hadden bevolen, binnen te blijven. Spanjaart heeft hen toen verklaard, dat hij bij Stein in huis met Bakker had gesproken. Bakker had zich echter inmiddels per fiets uit de voeten gemaakt en was nog maar even weg, toen de landwachter (commandant van Duin) naar mijn woning kwam en aanbelde, waar mijn vrouw hem opendeed aangezien ik zelf niet thuis was en waar zich toen het volgende gesprek ontspon: "Is u mevrouw Stein?""Ja". "Heeft u bezoek?""Neen"(Landwachter loopt de gang in tot de deur van de achterkamer). "Wat komt u doen?""Uw huis doorzoeken.""Wie bent u en wat geeft u daartoe het recht? Ik zal er man mede in kennis stellen."(loopt naar de telefoon). "Wat is uw man?" "Opperwachtmeester der marechaussee."De landwachter gaat dan de deur uit. Even daarna komt de landwachter terug, vergezeld van de S.D.'er, de waarnemend burgemeester Naastepad en P. Spanjaart en wordt de woning doorzocht. Hierbij zagen zij niet dat op de schoorsteen een "Vrij Nederland"lag en de radio nog steeds op de Engelse zender stond. Hierna verdwenen zij en werd de 1e ambtenaar Spanjaart in arrest gesteld.

Diezelfde avond heb ik toen contact gezocht met de K.P. om Spanjaart zo mogelijk te bevrijden. De volgende morgen tussen 8.30 en 8.45 uur is Spanjaart door de K.P. bevrijd en daarna ondergedoken. Zelf had ik die dag distributiebewaking te Venhuizen en collega Kes te Hem. Ik had zodoende om 8.30 uur de sleutels van de cel gebracht aan de woning van Naastepad en hem persoonlijk gevraagd om de verantwoording over te nemen, aangezien ik weg moest. Diezelfde middag werd ik door dezelfde landwachter, en S.D.'er, die Spanjaart hadden gearresteerd, onder verhoor genomen op het groepsbureau te Grootebroek. Ik weigerde echter een verklaring af te leggen tegen deze personen, met de mededeling dat ik wel verhoord wilde worden door een superieur van mijn eigen corps. Dit is toen gebeurd door Opperluitenant Adriaanse, die toevallig juist daar kwam. Vooraf moest ik echter op verzoek van de landwachter ontwapend worden, aangezien ik hun arrestant was. Na dit verhoor wilden zij mij vasthouden en overbrengen naar Hoorn. Dit werd tegengehouden door Opperluitenant Adriaanse en met succes. Ik heb nadien nimmer meer van het geval gehoord.

Daarna kregen we de bekende Septemberdagen 1944 met de z.g. Dolle Dinsdag. Zoals overal in het land deden ook in ons dorp de wildste geruchten de ronde. Hierdoor aangemoedigd hebben twee personen des avonds bij alle N.S.B.' ers en van N.S.B. verdachte personen een wit kruis op het huis geschilderd en een witte pijl op de weg. Door één van de N.S.B.'ers is dit tijdig ontdekt en is deze nog diezelfde nacht naar mij toe gekomen. Zijn vrouw deed, daarbij het woord tegenover mijn vrouw, aangezien collega Kes en ik ons niet thuis hielden. Mijn vrouw vertelde hun, dat wij op nachtdienst waren in de polder. Zij verzochten toen om zo gauw als wij thuis kwamen, even bij hen te komen. Daar wij wel voelden waar het om ging en de kruisjeszetters nog bij mij in huis waren en de pot met witte verf nog als een stille getuige bij mij in de gang stond, hadden wij niet veel idee om naar hen toe te gaan. 's Morgens voor de eerste trein was het toen een hele uittocht van N.S.B.'ers.

Aangezien wij na de bevrijding van Spanjaart meenden, dat de op het raadhuis verstopte radiotoestellen daar niet meer veilig stonden, had ik 4 toestellen bij mij in huis gehaald. Op deze Dolle Dinsdag nu meende ik deze toestellen wel weer naar hun resp. eigenaars te kunnen terugbrengen, waartoe ik ze op de grond in de voorkamer had staan. Juist op dat moment stopte er een luxe auto voor de deur en werd er gebeld. Mijn vrouw ging naar de bel en meteen stapten twee moffen de deur binnen, vroegen naar de Polizei Stein en liepen meteen door. Ik wist nog gauw van de voorkamer naar de achterkamer te gaan en de suitedeuren achter mij dicht te doen. Toen zij de kamer inkwamen, begonnen zij meteen te razen en te vloeken en beschuldigden mij van sabotage tegen de Duitse maatregelen. Er stonden volgens hen meer dan 5 personen bij elkaar en 's avonds na 8 uur was het nog drukker op de weg dan vóór 8 uur. Zelf was ik te beduusd om er iets tegen te zeggen, aangezien ik maar steeds aan die radiotoestellen dacht. Mijn vrouw wist echter de situatie te redden door te zeggen, dat bepaalde mensen nu bang begonnen te worden en wel zouden willen dat Stein aan de voordeur ging zitten en Kes aan de achterdeur. Na ongeveer 10 minuten binnen te zijn geweest vertrokken zij weer en bleken er nog 3 in de auto te hebben gezeten. Gelukkig dat zij maar niet door het raam naar binnen hebben gekeken, daar zij dan de radiotoestellen hadden kunnen zien staan.

Na die Dolle Dinsdag kregen we het droppingsveld "Laloe" in Hem, waar ik vaste medewerker van werd en waar wij vele spannende, doch uiterst gevaarlijke nachten hebben meegemaakt. Hier kwamen tonnen wapens en munitie, doch ook sigaretten, chocolade en levensmiddelen naar beneden. Ook hebben we toen nog een mislukte dropping in Hoogkarspel gehad. De hier per vergissing neergeworpen wapens waren bestemd voor het droppingsveld "Oliver"aan de Zwaagdijk. De moffen hebben van deze dropping 3 containers en een gedeelte van een zendapparaat in handen gekregen;de rest (21 containers) is nog in veiligheid gebracht.

Op 22 Januari 1945 lag ik ziek in bed toen mijn vrouw mij vertelde, dat er een groep landwachters met 28 gevangenen voor het raadhuis stond en dat de commandant die in de twee cellen wou opsluiten. Ik heb toen gevraagd of die commandant bij mij wou komen en heb hem toen gezegd, dat arrestanten van de landwacht of Duitse politie niet meer in de cellen mochten en dat er bovendien onmogelijk 28 personen in 2 cellen konden. Hij zou toen een auto laten komen om ze naar Hoorn te vervoeren. In afwachting van dit vervoer zijn 24 gevangenen ondergebracht in het leegstaande schoollokaal onder het raadhuis. Nadat de commandant van de landwacht bij mij vertrokken was, kreeg ik bezoek van de K.P.'ers "Bob"en "Dick", met wie een plan beraamd werd om die 24 mensen te bevrijden. Dit waren K.P.'ers van de groep van "Flip", terwijl ik ook nog bezoek kreeg van "Joop"en "Nico"(later in de Hout doodgeschoten) van de anti-S.D.-groep. Er werd toen overeengekomen, dat de auto, waarmede de arrestanten vervoerd werden, onderweg zou worden overvallen en dat zulks niet in Hoogkarspel zou gebeuren. Daar ik noch mijn vrouw enig ander bericht kreeg, vertrouwden wij er op, dat dit zou geschieden.

Mijn vrouw ging daarom, vergezeld van 2 kinderen, ook in het lokaal om daar met toestemming van de twee voor de bewaking achtergebleven landwachters brood en soep uit te delen, wat door verschillende dorpsgenoten was gebracht. Groot was de schrik, toen er plotseling hevig geschoten werd en ik kort daarop mijn vrouw gillend met de kinderen binnen hoorde komen. Gelukkig was het alleen maar de schrik en waren zij niet getroffen, alhoewel enige kogels door mijn ramen waren gegaan en in de keuken en de slaapkamer terecht waren gekomen. Ook geen der houthakkers had letsel opgelopen. Van de twee landwachters was er een dood en de ander zat van de schrik al spoedig bij mij boven te rillen als een juffershondje. De gedode landwachter werd later door Dr. v.d. Reep en Zr. Karthaus in mijn huiskamer gebracht en op de divan gelegd, aangezien er bij mij nog wat licht in huis was. Die avond kwamen er nog wel een 30 Duitsers en landwachters, die allemaal mijn huis doorsjouwden en er met hun sneeuwschoenen gewoon een varkenshok van maakten. In die nacht is het lijk overgebracht naar Lutjebroek.

De eerstvolgende dagen waren erg rumoerig en angstig door de bezoeken van S.D., Grüne en Landwacht en vooral mijn vrouw moest verschillende verhoren ondergaan en mijn telefoon heeft 14 dagen onder contrôle gestaan, terwijl er vaak een post van.de landwacht voor mijn huis stond of in de gang bij de telefoon zat. In die dagen werden tevens Peters, Jan de Vries, Klaas de Vries en Klaas Mol gearresteerd, terwijl enige dagen daarna W. Wagemaker Jr., E. Meilink en H. Meilink eveneens werden gearresteerd. Gelukkig zijn deze allen weer gezond en zelfs nog voor de algehele bevrijding thuisgekomen. De 6e Februari 1945 was echter voor Hoogkarspel nog een zwarte dag, want als represaille voor de gedode landwachter werden 5 goede Nederlanders gefusilleerd naast de kapperssalon van de wed. Houten.

De capitulatie op 5 Mei 1945 was ook voor ons een hele opluchting en volgens een later door de gedetineerde commandant ven de landwacht v.d. Spek tegenover mij afgelegde verklaring, voor mij ook juist op tijd gekomen, daar zij eindelijk zoveel bezwarend materiaal tegen mij hadden verzameld, dat ik ieder ogenblik gearresteerd had kunnen worden en dan had hij mij niet veel kans gegeven. Gelukkig dus de vrede van 5 Mei 1945.

Bovenstaande tekst is overgenomen uit het
"Gedenkboek" Hoogkarspel 1940-1945, uitgegeven in 1947.

 


Hé, is dat Westfries?

841. Ik ben blij dat ik thuis ben op de fiets, er staat 'n bonk wind (veel).

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2020 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.