Westfries Genootschap
Bibliotheek
Westfries Genootschap Bibliotheek Bouwhistorie Creatief Westfries Geschiedschrijving Kap en Dek Landelijk Schoon Monumentale Kerken

Projector Reiscommissie Textieloverleg Vrienden Westfries Museum Westfriese Families Westfriese Molens

Facebook

Westfriese boeken te koop

    Zoeken:

Bibliotheek » Boeken » Een kijkje in de geschiedenis van Schellinkhout » Pagina 11-13

Een kijkje in de geschiedenis van Schellinkhout

Schellinkhout door de eeuwen heen (2/9)

De toestand omstreeks het jaar 1000
Hoe was nu de situatie omstreeks het jaar 1000? Het waterniveau daalde, het aantal overstromingen nam af, kortom de bewoonbaarheid van West-Friesland werd groter. Tal van bodemvondsten in Noord-Holland, waaronder ook uit West-Friesland, wijzen op een toenemende bevolking. Mogelijk vond de vestiging in den beginne nog in het wilde weg plaats. De toename der bevolking noopte echter al gauw tot een zekere ontginning, die vooral neerkwam op bedwinging van het water. Het gebied werd verdeeld in een aantal, vaak blokvormige gedeelten, dat aan een aantal families werd toegewezen. Hieruit ontstonden de buurschappen of bannen.
Landbouw, visserij en scheepvaart vormden de belangrijkste middelen van bestaan. Reeds vóór het jaar 1000 voerden de Friezen handel met plaatsen als Mainz, St. Dénis en Engelse havens. In hoeverre deze handel betrekking had op inwoners van het huidige Friesland of dat ook Westfriezen er een aandeel in hadden is nog een open vraag. Als zeker mag worden aangenomen dat de Westfriezen zich in ieder geval in de 13e eeuw wel met de zeevaart (en met kaperij!) bezig hielden. O.a. zouden Westfriese schippers met die van de IJsselsteden naar de Oostzee zijn gevaren. Het is echter niet ondenkbaar dat bewoners van ons gebied al veel eerder hun brood op zee verdienden. De Zuiderzee was een belangrijke waterweg van het centrum van ons land - waar veel goederen uit de Rijnstreken en Frankrijk werden aangevoerd - naar het noorden, met name Scandinavië en het gebied rond de Oostzee.

Strijd tegen de Hollandse graven
Politiek gezien kan men de periode na 1000 kenschetsen als de periode van de strijd der Westfriezen tegen de Hollandse graven. Een strijd die bijna 300 jaar heeft geduurd. Nauwelijks was het gevaar der Noormannen verdwenen of deze nieuwe 'inmenging' nam een aanvang. Weliswaar hadden de Hollandse graven in vroeger tijden van de Duitse keizer bepaalde rechten - ook in West-Friesland - ontvangen, maar de ontoegankelijkheid van het gebied en mogelijk ook de economische onaantrekkelijkheid hadden tot gevolg dat de graven zich over het algemeen weinig aan West-Friesland gelegen lieten liggen, waardoor de bewoners zich geheel onafhankelijk voelden. De economische situatie verbeterde echter, de bevolking nam toe en de Hollandse graven voelden niet veel voor een onafhankelijk West-Friesland aan de rand van hun gebied. Zoals al gezegd, een eeuwenlange strijd was het gevolg. Bekend zijn o.a. de slag bij Winkelmade in 993, waarbij graaf Arnoud 'de Gentenaar' het leven liet, de dood van Willem II in 1256 bij Hoogwoud en de slag bij Vrone (1272), die voor zijn zoon Floris V in een min of meer schandelijke terugtocht uitmondde.

Slag bij Schellinkhout
Nu het hem niet lukte om de Westfriezen, die zich in hun moerassige omgeving, waarin zij alleen de weg kenden, uitstekend konden verdedigen, over het land aan te vallen, probeerde hij een andere taktiek. In 1282 landde een grote vloot tussen Wijdenes en Schellinkhout. Dit is de eerste maal dat wij de naam Schellinkhout vermeld vinden.
Het leger van de graaf, dat voornamelijk uit Hollanders en Zeeuwen bestond en waarvan Nicolaas van Kats de aanvoerder was, werd nog bijgestaan door hulptroepen van de graven van Gelre en Kleef. Geen wonder dat de Westfriezen de eerste aanval van deze grote legermacht niet konden afslaan. Zij trokken terug naar Schellinkhout, waar met het leger van de graaf slag werd geleverd; een slag, die voor de Westfriezen in een nederlaag uitliep. De graaf trok vervolgens met zijn mannen verder in de richting van Hoogwoud, waar hij - zoals het verhaal wil - van een oude boer te horen kreeg waar het lichaam van zijn vader begraven lag.
Toen in 1286 en 1287 ernstige overstromingen West-Friesland troffen, was het voor het leger van de graaf niet moeilijk om over het water de Westfriezen, die zich daardoor moeilijk konden verdedigen, te verslaan. In 1289 erkenden de Westfriezen Floris V dan ook als hun heer. Van een onderwerping was eigenlijk geen sprake, want de Westfriezen behielden vele van hun oude rechten.
Nu we Schellinkhout voor het eerst in de historie zijn tegengekomen, betekent dit niet dat de rest van de geschiedenis van het dorp een open boek voor ons is. Integendeel! Uit de twee eeuwen daarna zijn maar weinig gegevens bekend, die bovendien maar een zeer fragmentarisch beeld geven. Wat er in al die jaren is gebeurd, hoe de mensen leefden, we weten er vrijwel niets van. Toch lijkt het mij interessant om het één en ander over deze gegevens te vertellen.

Enkele oude gegevens
In de rekening van Geraert Eversz, baljuw van Medemblik ten tijde van de graven uit het Henegouwse huis, welke rekening uit 1311 dateerde, vinden we bijv. een aantal boeten, dat hij uit Schellinkhout ontving. Zo moest Dirck Bockinc 7 pond en 10 schellingen betalen, omdat hij ten onrechte een voogdijschap op zich had genomen. Coppart moest 1 pond betalen voor een toegebrachte verwonding. Dirck ver Grietrudsone sloeg misschien wat minder hard, want hij betaalde maar 10 schellingen. De klap, die Hannen Vriesen aan Steven toebracht, was voor de baljuw veel meer dan een daalder waard. Hij moest maar liefst 40 pond betalen en de hoogte van dit bedrag doet een ernstig misdrijf vermoeden. Iets eerder in dezelfde rekening wordt trouwens gesproken van een vordering op Steven's familie, die inderdaad op doodslag duidt: 'Item van Stevens dode, sine maghen van vorderinck, 10 pond'. Van geheel andere aard zijn enkele gegevens uit 1319. In dat jaar werd bepaald hoe iedereen zijn deel van de dijk moest onderhouden. Om tot een juiste verdeling te komen werd de gehele dijk opgemeten door ene Willem Veren Bartensoon, die met dat werk begon op de dinsdag voor Midvasten en ermee gereed kwam op de zondag voor Palmendag. Uit zijn metingen bleek o.a. dat de dijk vanaf Oosterleek 'mids toe op den dam' tot aan de sluis, die bij de kerk van Schellinkhout lag, 728 gherden lang was. Tezelfdertijd (april 1319) werd een aantal personen vermaand, omdat zij sluizen hadden 'opghesparret' (opengezet). Onder hen bevond zich Jan Veren Ghertrudensoon, die de sluis bij Schellinkhout had opengezet. Hen werd gelast hun leven te beteren.

 


Hé, is dat Westfries?

798. 't Was erg stil om me heen; ik raakte eventjes beskoten (ingedommeld, sluimerend) in de stoel.

Klik hier voor meer Westfriese woorden en uitdrukkingen.


© 1924-2022 Westfries Genootschap - Contact - Sitemap - Privacyverklaring

West-Friesland, een streek met karakter binnen de Omringdijk.