Westfries Genootschap
Archivering
Westfries Genootschap Archivering Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon

Monumentale Kerken Projector Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families De Westfriese Molens

 

Facebook

Archivering » Boeken » Een kijkje in de geschiedenis van Schellinkhout » Pagina 132-136

Een kijkje in de geschiedenis van Schellinkhout

Zeevaart en visserij (3/7)

Bevrachtingskontrakten
Belangrijke gegevens over de zeevaart zijn te vinden in de bevrachtingskontrakten, die werden gesloten tussen de kooplieden en de schippers. Hierin werden bijv. de naam van het schip, de tonnage, de route en de lading vermeld. Door Hoornse notarissen zullen talrijke bevrachtingskontrakten zijn afgesloten, maar het zou enkele jaren geduldig speurwerk vragen om de honderden delen van het Hoornse notariëel archief hierop te doorzoeken. Dit speurwerk werd wel in het Amsterdamse notariëel archief verricht en ook hierin bevonden zich talrijke kontrakten, waarbij Schellinkhouter schippers waren betrokken. Het oudste kontrakt dateerde van 1596, toen Claas Pieterz. Haan met zijn 80 last (1 last = 2 ton) metende 'de Vos' aannam zout of andere waren van Lissabon naar Amsterdam te brengen. In totaal zijn er uit de periode 1598 t/m 1698 81 bevrachtingskontrakten met Schellinkhouter schippers gevonden. Soms was al uit de naam van het schip op te maken dat het uit Schellinkhout kwam: de Pauw van Schellinkhout van Schipper Volkert Dirksz., de Schellinkhouter kerk van schipper Jan Cornelisz. en de Schellinkhout van dezelfde schipper. Andere namen hebben een duidelijke relatie met de achternamen van de schippers: 'de Tas' van schipper Cornelis Gerritsz. Tasman, 'de Molen' van schipper Jan Jansz. Mule, 'De Ankersmit' van schipper Jan Pietersz. Smit (uit de bekende doopsgezinde familie) en de Bestevaar van Maarten Jansz. Bestevaar. In andere gevallen ontleende een familie haar achternaam juist aan de naam van het schip. Pieter Jorisz., schipper van 'de Pelikaan', heette later Pieter Jorisz. Pelikaan en hetzelfde gold voor de familie Pauw. De fam. Tas of Tasman - geen familie trouwens van Abel Jansz. Tasman, die uit Lutjegast in Groningen kwam - telde eind 1600 zoveel zeelieden dat de schepen met kleuren uit elkaar werden gehouden: 'de Zwarte Tas' van Jan Tasman, 'de Groene Tas' van Pieter Jansz. Tasman, 'de Roode Tas' van Pieter Cornelisz. Tasman en 'de Witte Tas' van Wigger Tasman.

De Scheepstimmerman
De Scheepstimmerman
Uit: Spiegel van het Menselyk Bedryf, Jan Luiken

Grootte en laadvermogen
Een enkele maal werd ook over de grootte der schepen gegevens vermeld. 'De Wolff' van schipper Tames Minnesz., die daarmee in 1619 van Amsterdam naar Nieuleus in Zweden en vandaar naar de Golf van Biscaje voer, was 132 voet lang en 24 voet breed. Een voet is ruim 30 cm., zodat het schip dus ongeveer 40 mtr. lang en ruim 7 mtr. breed was. 'De Oranjeboom' van schipper Jan Willemsz. was 124 voet lang, 24 voet breed en 13 voet diep, dus ca 37 x 7 x 4 mtr. De grootte van andere schepen - voorzover bekend - week daarvan niet zoveel af.
In het laadvermogen der schepen viel in de loop der jaren een lichte stijging te constateren. Was het tonnage omstreeks 1600 ca 100 last (1 last = 2 ton), in de loop van de 17e eeuw werd het steeds meer en aan het einde van die eeuw voeren zelfs schepen van meer dan 200 last de haven van Amsterdam uit, aldus de Amsterdamse bevrachtingskontrakten. Een andere bron, die de tonnages vermeldde, waren de registers van de havengelden te Hoorn. Voor ieder schip, dat de haven van Hoorn gebruikte, moest een havengeld van 3 stuivers per last worden betaald. Voor een schip, dat voor het eerst in de haven kwam, moest bovendien tien gulden worden betaald. De hierboven gesignaleerde stijging van het laadvermogen bleek niet uit de Hoornse gegevens. Misschien voeren juist de wat grotere schepen vanuit Amsterdam.

Waar ging men naar toe?
Waarheen gingen al die schepen? Tot de landen en gebieden, waarmee men handel dreef, behoorden Frankrijk, Engeland, Portugal, Spanje, Italië, Duitsland, Scandinavië en het Oostzeegebied. Een veel voorkomende route was Amsterdam - Frankrijk of Portugal (Setubal, Lissabon, La Rochelle) - Oostzeegebied (Riga, Koningsbergen, Danzig) - Amsterdam. Op dit grondpatroon kon dan op vele manieren worden gevarieerd. Over de handel op Frankrijk zijn zelfs vrij oude gegevens voorhanden, die verschillende bijzonderheden vermeldden. Op 14 april 1575 sloten schipper Adriaan Jacobsz. van Purmerend en schipper Adriaan Jansz. van Schellinkhout een overeenkomst, waarbij zij afspraken dat zij beiden naar Noorwegen zouden varen. Daar aangekomen, zouden zij Noorse goederen aan boord nemen, waarna de één naar Engeland of Frankrijk en de ander naar Holland zou gaan. Vandaar gingen beiden weer naar Noorwegen en opnieuw met goederen terug. Degeen, die naar Engeland of Frankrijk was geweest, ging nu naar Holland en omgekeerd. Eventuele risico's werden op een enkele uitzondering na gedeeld. De waarde der schepen werd daartoe gesteld op ƒ 2.200,-. Als een schip verging betaalde de ander dus ƒ 1.100,-. Een ander verhaal, dat met de handel op Frankrijk te maken had, speelde zich af in 1584. Aan boord van het boeierschip, waarvan Sijmon Allertsz. uit Hoorn schipper was, bevonden zich o.a. Frederik Dirksz. van Schellinkhout en Wouter Frederiksz., die in de Jan Heezenboogaard buiten de stad Hoorn woonde. Terwijl men op de terugreis was naar Holland, vertelde de schipper aan laatstgenoemde dat hij in de haven van Hableneuff had gezien dat een plank in de kiel ongeveer een duim breed van de andere planken was geweken. Wouter Frederiksz. zei dat als hij dat had geweten, hij niet was meegegaan. De schipper beloofde daarop dat hij dicht langs de wal zou varen. Dat was maar goed ook, want de volgende avond zonk het schip in de buurt van de haven van Boulogne. De bemanning verliet het schip in de sloepen, roeide de hele nacht langs de kust, totdat zij de volgende morgen bij Calais kwam. Vandaar reisden zij weer terug naar Amsterdam.
In het voorgaande werd al het één en ander verteld over de vraag welke havens werden aangedaan. Ook in het vervolg van dit hoofdstuk zullen hierover nog meer gegevens volgen. Dat het er in ieder geval veel waren, blijkt uit het volgende overzichtje, waarin van een aantal bevrachtingskontrakten uit het notariëel archief van Amsterdam de volgende gegevens worden vermeld.

Jaar Schipper Schip (tonnage) Route
1596 Claas Pietersz. Haan De Vos (80) Amsterdam-Lissabon-Amsterdam
1608 Dirk Gerritsz. De Hoop (125) Amsterdam-La Rochelle-Danzig/Koningsbergen-Enkhuizen
1616 Jan Martsz. 't Steenhuijs (120) Amsterdam-St. Uvis-Riga-Amsterdam
1616 Dirk Cornelisz. De Jager (120) Amstedam-St. Uvis-Yarmouth-Amsterdam
1617 Cornelis Pietersz. Boetes St. Pieter (120) Amsterdam-Danzig-Spanje-Genua-A'dam
1618 Tames Minnesz. De Wolf (130) Amsterdam-Bilbao-Amsterdam
1624 Jan Maertsz. De gulden Son (140) Amsterdam-Archangel-Amsterdam of Livorno en/of Venetië
1642 Cornelis Gerritsz. Tasman De Tas (140) Amsterdam-Lissabon-Setubal-Amsterdam
1648 Dirk Cornelisz. Boetes St. Marten (160) Amsterdam-Setubal-Lübeck-Amsterdam
1655 Jacob Pietersz. Kloeck De Meermin (200) Amsterdam-Kalmar-Amsterdam
1660 idem idem Amsterdam-Setubal-Rotterdam
1698 Claas Dirksz. Rob De Gerechtigheid (?) Amsterdam-Setubal-Kopenhagen-Amsterdam

 


© 1924-2018 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.